Advies voor Geert Wilders

 

Door gastauteur ‘Tijl’

In een eerder artikel over de Nederlandse verkiezingen en de ‘overwinningsnederlaag’ van Geert Wilders schetste ik de opvallende parallellen tussen de politieke ontwikkelingen van de voorbije jaren en maanden in Vlaanderen en Nederland. Van politieke processen tot een politieke ‘schutkring’ (‘cordon sanitaire’), van ondoordachte uitschuivers en nodeloze provocaties tot de opkomst van ‘gefatsoeneerde’ concurrenten op dezelfde flank (de N-VA in Vlaanderen, Forum Voor Democratie in Nederland). Uit respect voor de moedige strijd die Wilders al jaren voert, waarschuwde ik voor mogelijke valkuilen. Mijn opiniestuk heeft wel wat reacties losgeweekt. Op een aantal daarvan wil ik graag ingaan.

De media

Het is me natuurlijk niet ontgaan dat Wilders in de mainstreammedia niet op veel sympathie hoeft te rekenen, om het zacht uit te drukken. Ook in Vlaanderen worden de redactielokalen van kranten, opiniebladen, de openbare omroep, massaal bevolkt door gelijkgestemden: ‘progressief’ (of dat denken ze toch), ‘verdraagzaam’ (zolang je het met hen eens bent), ‘weldenkend’, lekker politiekcorrect. Het gros stemt linksliberaal, rood of groen(links). En doet weinig moeite om dat te verbergen. De eigen overtuiging, hun heilige gelijk, hun bekeringsdrang druipt uit de voorspelbare krantencommentaren en van het scherm. Elke dag opnieuw. Wie buiten de lijntjes kleurt van wat de consensusjournalistiek en de gevestigde orde als oorbaar hebben verklaard, wordt verketterd en belandt op de virtuele brandstapel. Hoe ga je daar mee om? Wat doe je eraan? Het zijn vragen waar ook het Vlaams Blok/Vlaams Belang decennia mee heeft geworsteld. Ik kan begrijpen dat Geert Wilders er feestelijk voor bedankt op te treden voor een georganiseerde lynchpartij, maar systematisch debatten weigeren lijkt ook niet de beste optie. Dat wordt al snel uitgelegd als een teken van zwakte.

‘We kloppen erop’

“We vragen het Vlaams Blok alleen als we erop kunnen kloppen”, verklaarden Yves Desmet (toenmalig hoofdredacteur van de linkse inquisitiekrant De Morgen) en Guy Polspoel (jarenlang één van de bekende gezichten van de openbare omroep VRT) fier in een interview. Het was lange tijd de ongeschreven wet van kranten en omroepen. Ja, er werd wel eindeloos gepraat en gekletst over Het Vlaams Blok/Vlaams Belang, maar praten met het Vlaams Blok/Belang? Weinig. Heel weinig. De met Vlaams belastinggeld betaalde Openbare Omroep goot die mediaboycot zelfs in een officiële beleidsnota. Daarin stond letterlijk te lezen: “De VRT vindt het verantwoord dat vertegenwoordigers van het VB niet aan bod komen in nieuwsuitzendingen, debatten  en politieke – inclusief parlementaire – verslagen.” Die bedenkelijke beknotting van de vrije meningsuiting werd door toenmalig omroepdirecteur Bert De Graeve gemotiveerd met de oneliner ‘het is niet de taak van een openbare omroep om extremisten een toeter voor te houden’.  Intussen schoven ze die megafoon wel onder de neus van volbloed ‘democraten’ als Dyab Abou Jahjah…  Ook de zelfverklaarde kwaliteitskrant ‘De Standaard’ bediende zich (onder leiding van Peter Vandermeersch, de man die nu NRC om zeep mag helpen) jarenlang van dezelfde dubbele moraal. Opiniestukken van gekozen volksvertegenwoordigers van het Vlaams Blok/Belang werden bij voorbaat verticaal geklasseerd. Abou Jahjah – beroepsprovocateur, would-be-jihadist en multicultureel pyromaan (dixit Afshin Ellian) – kreeg daarentegen een betaalde column. Tot hij als antisemiet door de mand viel en De Standaard, na een golf van kritiek, hun columnist de deur moest wijzen.

