Waarom het afpakken van Zwarte Piet levensgevaarlijk is

Jan_Steen_-_Het_Sint_Nicolaasfeest
Jan_Steen_-_Het_Sint_Nicolaasfeest. Bron: Wikipedia

Vroeger, toen ik nog een jongetje was hing dit beroemde schilderijtje van Jan Steen bij ons thuis. Ik keek er vaak naar. Het fascineerde me. Net als bij al die andere prachtige schilderijen van Jan Steen zien we hier de uitbundige veiligheid van het gezinsleven. Binnen het gezin, zo lijkt Jan Steen ons te vertellen, kunnen we onszelf zijn. Kunnen we onze fantasieën de vrije loop laten. Maar ook is het gezin de plaats voor de moraal. Wie zoet is krijgt lekkers wie stout is de roe. En dat zien we hier. Die jongen krijgt niks en moet vroeg naar bed. Het meisje krijgt de pop. Zij staat in het volle licht en ze straalt. Het Sinterklaasfeest speelt een rol in de moraal die niet door de staat bepaald wordt, maar in de vrijheid van het gezin. Jan Steen beeldde dat uit en werd daar beroemd mee, want velen herkenden zich hierin. En het zegt iets over de Hollandse identiteit. Het zegt ook iets over de Hollandse identiteit dat we dit graag tonen. De Nederlandse huizen, het viel de buitenlanders al op in de Gouden Eeuw, hebben, als ze het kunnen betalen, grote ramen en de gordijnen gaan zelden dicht. Zo zijn wij.

Het Sinterklaasfeest is de ritualisering daarvan. Eens per jaar. Er zijn twee hoofdfiguren. Sinterklaas is de strenge, stramme, wat vreemde, oude man. Het is nog een wonder dat hij op dat paard kan zitten. Als kind hield je altijd een beetje afstand. Je begreep hem nooit goed. Hij oordeelde over je. Zwarte Piet maakte voor kinderen het Sinterklaasfeest gezellig. Het zal wel raar zijn, maar ik heb er, voor zover ik weet, nooit bij stilgestaan dat Zwarte Piet een neger zou uitbeelden. Zwarte Piet was gewoon Zwarte Piet, een wild figuur waar je mee kon lachen en die je ook op grappige manier de stuipen op het lijf kan jagen. Ja het was spannend. Maar het was nooit bedreigend. Het maakte deel uit van het kleine theater van het gezin. Zo maak je als kind je eerste stappen naar de wereld. Met een besef over goed en kwaad. Maar ook met een besef van veiligheid.

En nu wordt ons door de VARA en de NCRV wijsgemaakt dat we dit altijd verkeerd hebben gezien. Want als we het goed zien, dan moeten we begrijpen dat we met Zwarte Piet mensen beledigen.

‘Maar zo hebben we het nooit bedoeld!’

‘Dat bepalen wij wel voor u.’

Met het verdacht maken van Zwarte Piet wordt het Hollandse gezin verdacht gemaakt, en uit elkaar getrokken. De moraal, zo is de achterliggende boodschap van deze multiculturele staatsopvoeders, is dat wij geacht worden ons slecht te voelen omdat er ooit slavernij was. Ja, nou ja, alleen de slavernij van zwarten. Dat er vooral ook erg veel blanke slaven waren, dat dient geen deel uit te maken van ons historische besef. Waarom niet? Daarom niet. Omdat de politiek correcte staat dit vindt.

Het gaat daarbij ook steeds meer niet om een Nederlandse staatsmoraal. Het gaat om een EU moraal. In de EU wordt geen Sinterklaas gevierd. In de EU zien ze ‘blackface’ als racisme. Kijk, maar eens, zeggen de multiculti-tarters ons, hoe ‘het hele buitenland’ naar ons kijkt. Als een stel racisten. Dat moeten we toch niet willen met zijn allen? Om maar even die gruwelijke uitdrukking aan te halen van de linkse ‘elite.’

En daarom verdwijnen de Zwarte Pieten uit de winkels. De kinderen worden bang gemaakt met gele Pieten. Blanke kindjes horen bang te zijn, zo luidt deze staatsmoraal, want blanke kindjes zijn bij voorbaat schuldig aan de slavernij.

Dit is zo ziek, en het grijpt zo diep in, dat de emotie erover heel sterk is. En hoe dieper het ingrijpen gaat, aangestuurd door de VARA en de NCRV, die er met een lange reeks beschuldigende programma’s mee zijn begonnen, hoe meer zal de emotie oplopen.

Je kunt Nederlanders heel lang tarten. Maar er komt een moment dat je te ver bent gegaan. Ik heb zo’n idee dat hier nog doden gaan vallen. Ze zijn met een heel gevaarlijk spel begonnen. Als je de integriteit van de mens aantast, dan maak je het beest in hem wakker.

 

Print Friendly
facebooktwittergoogle_pluslinkedinmail

EU faalt totaal bij Ebola

Bubonic_plague_victims-mass_grave_in_Martigues,_France_1720-1721
slachtoffers van de Zwarte Dood. Bron: Wikipedia.

Hoewel het omgekeerde nog steeds wordt beweerd, zou Ebola wel eens een ernstige bedreiging voor Europa kunnen worden. Er is bijvoorbeeld wetenschappelijk onderzoek waaruit blijkt dat Ebola sterk vergelijkbaar was met ‘de zwarte dood’, de pestepidemie die een kwart van de Europese bevolking wegvaagde in de Middeleeuwen. U weet wel, die tijd waarin men nog niet zo makkelijk op een vliegtuig stapte om ziekten de verspreiden. Nu goed, daarvan wordt dan weer gezegd dat dit ‘controversieel onderzoek’ zou zijn. Ik kan daar niet over oordelen.

Hoe dan ook, de ernst van Ebola is iedereen wel duidelijk. Wat de vraag oproept: Is de EU voorbereid op Ebola? Nou, nee dus. Zelfs de NOS stelt het vast. De EU faalt totaal bij de Ebola aanpak.

De budgetten en de salarissen in Brussel kunnen het probleem niet zijn. De feiten zijn ook niet nieuw. De EU had allang draaiboeken klaar kunnen hebben om uit te voeren zodra de Ebola Europa binnenkomt. Wat werkt? Wat werkt niet? Wat kan snel ingevoerd worden? Maar het bureaucratische waterhoofd in Brussel zwijgt in alle talen nu het erop aankomt om de Europese burgers te beschermen.

Ja, er wordt gepraat. Er wordt vergaderd. Er wordt in vliegtuigen gestapt. Er wordt over rode lopers gelopen. Er wordt pers te woord gestaan. Maar er gebeurt dus helemaal niets. Geen fuck. Nada. Niets.

Jawel, de EU creëert een nieuwe baan. Een Ebola coördinator.

De EU brengt woorden voort.

De EU zegt met plannen te gaan komen.

Het CDA wil nu meer EU.

Dat is eigenlijk het antwoord van zo’n beetje iedere politicus. Ebola? Meer EU.

Cameron wil een miljard extra voor de EU om Ebola te bestrijden.