Pim Fortuyn en Dewinter

De mediaboycot tegen het Vlaams Blok zou jaren geleden leiden tot een memorabel en vermakelijk televisiemoment. Kort voor de verkiezingen en vlak voor zijn dood werd Pim Fortuyn bij de VRT aan de tand gevoeld door Walter Zinzen, de vleesgeworden politieke correctheid. Die zou Fortuyn wel even de oren wassen. Dat pakte even anders uit. “Lijk ik nou een beetje op jullie Filip Dewinter?”, vroeg Fortuyn aan het eind van het interview. “Ik zou het niet weten,” moest Zinzen toegeven, “ik heb er nog nooit mee gesproken.” Waarop Fortuyn, met geveinsde verbazing en een licht-sardonisch lachje: “Maar meneer, wat zegt u nu? Die man heeft in Antwerpen wel meer dan 30% van de stemmen. En daar praat u niet eens mee. Vindt u dat democratisch?” Zelden stond de openbare omroep zo pijnlijk met de billen bloot.

Maar een echt keerpunt in de mediahetze kwam er niet. Integendeel. De muilkorf werd nog strakker aangetrokken. Politieke reclame werd verboden of sterk aan banden gelegd, de uitzendingen en verkiezingsspots voor politieke partijen van de kabel gehaald. De commerciële omroep VTM werd – na een interview met het Vlaams Blok – door een VRT-journaliste publiek terechtgewezen en gebrandmerkt als ‘de bevriende zender’ en zou voortaan braaf in de pas lopen. Het Vlaams Blok/Belang werd doodgezwegen. Kopstuk Filip Dewinter zag maar één middel om de mediaboycot te doorbreken: harde, polariserende uitspraken. Dat lukte. Maar eens je in die spiraal zit, moet je steeds straffere uitspraken doen. Wat – tot groot jolijt van het mediawereldje – ook gebeurde. Uitspraken hoefden niet eens meer verknipt te worden, de beelden spraken hun eigen taal en de opgeblazen verontwaardiging in pers en politiek deden de rest. De partij trapte in de val en bevestigde daarmee zèlf alle clichés uit de goed gevulde trommel. Het applaus beperkte zich steeds meer tot de smalle schaar hardliners, mensen die je niet meer moet overtuigen. Brave Vlamingen die in het verleden vaak met toegeknepen neus voor het Vlaams Blok hadden gestemd én nieuwe potentiële kiezers zouden in dichte drommen hun toevlucht zoeken tot de N-VA. Die kaartte weliswaar dezelfde gevoelige thema’s aan, maar deed dat toch iets handiger. Genuanceerd. Verstandiger.

Lees verder >>

Tweet about this on TwitterShare on FacebookPrint this pageEmail this to someone

Zetelroof: Democratie of staatsrecht?

Door gastauteur Victor Onrust

Historicus Geerten Waling schreef “Zetelroof – fractiediscipline en afsplitsing in de Tweede Kamer 1917 – 2017” Hij steekt daarbij de eigen mening over het verschijnsel niet onder stoelen of zetels. Voor een historische beschouwing misschien niet heel voor de hand liggend maar op zich geen bezwaar. Integendeel, op deze wijze kan het leiden tot het broodnodige debat over onze democratie.

De invalshoek is in eerste instantie staatsrechtelijk. Een paar citaten (172-173):

De gedachte van Spekman, Terlouw, Arib en Plasterk is duidelijk: men stemt op een partij, niet op een persoon. Dit is een hardnekkig misverstand. Constitutioneel is dit eenvoudig te weerleggen. De kiezer stemt immers op een specifieke naam op een lijst. Het mandaat wordt verstrekt door de kiezer, voor de termijn van vier jaar … aan een individuele kandidaat. Eenmaal verkozen, stemmen de leden van de Staten Generaal niet alleen zonder last (art. 67, lid 3 GM’), maar vertegenwoordigen zij ook ‘het gehele Nederlandse volk’ (art. 50 GW). Het moge zo zijn dat sinds ruim een eeuw de vertegenwoordiging wordt gerekruteerd, geselecteerd en georganiseerd door vereni­gingen (partijen), maar die kunnen staatsrechtelijk geen enkele aanspraak maken op een zetel.

De bekende vraag ‘Op welke partij stem jij eigenlijk?’ … berust dus op een misvatting van hoe vertegenwoordiging in Nederland geregeld is. … dat zelfs een partijvoorzitter en de voorzitter van de Tweede Kamer zich hier geen rekenschap van lijken te geven is ronduit kwalijk. De staatsrechtelijk troebele redenering neemt niet weg dat die interpretatie breed wordt gedeeld in de Nederlandse samenleving. Ongetwijfeld denken veel mensen dat zij op een partij stemmen, waarbij zij kiezen voor de nummer één op de lijst. Zij zijn zich er mogelijk niet van bewust dat zij een mandaat geven aan een individuele volksvertegenwoordiger.

Maar er zijn ook inhoudelijke argumenten (p186 -188) :

Kortom, partijen zijn de vorm waarin Nederland politiek bedrijft. In het steeds weer oplaaiende debat over een wettelijke erkenning van politieke partijen — ongeacht of dit ter legitimering of juist ter beperking zou moeten zijn — komt het fenomeen van de zetelroof nauwelijks aan de orde. Dat houdt ook in dat het vrije mandaat zelden ter discussie staat. Dat is maar goed ook, omdat juist dit vrije mandaat tegenwicht biedt aan de partijmacht.

Talloze denkers in de traditie van Michels en Ostrogorsky leren ons dat we op onze hoede moeten zijn voor machtige partijorganisaties. Ter bevestiging van hun theorieën spreekt de geschiedenis van de twintigste eeuw, doortrokken van communisme, fascisme en nationaalsocialisme.

De partij als achterhaald vehikel van de democratie

Er zijn dus allerlei mogelijkheden om politieke partijen te verankeren in ons staatsrecht en zelfs om het individuele mandaat op te heffen — en herhaaldelijk zijn daartoe verzoeken gedaan. Wel zal het moeilijk zijn de voordelen te doen opwegen tegen de nadelen. Een situatie zoals in Rusland, waar dwarsliggers in de Doema eenvoudig door hun partij kunnen worden vervangen door jaknikkers, staat immers haaks op de sterke traditie van individuele vertegenwoordiging, verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid(-).

 

Partijmacht is kennelijk iets slechts. Elders en ook op Twitter geeft hij als inhoudelijk argument dat door het huidige systeem een fractie steeds meer uit grijze muizen bestaat. En dat er daarmee weinig ruimte is voor nieuwe ideeën. Maar zijn argumenten  zijn suggestief. Een zorgvuldige afweging van voor en tegen ontbreekt.

De grote aandacht voor staatsrechtelijke argumenten verduistert de discussie en trekt die nog verder scheef in de richting van een verdediging van de zetelroof. In de historische beschrijving van de verschillende voorstellen voor de inrichting van het parlementaire stelsel worden de verschillende inhoudelijke visies wel besproken en tegenover elkaar gezet. Maar juist bij de huidige stand van zaken ontbreekt een evenwichtige discussie en krijgt het het karakter van partijbashing.