Onze kersverse minister Koenders wil meer EU.

De deskundigen willen meer EU

Nee, nee, nee!

Meer EU betekent nog meer onvermogen. De EU heeft weer eens totaal gefaald. Meer EU betekent alleen maar meer EU falen. Het kan heel simpel. Elk land kan zijn vliegvelden sluiten voor de Ebola vluchten. Kan grenscontrole invoeren. Kan zich isoleren.

Zorg dat Ebola zich niet verder verspreid. Zorg voor indamming. Maak een eind aan de verdwazing van de open grenzen. En maak al helemaal een einde aan deze totaal falende EU.

 

 

 

 

 

 

Print Friendly
facebooktwittergoogle_pluslinkedinmail

BREKEND. Duitse geheime dienst kwam met ‘varianten,’ niet bewijzen.

thesun-1

Gisteren bracht Der Spiegel een column-achtig sfeerstukje zonder bronvermelding waarin werd beweerd dat de Duitse geheime dienst er zeker over was dat de separatisten de raket hadden afgeschoten. Dat leidde in Nederland tot een ware media explosie. Nu, ja, nu wisten we het dan eindelijk; het waren die ‘thugs’.  De Telegraaf wist zelfs al zeker dat er satellietbeelden op tafel lagen, ook al stond dat helemaal niet in dat stukje in Der Spiegel, waarin de bewering dat het de separatisten geweest zouden zijn, zelfs nog tussen aanhalingstekens stond, aanduidend dat er sprake was van een ‘het zou kunnen dat’ situatie. Voor al dat soort nuances was in de Nederlandse media geen plaats.

Inmiddels zijn we een dag verder. En wat blijkt, ook naar de ARD zou gelekt zijn. Maar die brengen het  nieuws toch echt heel anders. Er lagen bij die veelbesproken ‘commissie stiekem’ bijeenkomst op 8 oktober helemaal geen bewijzen op tafel. De geheime dienst had een aantal opties gepresenteerd. Mogelijkheden. Varianten. ‘Plausibilitäten.’ Wellicht ging daar de suggesties van uit dat het de separatisten waren, en in suggesties zijn ze altijd sterk bij geheime diensten, maar meer was het ook niet:

Der Bundesnachrichtendienst legt Wert auf die Feststellung, dass der BND-Präsident –, dass Gerhard Schindler eine Reihe von Plausibilitäten, nämlich diese Belege vorgelegt hat, die einen bestimmten Schluss sehr, sehr nahe legen.

Weer ging er een dag van grote opwinding over MH17 voorbij waarin we niets wijzer zijn geworden.

Print Friendly
facebooktwittergoogle_pluslinkedinmail

‘Duikboot in nood bij Zweden niet Russisch maar Nederlands.’

Onderzeeër_De_Bruinvis_S810
Onderzeeër De Bruinvis. Bron: Wikipedia.

Een wel heel opmerkelijk bericht zojuist op de site van Russia Today. De Russische duikboot die noodsignalen uitgezonden zou hebben voor de kust van Stockholm, is in werkelijkheid de Nederlandse duikboot Bruinvis!

Dat heeft, meldt Russia Today, het Russische Ministerie van Defensie aan RT meegedeeld.

De Nederlandse Bruinvis zou eerder in de buurt gesignaleerd zijn.

Russia Today citeert ‘een bron’:

“Bruinvis has been docked in the Estonian capital Tallinn since Friday last week and is about to sail back. Hopefully, this report will help the Swedish Navy locate it as it travels back to one of the Dutch naval bases,”

Er zouden foto’s gelekt zijn van een reddingsoperatie naar de Zweedse media, en daarover zou geschreven zijn dat het een Russische onderzeeboot betrof.

We zitten kennelijk alweer diep in de Koude Oorlog. Niets is wat het lijkt.

 

 

Print Friendly
facebooktwittergoogle_pluslinkedinmail

Hoe ik niet mag zeggen wat ik vind. Een lezing.

20141018_colloquium_JN-9

Op 18 oktober was ik op uitnodiging van de Delta Stichting in de Universiteit Gent om een lezing te geven over de vrijheid van meningsuiting. Hieronder de tekst van de lezing.

 

 

Wat rest er van de ‘vrijheid van meningsuiting’, is het thema van deze bijeenkomst.

Ik vraag me af wat er gebeurt wanneer je deze vraag zou voorleggen aan de gemiddelde Vlaming of Nederlander. Ik denk dat ze snel aan zouden komen met landen waar het heel veel erger gesteld is met de vrijheid van meningsuiting. China. Rusland. Saoedi-Arabië. Dat soort landen. En dan zouden ze zeggen dat je bij ‘ons’, dat is het Westen toch eigenlijk alles wel kunt zeggen.

Ik was het daar lange tijd mee eens.

Nu ben ik me steeds meer gaan realiseren dat het er helemaal om gaat aan welke kant je staat. Sta je aan de kant van de vrijwillig aangepasten. Of ben je voortdurend politiek incorrect. In het eerste geval kun je je gewoon niet voorstellen dat er problemen zijn. Je voelt je veilig.

Ik had beter moeten weten, want ben ik al een leven lang journalist. Als journalist merk je natuurlijk heus dat je bij een weekblad of in een krant alleen dat kunt zeggen wat in grote lijnen past bij de koers van dat medium. Maar ik begaf me lange tijd in genres waar dat niet zo’n enorme rol speelt. Zo was ik popjournalist, en schreef ik over verschillende takken van de cultuur. Als je een plaat of een boek niet goed vond, dan schreef je dat gewoon op en niemand zat je in de weg.

Na 11 september 2001 werd mijn wereldbeeld politiek en begon ik steeds meer over politieke onderwerpen te schrijven. En op het laatst eigenlijk alleen nog maar.  Toen werd ook alles waar ik over schreef onderdeel van een scherpe interne discussie bij de media. Ik merkte steeds weer hoe je werd bijgestuurd, hoe er over bepaalde onderwerpen wel geschreven kon worden, en soms niet. Soms waren die bijsturingen subtiel. Een interview met Geert Wilders? Prima hoor. Dat trok lezers. Maar geef dan, zei mijn hoofdredacteur, met een aantal zeer kritische vragen en opmerkingen aan dat je afstand houdt. Dat deed je dan maar. Kon ik ondertussen ook nog Wilders quoten daar waar ik het van harte met hem eens was. Zonder dat te laten merken.

Met grote regelmaat werd me ook gevraagd nu eens een flink kritisch stuk over Wilders te schrijven. Daar bestond een enorme behoefte aan bij hoofdredacties. Soms voldeed ik daar aan. Ja, ik had ook kritiek. Die heb ik nog steeds.

Om Wilders kon je niet meer omheen. Andere onderwerpen bleken een no go. Etniciteit en crimineel gedrag bijvoorbeeld, dat hoorde met de grootst mogelijke omzichtigheid omschreven te worden. Of eigenlijk maar liever helemaal niet. Of ja, dan desnoods in een stuk waarbij je de verschillende meningen van deskundigen naast elkaar liet bestaan. Nee, dan wel zonder een eenduidige conclusie te trekken.

20141018_colloquium_JN-4

Zo ging het eigenlijk altijd. Afstand houden. Kritische houding. Of vol ertegenin. Wat wilde de hoofdredactie bij HP/De Tijd, waar ik vele jaren politiek redacteur was, graag dat ene, onthullende afbraakartikel over de persoon Pim Fortuyn hebben. Ik kon er zo een cover mee krijgen. En een cover, dat betekende in dit tijd nog een flinke bonus. De eerlijkheid gebied te zeggen dat ik nog aan de gang was gegaan met zo’n artikel ook. Maar toen werd hij vermoord en veranderde alles. Over de dode Fortuyn waren alleen nog prijzende woorden op zijn plaats. Over de toen nog levende LPF viel toen weinig goeds meer te zeggen en daarvoor kreeg ik uiteraard alle ruimte.

Op de redactievergadering van dinsdag werd bij HP/De Tijd vastgesteld waar het nummer van een week later over zou gaan. Iedereen mocht iets inbrengen, en aan het einde gaf de hoofdredacteur daar een draai aan. Ik merkte hoe veel redacteuren er steeds meer behendigheid in kregen om de hoofdredacteur naar de mond te spreken. Zo werken die processen met de vrijheid van meningsuiting. Redactievergaderingen zijn subtiele afstemmingsmechanismen. Precies zo gaat het vast op de vergaderingen voor het NOS Journaal. Er is geen autoritaire hoofdredacteur, want die zou niet functioneren. Er is subtiele afstemming. Iedereen ziet wie wel en wie niet succes heeft met zijn onderwerpen. En de meningen in zo’n groep gaan naar elkaar staan. Bepaalde bronnen worden daarbij altijd belangrijk geworden als het over buitenlands nieuws gaat. Wat schrijft The New York Times. Wat schrijft The Washington Post. Linkse, grote Amerikaanse kranten. Althans, dat vinden ze in de VS links. In Europa zijn dat kranten van het midden. Wat het pro-Russische kanaal Russia Today zegt, doet niet terzake. Wat een rechtse tv zender als Fox News uitzendt, is nooit sturend. Als het op CNN verschijnt, ja, dan is het nieuws.

Bij uitgevers was het eigenlijk nog veel erger. Nadat ik eens op de televisie was geweest, waar ik een somber geluid had laten horen over de gevolgen van de immigratie voor Nederland, werd ik gevraagd door een uitgever. Of ik geen ‘zwartboek Nederland’ wilde maken. Nu, goed idee. Ik maakte een concept. Geschrokken zei de uitgever dat hij zijn leven niet zeker was als dit uitgegeven zou worden. Hij wilde wel. Maar hij kon niet. Ik vond dat allemaal nogal melodramatisch eerlijk gezegd. Maar ja, Theo van Gogh was toen nog niet dood. Misschien had hij wel gelijk.

Op een dag opperde ik bij mijn eigen uitgever dat ik een boek wilde schrijven over immigratie. Nou, interessant. Of ik een concept wilde schrijven. Daar had je het weer, een concept. Nu goed, dat deed ik. Daar volgde een moeizaam gesprek op met een tot dan toe mij onbekende redacteur. Die liet me weten dat dit zo echt niet kon. Een boek over immigratie, vooruit. Maar dit zou dan een boek moeten zijn waarin de cijfers voor zichzelf zouden spreken en wel zodanig dat iedereen er het zijne over kon denken. En beslist geen mening van mijzelf. Want, zo zei de redacteur, die mening van mij, dat kenden ze nu wel, en daar zat niemand op te wachten. Dat vond niet alleen hij, voegde hij eraan toe, maar zo dacht iedereen erover op de uitgeverij. Iedereen! Daar had ik nooit iets van gemerkt. Maar ik begreep ook wel dat het geen zin had om te proberen om mijn eigen uitgeverij, waar ik tot dan toe met plezier romans voor had geschreven, een kritisch boek over immigratie door de strot te duwen. Niet vanwege het gebrek aan kwaliteit, maar omdat ze mijn meningen niet wilde horen.

Gelukkig vond ik een kleine uitgever die me zei dat hij dit boek met liefde uit wilde geven. En dat boek kwam er, Het Immigratietaboe, 10 wetenschappers over de feiten.

In die periode werd ik steeds vaker gevraagd om commentaar te geven in Nederlandse radioprogramma’s. Men had, zeiden de redacteuren, wel behoefte aan een ‘ander geluid’, en ik was dat andere geluid. Het gevolg was wel dat je steeds weer in dezelfde discussies belandde met linksdraaiende professoren en moslims. Dat was eerst een goede oefening. Maar na een tijdje wist ik het wel. Ik ben eigenlijk niet zo van de discussie. Ik wil gewoon zeggen wat ik vind, en het liefst in de vorm van een verhaal. Uiteindelijk wil ik meeslepen en overtuigen. Dat het altijd uitdraait op confrontaties vind ik niet mijn schuld.

Een van de programma’s waar ik voor ‘sprak’ was op de publieke omroep, op de nieuwszender Radio 1. Het programma werd gemaakt door de vroeger christelijke en nu multiculturele omroepvereniging NCRV. Je kon er alles zeggen eigenlijk. Er was veel discussie. Het was leuk. Ik deed het zo’n twee jaar. Tot ik op een dag werd gebeld door een persoon van de NCRV waar ik nog nooit van gehoord had. Hij was, zei hij, eindredacteur van het programma en hij zei: “We gaan met u stoppen.”

De reden bleek een blog te zijn dat ik had geschreven. De aanleiding voor dat stukje was dat Martin Luther King zoveel jaar eerder was overleden. Daar was toen veel aandacht voor. Ik schreef toen dat het uiteraard fantastisch was dat zwarten in de VS tegenwoordig dezelfde rechten hebben als blanken, want zo hoort het, maar kijk nu eens hoe de zwarten er nu voor staan. Armoede, criminaliteit. Misschien, zo schreef ik, lag het niet alleen aan die rechten, maar lag het ook wel aan de zwarten zelf. Ik zei dus niet dat dit zo was. Ik opperde alleen dat dit zo zou kunnen zijn. Dat was de reden voor de NCRV om met mij te stoppen. En in de maanden daarna stopten andere radioprogramma’s ook met mij. Niet om iets wat ik in die radioprogramma’s had gezegd. Maar om iets veel vagers. Een imago. Meestal werd er trouwens ook nooit bij gezegd waarom er met je gestopt werd. Misschien was het ook wel toevallig dat het zo samenviel. Ik houd er niet zo van om overal iets achter te zoeken als het jezelf betreft. Het is weinig productief. Ik heb geleerd om snel te vergeten en door te gaan.