Lees verder >>

Tweet about this on TwitterShare on FacebookPrint this pageEmail this to someone

Een dame spreekt zich uit voor Thierry Baudet, romanticus van de eeuw

Door gastauteur Alberdina

Sinds hij zijn verwantschap op The Post Online, en nu als lid van de regering, voor de ‘enge’ ‘versiercoach’ Julien Blanc uitsprak, valt sodeju het halve land over Baudet heen. Oftewel weldenkend Nederland op de Twitter tijdlijn. Want de strekking in de versiercursus van monsieur Blanc zou zijn dat de man voor alles gaat; hij zou de vrouw geen eigen seks gunnen, geen zelfbevrediging als valleispel, bef noch tong. Neen, ze wil alleen een ‘echte’ keiharde paal. Zo ‘n knoeperd die je overmant en toegewijd de deur in draagt, en je van top tot teen doet.

Tot mijn verbijstering wordt monsieur Baudet nu door het slijk gehaald en is de man van de versiercursus Julien Blanc persona non grata in ons Nederland, terwijl het boek ‘Vijftig tinten grijs’ met vrouwen als seksslaven aanbeden massaal verkocht werd. Dat is pas rode oortjes; het Mom Porn grijze tinten boek met veel SM machtspellen welke door hitsige huisvrouwen werd geconsumeerd, en nooit verboden werd. Het zinderende boek ‘Elf minuten’ van Coelho stond vol met educatief SM, en daarvoor het wereldberoemde ‘Lady s Chatterley s minnaar’, en het bij ons thuis zo geliefde ‘Mieke Maaikes obscene jeugd’ van de stoute literator Louis Paul Boon. Allemaal bazige seks, hij of zij, en macht en onmacht en zeker niet verboden. Nog niet, want de nieuwe preutsheid komt eraan.

En is het dan een onzinnig idee dat onzekerheid bij vrouwen moet worden aangewakkerd? Het is juist andersom; de onzekere mannen moeten weer zekerheid bekomen om hen slagingskans te gunnen in de liefde.

Zijn de aardige mannen van nu niet een beetje bang voor de huidige vrouw? Terecht, de vrouw heeft hem niet meer nodig. De mannen zullen dat natuurlijk nooit bekennen, en dat komt ook best overeen met het pleidooi van Baudet. Want de cursus Vrouw Versieren van monsieur Blanc is immer volgeboekt, en heus niet alleen met nerds.

Doorsnee vrouwen zijn berekend, en bezitten een kleine gunfactor. Zelfs je allerbeste vriendin, kan zo maar uitpakken en heur afgunst niet meer verhullen wanneer het al te goed gaat met haar bloedeigen vriendin. Die kleine gunfactor begint al op de kleuterschool. De meeste meisjesgroepen zijn net een koninkrijkje met aan het hoofd een koningin”, de queen bee. Zij bepaalt wie erbij hoort en wie niet. En omdat een koningin niets is zonder onderdanen, dirigeert ze een aantal meisjes die erbij willen horen, de meelopers of wanna-bees.

Ook bij machtsspelletjes zijn vrouwen anders dan mannen. ‘Mannen zijn rechtuit en loyaal’. Ze laten duidelijk merken dat ze iemand wel of niet mogen. Vrouwen pakken het veel subtieler, lees valser, aan. Queen Bee vrouwen manipuleren en weten hoe ze anderen moeten inpakken. Als ze pesten, doen ze dat geniepig én buiten het zicht van mannen. Wanneer ze vernederd zijn, schaden ze even makkelijk iemands reputatie door bijvoorbeeld laster te verspreiden. Vooral onbevangen mannen zullen deze manipulatie niet herkennen, zijn te ijdel, en bewonderen de pittige, charmante Queen Bee vrouwtjes, totdat ze zelf de dupe van hun schatje worden.

Dit spel van aantrekken en afstoten speelt ook bij de de borderliner, de ziekelijke versie van de Queen Bee. Borderliner wordt toevallig veel vaker bij vrouwen geconstateerd dan bij mannen. In de achttiende eeuw bestond al reeds deze hysterische dameskwaal, spleen genoemd. Schrijver, wereldverbeteraar Frederik van Eeden schreef er al fiks psychologisch en filosoferend over in het schitterende boek ‘Koele meren des doods’. Psychiater van Eeden, wenste indertijd niet alleen als romanticus en wereldverbeteraar een nieuwe maatschappij, maar bracht dat met de kolonie Walden ook tot stand. Tussendoor viel hij vermaarde domineedichters kritisch aan. Zijn bundel Grassprietjes verscheen, vol spottende verzen tegen de al te vaderlandslievende dichters van de negentiende eeuw.