Later werd ik her en der dan weer benaderd door medewerkers van die programma’s. Ze wilden me graag iets zeggen. Ze zaten ergens mee. Dat ze het er zelf namelijk niet mee eens waren. Dat ze het juist goed vonden dat ik ‘de dingen’ nu eens zei. Dat ‘andere geluid’, dat vonden ze juist goed. Niet dat ze daar zelf ooit mee zouden komen. Maar dat er nu eenmaal van hogerhand…

Het plaatje begon me steeds meer duidelijk te worden. In de media hangt een sfeer van angst. Men is bang de baan te verliezen. Overal wordt bezuinigd. Zorg dat je vooral politiek correct blijft. Dat geeft de minste kans op problemen.

In het Westen blijkt uiteindelijk zelfcensuur veel effectiever dan censuur.

Daarom zul je in de Nederlandse media nooit een item zien waarin wordt aangetoond dat het broeikas effect onzin is. Daarom vindt in de Nederlandse media geen serieuze discussie over de immigratie plaats. Daarom wordt in de Nederlandse media Geert Wilders weggezet als een idioot. Daarom wordt de Nederlandse arabist Hans Jansen nauwelijks nog uitgenodigd in Nederlandse talkshows sinds hij zich steeds meer uitgesproken kritisch over de islam ging uiten. En daarom, merkte ik, wordt in de Nederlandse media over het neerhalen van vlucht MH17 maar één theorie verkondigd: Het toestel werd neergehaald door de separatisten. Met een raket. Iedereen die anders denkt wordt uitgemaakt voor complotdenker.

Ik begon dit steeds beter te doorzien, en het werd me nog duidelijker toen ik me meer in een aantal van die onderwerpen ging verdiepen. Voor mijn boek over de werkelijke, wetenschappelijk onderzochte, feiten achter de gevolgen van de immigratie. Over MH17, waarover binnenkort een boek van mij verschijnt. En over de Centrumbeweging van Hans Janmaat die ik lange tijd bestudeerde en waarover volgend jaar een boek van mij zal uitkomen.

Ik leerde ook waar de echt diepe taboes liggen. De discussie over de islam wordt in Nederland nu met een zekere openlijkheid gevoerd, maar wat wil je ook na de moorden op Theo van Gogh en Pim Fortuyn. Een discussie over de EU bestaat in Nederland ook gewoon, anders dan in Vlaanderen, zoals ik heb begrepen. Als je kritiek hebt op de islam, dan ben je wel lastig en vervelend, maar nog niet echt ‘vies.’ Als je kritiek hebt op de EU dan ben je al bijna mainstream. Nou ja. Als je ook echt uit de EU wilt, dan ben je natuurlijk weer wel een idioot en word je in de media niet meer serieus genomen. Maar in Nederland staan tegenwoordig kritische stukken over de EU door hoogleraren in alle keurige kranten. Dat was vijf jaar geleden nog ondenkbaar.

Daarentegen worden andere discussies juist weldegelijk uitgelokt door de media. De discussie over het afschaffen van Zwarte Piet wordt in de Nederlandse media bijna uitsluitend gevoerd door de Zwarte Piet haters, maar de breed gedeelde weerzin die dat onder de grote meerderheid van de Nederlandse bevolking heeft veroorzaakt, kan ook weer niet genegeerd worden. Al is het maar omdat we tegenwoordig internet hebben. Een pro-Piet Facebook pagina kreeg twee miljoen likes. De emotionele lading van de Zwarte Piet discussie wordt steeds groter. Dat is ook begrijpelijk. Nederlanders zijn woedend dat ze massaal voor racist uitgemaakt worden, alleen maar omdat ze een onschuldig kinderfeestje willen voeren. Maar waar de media over de meeste onderwerpen juist zwijgen, daar voeren ze hier een pro-actieve anti-Nederlander politiek.

En wacht eens. Ik had het over een Zwarte Piet-discussie. Dat bewijst alleen maar dat ik meegegaan ben met de hype in de media. Er is namelijk helemaal geen discussie. Want de meeste Nederlanders willen het hier helemaal niet over hebben. Ze willen gewoon op 5 december in huiselijke kring hun sinterklaasfeestje vieren. Dat vinden de kinderen leuk. Dat is gezellig. Dat is Nederland. Maar dat is nu ineens verdacht gemaakt door een klein clubje activisten met een hele goede media lobby.

Dat dit steeds meer agressie oproept kan ik goed begrijpen. Nederland begint steeds meer te lijken op de vroegere DDR: iedereen ervaart op straat een andere werkelijkheid dan die waarover openlijk gesproken wordt. Je grootmoeder zal maar overvallen zijn door een stel Marokkaanse gasten en dan moet je in de krant lezen dat dit gedaan is door ‘mannen.’

Ik merkte ook dat de diepste, meest beladen taboes gaan over de biologische bepaaldheid van ons, mensen. Spreken over ‘rassen’ is steeds meer taboe. In Zweden is het woord zelf nu al verboden. Dat er verschillen tussen rassen zijn, en dat deze genetisch bepaald zijn en bijvoorbeeld betrekking hebben op IQ, is in de wetenschap al tientallen jaren onweerlegbaar vastgesteld, maar in het publiek debat is dit een onbegaanbaar terrein.

Dit jaar bezocht ik een congres van professoren en andere wetenschappers in Londen over IQ, biologie, rassen en dergelijke zaken. Een hooggeleerd, internationaal gezelschap. Uit de VS, Groot Brittannië, Servië, Japan, China, Zweden, en ook Nederland. Het was verschrikkelijk interessant wat ze allemaal te zeggen hadden. Het gebeurde in een sjieke privéclub in Londen. Maar het gebeurde ook in absolute anonimiteit. Het leek wel alsof ik terecht was gekomen in een ondergronds gezelschap. Deze mensen publiceerden, soms al hun hele leven in hoog aangeschreven wetenschappelijke tijdschriften. Ze voerden bovendien felle discussies met elkaar, maar altijd fair en zonder enig taboe. Een centraal idee bij hen was dat van de dysgenics, de met veel statistisch materiaal omkleedde gedachte dat het genetisch materiaal van de mensen steeds slechter wordt. Het IQ in de Victoriaanse tijd was een stuk hoger dan dat van nu. Een verontrustende gedachte natuurlijk. Het was zeker zo dat in die Victoriaanse tijd er een veel openlijker debat bestond. Dat er veel meer mensen boeken lazen bijvoorbeeld. We lijken nu, ik vat het maar een beetje populair samen in een steeds meer overspannen tijd te leven waarin we ons aan moeten passen aan een steeds grotere hoeveelheid impulsen, maar waarbij het zelf-denken een steeds kleinere rol speelt. Zo leven we inderdaad in het Avondland, om met Spengler te spreken. Aan het einde van de Westerse beschaving.

Het spreken over dit soort kwesties vind alleen nog plaats in kleine kring. Bijvoorbeeld in dat hooggeleerde gezelschap in Londen. Al zou ik hun namen vrijgeven, wat me op het hart is gedrukt niet te doen, dan nog zouden die namen u waarschijnlijk niets zeggen. Simpelweg omdat deze professoren en onderzoekers nooit in de media verschijnen. Omdat ze nooit uitgenodigd worden. En die enkele keer dat ze uitgenodigd worden is het meestal om ze voor gek te zetten. Dat is onze tijd.

En ik heb dat ook aan den lijve ervaren.

Toen ik begin dit jaar een interview gaf aan het weekblad Nieuwe Revu, waarin ik over deze ideeën sprak, werd ik overal uitgemaakt voor racist, en op het internet vooral voor ‘schedelmeter.’ Op zich niet ongrappig voor een keertje, maar als het honderden, duizenden keren tegen je gezegd wordt, is het minder grappig. Dan is het gewoon pesten. Uitsluiten. En zo is het ook bedoeld.

Nu is dat allemaal nog niks vergeleken met wat de politicus Janmaat overkwam in de twintig jaar dat hij deelnam aan de Nederlandse politiek. Twintig jaar geweldsbedreiging. Twintig jaar rechtszaken. Twintig jaar totale isolatie in de Tweede Kamer. Twintig jaar scheldpartijen in de media. Alleen maar omdat hij vond dat het nu wel genoeg was met die immigratie en met die opgelegde idealen van de multiculturele samenleving. Zijn secretaresse verloor een been toen een partijvergadering in een hotel werd uitgerookt met brandbommen van de verenigde terroristen die in de media ‘antifascisten’ werden genoemd.

Misschien is het inmiddels met de vrijheid van meningsuiting in Nederland iets minder erg gesteld. We hebben nu tenminste internet, zeiden veel toenmalige leden van de Centrumbeweging mij. Voor Janmaat bestond alleen af en toe de Zendtijd voor Politieke partijen op de tv. En zelfs dat wilde men al afschaffen, want voor ‘racisten’ mocht tenslotte geen spreektijd zijn. Die geluiden kwamen niet alleen van het klassieke links. Ze kwamen net zo goed van het klassieke rechts en het klassieke midden.

Dus: wordt het steeds erger met de vrijheid van meningsuiting? Ik vind het een heel moeilijk te beantwoorden vraag. Ik denk er ook steeds anders over. Aan de ene kant lijkt het politiek correcte keurslijf steeds strakker om ons heen getrokken te worden. Aan de andere kant mogen we nu openlijk kritisch zijn over de multiculturele samenleving. Iets waarvoor Janmaat nog tot gevangenisstraf werd veroordeeld.

Het punt is natuurlijk ook dat de werkelijkheid steeds meer terrein blijft winnen. Niemand kan nu nog de werkelijkheid van ISIS ontkennen. En dan wordt er wel steeds weer met steeds meer krampachtigheid gezegd dat dit niets met de islam te maken heeft, dat is toch niet erg overtuigend. En eigenlijk, heb ik het idee, vind nu iedereen dat wel.

Maar ja. Dit is wel een hele treurige manier van je gelijk krijgen. Dankzij de open grenzen krijgen we de ebola hier. Het komt per vliegtuig. En wat betreft nieuwe aanslagen in Europa is het ook maar een kwestie van tijd. Zo gezien hunker ik eigenlijk naar de tijd waarin je helemaal niets meer mocht zeggen.

 

 

 

 

 

Print Friendly
facebooktwittergoogle_pluslinkedinmail

Duitse geheime dienst: Kiev vervalste ‘bewijzen.’

moordenaars1De Nederlandse media zijn in rep en roer. Het bewijs zou er liggen. De separatisten hebben vlucht MH17 neergeschoten met een raket. Het is onweerlegbaar. Want: Zegt de Duitse geheime dienst zelf.

Wat?

Waar?

Hoe?

Alles verwijst naar een onduidelijk bericht dat Der Spiegel naar buiten bracht.  In dat bericht wordt gezegd dat er op 8 oktober een Duitse ‘commissie stiekem’ geweest was. Daarin zou de Duitse inlichtingendienst enkele parlementsleden van de Duitse Bundestag hebben voorgelicht. In het hele bericht van Der Spiegel staat nergens hoe men dit weet. Er staat niet eens het in de altijd zo precieze Duitse pers gebruikelijke zinnetje in als ‘bronnen zeggen.’ Of: ‘Naar verluid.’ Of variaties op zoiets.  Een leiding gevend persoon bij de Duitse inlichtingendienst wordt met een quote aangehaald. Maar zei die dit tegen Der Spiegel? Het staat er niet bij. Zei die dit in de Duitse commissie stiekem?  Of zou hij zoiets gezegd kunnen hebben? Vaag, vaag, vaag.

Vervolgens gaat het spinnen door.

Bij de Telegraaf weten ze nu al:

De BND heeft ook bewijzen als satellietbeelden en foto’s afgegeven.

Nu, dan weten ze kennelijk al meer dan Der Spiegel. Want die schrijft dat de geheime dienst ‘analyses van satellietfoto’s bracht. En daarnaast ‘verscheidene foto’s.’ Toch iets anders:

 In einem Vortrag vor den Mitgliedern des Parlamentarischen Kontrollgremiums präsentierte BND-PräsidentGerhard Schindler am 8. Oktober umfangreiche Belege, darunter eine Auswertung von Satellitenaufnahmen und verschiedenen Fotos.

Een ander opmerkelijke mededeling uit het Spiegel bericht wordt dan weer geheel genegeerd door de Nederlandse media: Oekraïne vervalste ‘bewijzen.’

 Der BND kam zu eindeutigen Ergebnissen: Ukrainische Aufnahmen seien gefälscht, sagte Schindler, das lasse sich anhand von Details erkennen.

Hoe dan ook, eerst wil ik toch echt iets meer weten over de status van dit bericht in Der Spiegel. Is het gelekt? Is het gespind?  Kan het bevestigd worden door de Duitse regering?

Nu, spinnen kan ik ook. Vandaar de kop boven dit blog.

Het Nederlandse kabinet, ondertussen, blijft onverstoorbaar zwijgen. Parlementsleden willen een hoorzitting.

 

 

 

 

 

Print Friendly
facebooktwittergoogle_pluslinkedinmail

Een alternatief voor de EU. Zo simpel is het.

P1040798

Door Boy van Meetelen

Mensen die hun bedenkingen hebben bij de Europese Unie, maar toch een (onterechte) angst hebben voor uittreding uit deze steeds logger en ondemocratischer wordende instantie, zeggen vaak: “We moeten terug naar de EEG”. Maar helaas is die optie niet haalbaar, want de huidige EU is sinds 1992 een weg ingeslagen naar federalisme en integratie van haar lidstaten. Dit terwijl de EEG een samenwerkingsverbond was tussen onafhankelijke soevereine staten die verdragen aangingen die voornamelijk op economisch gebied betrekking hadden. Er was geen politieke bovenlaag, laat staan een Europees Parlement en Europese Commissie. Er was al helemaal geen disfunctionele eenheidsmunt en bankenunie. Nee, de EEG probeerde het nuttige te regelen en het overbodige te weren. Dat men onder druk van de multinationals, de banken en een onrealistisch wereldbeeld ooit dit concept van de EEG heeft losgelaten, om in te ruilen voor de dictatoriale, corrupte, bureaucratische EU die ingesteld is op welvaarts herverdeling, is spijtig maar helaas de harde werkelijkheid. We zullen moeten accepteren dat de EU is uitgegroeid tot iets dat zij ooit beweerde te bestrijden, dat dan weer terug omtoveren tot een goed functionerende democratie die haar lidstaten zelfbeschikkingsrecht gunt, is een illusie. Het is een utopie omdat de huidige leiders hun posities nooit meer vrijwillig zullen opgeven, maar ook is het systeem dusdanig opgezet dat je nooit meerderheden krijgt in het EP om eens radicaal tegen de ingeslagen weg van meer Europese integratie in te gaan. Al zou dat hoogstonwaarschijnlijke scenario zich toch eens voltrekken dan heeft uiteindelijk de ongekozen Europese Commissie het laatste woord en die zal dat dan tegenhouden.

Dus de EEG kunnen we beter eens vergeten want dat is een gepasseerd stadium dat niet meer terug komt. Maar zijn er dan geen alternatieven? Jawel, er is wel degelijk een goed alternatief binnen Europa, namelijk de EVA!

De Europese Vrijhandelsassociatie (EVA) is een samenwerkingsverband tussen Liechtenstein, Noorwegen, IJsland en Zwitserland. De associatie is ook wel bekend onder de Engelstalige afkorting EFTA.

De EVA heeft tot doel de vrije handel in industriële goederen tussen de deelnemende landen te bevorderen en daarmee bredere doelstellingen te verwezenlijken (duurzame groei, volledige werkgelegenheid, hogere productiviteit en een rationeel gebruik van hulpbronnen).

De EVA kan worden gezien als een tegenhanger van de Europese Unie, hoewel de samenwerking tussen de deelnemende landen bij de EVA enkel een vrijhandelszone betreft. Zelfs op gebied van de vrijhandelszone gaan de EVA-lidstaten niet zover als de EU. De EVA is geen douane-unie. Dit betekent dat er wel een samenwerkingsverband is tussen de lidstaten waarbij er geen invoerrechten of beperkingen gelden tussen de lidstaten onderling maar naar niet-lidstaten is er geen samenwerking. Elke lidstaat kan daarop zijn eigen beleid voeren en bijvoorbeeld zelf bepalen hoe hoog de invoerrechten zijn.

De Vrijhandelsassociatie kent drie organen. Deze zijn het secretariaat, de Toezichthoudende Autoriteit en het Hof van de Europese Vrijhandelsassociatie. De organisatie zetelt in Zwitserland in de plaats Genève. Het secretariaat zit in Brussel om het vrijhandelsassociatie-comité te ondersteunen, als ook de Raad en het comité van de Economische Europese Ruimte. Verder adviseert het secretariaat van de Vrijhandelsassociatie parlementaire en consult comités. De administratie van het secretariaat zit in Luxemburg, net als het EVA-Hof.

Het staat de aangesloten landen uiteraard vrij om ook handelsbetrekkingen met de Europese Unie aan te gaan, zoals bijvoorbeeld Zwitserland al reeds deed. Dit geeft de voordelen van handel maar niet de enorme nadelen van ondemocratische instituten, miljarden afdrachten, euroreddingen, geld pompen in failliete landen, bankenunie met zombiebanken en vele andere narigheid.

Daarom moet Nederland uit de EU en is toetreding tot de EVA zeker de overweging waard.

 

Print Friendly
facebooktwittergoogle_pluslinkedinmail

De impotentie van het Tweede Kamerlid

P1040775

Door Dr. Gert Jan Mulder

Het leven van een Tweede Kamerlid is vast niet altijd even prettig. De meesten verslijten hun jaren in volstrekte anonimiteit, en het betaalt bovendien verrot slecht in verhouding tot een goede baan in het bedrijfsleven. Bovendien wonen ze verspreid over het hele land, en velen van hen moeten een onderkomen extra huren in Den Haag om niet de elke dag te veel te moeten reizen. Ik heb die depressieve kamertjes wel eens bekeken. Het is bovendien, zelfs voor diegene die dat zouden willen, heel moeilijk om te zien wat een Kamerlid nu eigenlijk allemaal doet, nog minder over wat ze bereiken (effectiviteit) laat staan je daar een oordeel over te kunnen vormen als buitenstaander. De meeste burgers komen niet tot 10 als ze worden gevraagd om de namen van 10 Kamerleden op te noemen. Hier mijn lijstje: Omtzigt, Wilders, Buma, Agema, Graus, Bosma, Roemer, Pechtold, Samsom, van Ojijk, de Boer. Het kost me moeite. Ik ben de kleinere partijen vergeten en zelfs als ik erg mijn best doe, komt alleen de naam van Thieme boven.

Van het totaal van 150 volksvertegenwoordigers er maar 10 kunnen opnoemen is een indicatie op zich. Het meest actieve kamerlid en een echte volksvertegenwoordiger Pieter Omtzigt van het CDA zou niet eens kamerlid zijn gebleven als het aan het partijbestuur onder leiding van Ruth Peetoom en de lijsttrekker Sybrand Buma had gelegen. Hij kwam op eigen kracht en met voorkeursstemming in de kamer, 36.750 in totaal. Een geweldige prestatie. Bij eerdere verkiezingen stond hij respectievelijk op plaats 51 (2003) 37 (2006) en 29 (2010) alle drie de keren op een vrij onverkiesbare plaats. Het lijkt erop dat Dr. Pieter Omtzigt niet zo goed lag bij zijn partij en zelfs nu zie je zelden of nooit dat partijleider Buma zijn meest actieve en aansprekende Kamerlid ondersteunt of in het zonnetje zet. Een beetje leider, zou hem regelmatig publiekelijk complimenteren.

Voor het onderzoek naar de vraag hoe het democratisch gehalte van de tweede kamer zou kunnen worden verhoogd, denk ik al langere tijd aan de volgende alternatieven:

 

  1. Verkleinen van het aantal Kamerleden. In plaats van 150, tenminste de helft minder. Bij een lager aantal doen de individuele stemmen er veel meer toe. Visibiliteit verbetert.
  2. Introductie van het regeerakkoord voor de Nederlandse coalitie constructies legt al sinds het begin van de 20e eeuw steeds meer vast. Kan dat niet anders, en zo ja hoe dan? Voor het laatste VVD/PvdA regeerakkoord kregen de leden van de beide fracties 2 uur de tijd om het 79 pagina tellende akkoord te lezen, en hiervoor hun instemming te geven.
  3. Het debat in de Tweede Kamer is formeel, indirect en loopt altijd via de voorzitter. Het wordt daarmee wat afstandelijk en meestal saai. Er zijn landen waar dat heel anders gaat, bijvoorbeeld in het Engelse parlement of zelfs in het Oostenrijkse, het Duitse, Italiaanse of Spaanse parlement.
  4. Fractie- of partijdiscipline: vanwege het eensgezinde optreden van fracties in de Tweede Kamer wordt in iedere fractie op de één of andere manier fractie discipline afgedwongen, d.m.v. bespelen carrière belangen, party whip en vertrouwenskwesties volgens een gedetailleerde analyse van Thomassen en Andeweg. [1]
  5. Toegangsdrempels: iedere partij heeft zo zijn eigen regels en procedures, waardoor kandidaten voor de Tweede Kamer worden geselecteerd en uiteindelijk op de kandidatenlijst van een partij komen. Het is een machtig instrument, met de nadruk op macht. Het maakt onder andere dat er vooral beroepspolitici in de Tweede Kamer komen. Mensen die zich als partijtijgers door de interne bureaucratische organisatie en politieke machtsverhoudingen hebben heen geworsteld, soms geslijmd, soms gelikt. Ruim 90% heeft niet tot nauwelijks enige relevante werk c.q. praktijkervaring.

 

Onderstaand zal ik op elk van de bovengenoemde vijf punten ingaan. Voor het gemak beperk in deze analyse tot de Tweede Kamer, hetgeen slechts een onderdeel is van de gezamenlijke democratische instituties in Nederland.

 

1. verkleinen aantal volksvertegenwoordigers:

Veruit de meeste Tweede Kamer leden zijn volstrekt onzichtbaar. Volgens de Volkskrant[2]  zijn wij het inmiddels gewend in de mediacratie: niet het aantal ingediende moties, amendementen, wetsvoorstellen of schriftelijke vragen bepaalt de moderne Haagse hiërarchie, maar het aantal optredens in de media. Tussen de 500 en 1000 keer de landelijke pers halen in één jaar is de eredivisie en de rest doet er eigenlijk niet toe. Ze zijn onbekend en onbemind. Ze gaan wel wanhopig op maandag op werkbezoek de provincie in, maar het haalt het nieuws vrijwel nooit. Het is ook verklaarbaar dat de rol van volksvertegenwoordiger is uitgekleed. Hij en zij vertegenwoordigen het volk niet meer, ze stonden toevallig op een lijst van een partij en vertegenwoordigen die partij of lijst in de tweede kamer. Ik kan er niet meer van maken. Ze praten ook niet meer zonder last of ruggenspraak[3]. Zonder ruggenspraak sneuvelde bij een grondwetswijziging in 1983, dus sindsdien kunnen zij altijd overleggen, onderhandelen, partij raadplegen, overleggen in torentje van de premier. Zonder last bleef wel gehandhaafd. Formeel dan, want zonder last; het zonder bindend mandaat mogen stemmen zoals men goeddunkt, is ook al lang om zeep geholpen door de volgende punten 2, 4 en zelfs 5. Veel Tweede Kamer leden zijn verworden tot stemvee.

Als ze dan toch stemvee zijn en vrijwel altijd doen wat anderen hen opdragen, dan heb je er geen 150 nodig. Met 60 of 65 van die poppetjes, verhoog je de herkenbaarheid, het belang van hun stem, kun je het armentierige salaris verdubbelen en kun je op die manier wel kwaliteit aantrekken. Voor 100.000 Euro bruto komt kwaliteit uit het bedrijfsleven niet naar Den Haag om zich vervolgens te laten muilkorven en ringeloren. Gewezen kamerleden vinden na hun periode in de Tweede Kamer nauwelijks employ (Erik de Vlieger wees al eens op Tofik Dibi, Kathleen Ferrier en vele anderen). Engeland en de VS doen het beter omdat ze daar via het systeem van het kiesdistrict politici zelf moeten zorgen dat zij in hun eigen district worden gekozen. Ze liften dus niet mee op een obscuur lijstje dat door de partijleiding werd samengesteld op basis van volstrekt ondoorzichtige en ondemocratische methoden i.e. willekeur en bovenal vriendjespolitiek. Vergist u zich niet want dat is het: vriendjespolitiek.

 

2. Beperken van de reikwijdte van het regeerakkoord.

In coalitieland Nederland zijn akkoorden tussen regeringspartijen en soms gedoogpartijen over bepaalde aspecten van het te voeren beleid (soms zelfs de visie) onvermijdelijk. Het laatste akkoord besloeg 79 pagina’s en werd in een relatieve recordtijd uit onderhandeld, en vervolgens aan de 41 zetels tellende VVD fractie en de 38 zetels tellende PvdA fracties ter goedkeuring voorgelegd. Zij hadden hiervoor 2 uur en wat dacht u? Het werd binnen de daarvoor gestelde tijd unaniem goedgekeurd, zonder enig voorbehoud. Zonder last. Het was niet spannend. Niemand twijfelde eraan dat de fracties het zouden goedkeuren.

Binnen de Nederlandse cultuur geldt de regel “afspraak is afspraak.” Dus tenzij er hele schokkende dingen gebeuren, zijn de regeringsfracties strikt gehouden om zich gedurende 4 jaar aan de afspraken te houden. Ieder bedrijf die in de echte wereld opereert gaat geheid failliet als ze zo rigide opereren, maar voor de politiek geldt een andere werkelijkheid, een door henzelf gecreëerde virtuele werkelijkheid. In die wereld is niets zoals het lijkt.

Akkoorden kunnen wel maar zouden beperkt moeten worden tot enkele kernpunten en niet meer dan 3 pagina’s lang zijn. De lengte van deze column bijvoorbeeld!

 

3. Het debat is doodsaai.

Het debat in de Tweede Kamer is doodsaai en vreselijk indirect. Het is enkel en alleen te danken aan mijn held Geert Wilders dat het af en toe aantrekkelijk wordt en amusant. Hetzelfde geldt voor het 760 tellende EU parlement. Was het niet vanwege Nigel Farage, dan zou er geen hond kijken.

Hier een link [4]naar een briljant optreden van Ewald Stadler in het Oostenrijkse parlement. Zelf in dat land doen ze het met meer emotie, directer, en aansprekender. Het gedoe in Nederland, met geachte voorzitter dit en mevrouw de voorzitter, dat is dodelijk. De totaal onaansprekelijke van Miltenburg draagt verder bij aan saaie verhandelingen. Kom maar niet aan met de flauwekul dat het om de inhoud gaat, want dat gaat het al een jaar of 25 nauwelijks meer. Het is theater.  Als het dan toch theater moet zijn, maak het dan tenminste aantrekkelijk, inclusief levendige acteurs. Wilders is geweldig, maar hij kan het niet alleen.

 

4. Fractie en/ of partij discipline:

In het eerder genoemde doorwrochte stuk van Thomassen en Andeweg wordt uitgelegd waarom fractie discipline positief zou zijn en zij formuleren dat als volgt: ‘In het publieke debat wordt fractiediscipline veelal als onwenselijk voorgesteld. Deze zou afbreuk doen aan de zelfstandige positie van leden van de volksvertegenwoordiging en de relatie van individuele volksvertegenwoordigers met hun eigen specifieke achterban in de weg staan.  Deze negatieve waardering van fractiediscipline is allerminst vanzelfsprekend.’

Zij voeren aan dat mensen stemmen op een partijprogramma/c.q. een partij en dat individueel afwijkend stemgedrag van Tweede Kamerleden het vertrouwen in de keus voor die partij zou schaden. Deze redenering gaat mank op verschillende aspecten. Ten eerste, zoals wij vooral nu bij de VVD en PvdA hebben kunnen zien, beschouwen veel kiezers van die partijen zich bekocht. De VVD brak belofte na belofte en de PvdA verkwanselde alle sociaal democratische principes die de partij had gemaakt tot wat mensen dachten dat het was. Daarnaast is het juist vanwege de manier waarop kandidatenlijsten worden samengesteld, dat er in de Nederlandse politiek (met uitzondering van Pieter Omtzigt) totaal geen sprake meer is van een relatie van individuele volksvertegenwoordigers met hun eigen specifieke achterban. Democratie en volksvertegenwoordiging is een farce geworden. Een klucht. Een schijnvertoning. Theater. Fractie en partijdiscipline zoals dat nu invulling krijgt in de Nederlandse politiek is dodelijk. Het vergroot de spagaat tussen de burger (!) en de zogenaamde volksvertegenwoordigers. Hij kan welhaast niet groter, vandaar de enorme frustratie bij een (overgrote) meerderheid van de kiezers.

Bovendien zijn politieke partij structuren uit de tijd, zoals Wilders zo goed heeft begrepen. Dat gezeur van die vreselijke dinosaurus partijen dat alleen zij democratisch zijn. Van het ledenaantal van enkele tienduizenden, is een klein percentage actief (5%) en het is de toplaag van die 5% die uitmaakt wat goed en democratisch is binnen die partij.  Het is uit de tijd. Gebruik open verkiezingen. Gebruik social media. Gebruik je verstand.

 

5. Toegangsdrempels politieke partijen:

Wie wordt er nu Tweede Kamerlid? Behalve bij de PVV zitten er bij de meeste andere fracties in de Tweede Kamer uitsluitend beroepspolitici. Ik kan hun c.v.’s wel dromen. Ze deden doorgaans heel erg lang over hun vrij onbetekende studies, waren lid van dit of dat, idealiter van de jongeren afdeling van een partij, kwamen in besturen, gemeenteraden, werden wethouder en stroomden door in de wondere wereld van Griet Titulaar. Uitzonderingen hebben enkele jaren irrelevante “werkervaring” meestal in veilige publieke sector functies waar nooit iets bijzonders van hen werd verwacht.  Mark Rutte werkte enkele jaren bij Unilever op personeelszaken, Alexander Pechtold was 2 jaar veilingmeester (!) en Diederik Samsom verdiende zijn sporen als actievoerder bij Greenpeace.  Alleen bij de PVV zitten mensen die echt iets gedaan hebben in het normale leven, maar die worden met de nek aangekeken, niet alleen omdat ze tot de PVV behoren, maar ook omdat het geen beroepspolitici zijn. Ze zijn echter en dat past niet bij het soort dames en heren die hun leven lang uit de publieke ruif vraten en dat willen blijven doen tot de dag dat ze er dood bij neervallen: Loek Hermans, Ed Nijpels, Job Cohen, Sybrand Buma, Ed Nijpels, Hans Wiegel, Dries van Agt, Hirsch Balin, Jan Hein Donner, Roger van Boxtel, Thom de Graaf, Maxime Verhage, Frans Timmermans, Generaal Koenders, Ad Melkert.

En Geert Wilders, die is de uitzondering die de regel bevestigt.

Als u het blijft slikken, dan verandert er nooit iets, dan klagen uw kinderen en kleinkinderen straks net zoals u dat ze in een soort van ‘Animal Farm’ leven. Nu vind ik het leven en wonen op een echte animal farm heerlijk, maar zoals het beschreven werd door George Orwell is onmenselijk, voor mij zelfs ondragelijk:

Na een revolutie op een boerderij, waarbij de mensen verjaagd worden, nemen de varkens, die de doctrine van Animalisme hebben ontwikkeld en de revolutie hebben geleid, geleidelijk aan de touwtjes in handen op het bedrijf. Twee varkens, Napoleon en Sneeuwbal, raken verwikkeld in een machtsstrijd die in de uitwijzing van Sneeuwbal culmineert. Het leven op het bedrijf wordt harder en harder voor de rest van de dieren. De varkens leggen steeds meer controles aan hen op terwijl ze voor zichzelf voorrechten opeisen. Uiteindelijk is alles dat van de ‘Principes van Animalisme’ overblijft de regel dat “alle dieren gelijk zijn, maar sommige meer gelijk zijn dan andere.” Elke stap van deze ontwikkeling wordt gerechtvaardigd door propaganda. Met een groep wrede honden als stok achter de deur, drukt Napoleon zijn zin door en zorgt hij voor een gemakkelijk leven voor zichzelf. De varkens gaan op twee benen lopen. In de laatste scène van het boek bekijken de dieren de varkens en mensen, maar kunnen geen verschil meer zien.[5]

 Ik wens u sterkte.

Dr. Gert Jan Mulder

[1] http://dnpp.eldoc.ub.rug.nl/FILES/root/jb-dnpp/jb05/Thomassen.pdf

[2] http://www.volkskrant.nl/politiek/het-meest-gevoelige-lijstje~a641643/

[3] http://www.parlement.com/id/vituefrhhaq8/het_begrip_zonder_last_en_ruggespraak

[4] [4] http://www.youtube.com/watch?v=v2-e6_Bdzyc

[5] http://nl.wikipedia.org/wiki/Animal_Farm

Print Friendly
facebooktwittergoogle_pluslinkedinmail

Stop die Ebola vliegtuigen!

P1020045

Ze blijven massaal naar het Westen komen, de vliegtuigen uit die delen van Afrika waar het Ebola virus woedt. In Texas heeft zo’n Ebola vlucht al geleid tot besmetting van een verpleegster. Er was een Liberiaan overgevlogen. Hij is zelf inmiddels al dood. Ja, er waren fouten gemaakt.

Het evangelie van de open grenzen weegt kennelijk zwaarder dan de gezondheid van de wereldbevolking. We moeten vooral niet ‘panikeren’ zei minister Schippers gisteren. Nu, als er één reden is om te panikeren, dan is het wel wanneer ministers beginnen te zeggen dat we niet hoeven te panikeren.

Gisteren werd er in Madrid een heel vliegtuig geïsoleerd gehouden, omdat er een Nigeriaan aan boord was met verdachte verschijnselen. Nee, hij had het niet. Gelukkig. Geen paniek. Toch? Ik herhaal het nog maar eens: Geen paniek! Geen paniek!

Maar het was duidelijk dat men bij de overheid ondertussen weldegelijk aan het panikeren is. Wel vliegtuigen toelaten uit de Ebolagebieden, maar als iemand eventjes hoofdpijn krijgt, wordt het complete vliegtuig afgesloten. Kennelijk hebben ze er in werkelijkheid geen enkel vertrouwen in.

Het is dus ook duidelijk dat we van de overheden weer niet de echte waarheid verteld krijgen. Wanneer staat nu eens eindelijk de eerste bewindsvoerder op die voorstelt de Ebola vluchten te staken? Wanneer neemt het gezonde verstand het nu eindelijk eens over van de globaliseringsdwang?

 

Print Friendly
facebooktwittergoogle_pluslinkedinmail