En zo zijn we weer bij de romanticus van deze eeuw, Thierry Baudet, beland.

Tweet about this on TwitterShare on FacebookPrint this pageEmail this to someone

VLAAMSE LESSEN VOOR GEERT WILDERS EN DE PVV

Door gastauteur ‘Tijl.’

(De auteur is journalist in Vlaanderen en durft gezien angst voor baanverlies alleen anoniem te reageren.)

 Wilders: gewonnen en toch verloren. Rutte: verloren en toch gewonnen. Zo zou je het wat onverwachte resultaat van de Nederlandse verkiezingen rudimentair kunnen samenvatten. In EU-kringen, mainstreammedia en het politieke establishment in binnen- en buitenland klinken luide triomfkreten en wordt weer opgelucht adem gehaald. De gevreesde ‘patriottische lente’ of ‘populistische revolutie’ blijft nog even uit. En dus moeten Wilders – en zijn politieke vrienden in Europa – zich dringend bezinnen. Over hun standpunten, hun strategie,  hun communicatie.

Als Vlaams journalist volg ik de Nederlandse politiek al jaren met bijzondere belangstelling. Vanuit mijn uitgebreide ervaring met het politieke bedrijf in België zie ik daarbij vaak opvallende gelijkenissen in de politieke ontwikkelingen van de voorbije jaren. Vooral in de strategie van – en ook tégen – partijen die ‘rechts’ van het centrum opereren: in Vlaanderen zijn dat de N-VA van Bart De Wever en het Vlaams Belang met als eeuwig boegbeeld Filip Dewinter.

In dit opiniestuk schets ik een persoonlijke – en wellicht onvolledige – analyse van de ‘overwinningsnederlaag’ van Geert Wilders. Wijs ik op de valkuilen en wolfsklemmen die op zijn weg liggen en die hij in de toekomst misschien beter kan vermijden.

Waar liep het fout?

‘De overwinning telt vele vaders, de nederlaag is doorgaans een weeskind’. U kent het gezegde. Akkoord, 20 zetels (+ 5) is lang niet slecht, maar voor Wilders en zijn trouwe aanhang moet de tegenvallende eindscore ongetwijfeld een bittere ontgoocheling zijn. Waarom ging het op de valreep mis?  Op een aantal nuchtere vaststellingen zal ik niet te diep ingaan. Ook al omdat anderen dat al doen of deden. Bij oorzaken die naar de kern van het probleem gaan, sta ik graag wat langer stil.

  1. Te vroeg gepiekt

Een jaar geleden nog werden 40 zetels in het vooruitzicht gesteld. De buit leek al binnen, maar daar mag je in de politiek nooit van uitgaan. De prijzen worden uitgedeeld aan de eindmeet. Wilders heeft zijn procesbonus niet kunnen verzilveren. Daarvoor kwamen de verkiezingen wellicht te laat.

  1. Te weinig aanwezig in debat en campagne

Facebook en Twitter zijn leuke ‘tools’ om je trouwe kiezers te bereiken, maar met sociale media alléén win je geen verkiezingen. Wegblijven van de straat of het studiodebat, ook als daar goede redenen toe zijn, wordt gemakkelijk uitgelegd als een gebrek aan moed of een geloofwaardig alternatief.

  1. ‘Coole premier’ of ‘dwaze extremist’…

De verkiezingen werden in de media herleid tot een tweestrijd tussen Mark Rutte – ‘de standvastige premier die het hoofd koel houdt’ – en Geert Wilders – ‘de extremist die onze democratie bedreigt’. Die framing, die karikaturale tweedeling tussen ‘goed’ en ‘kwaad’,  heeft geleid tot een massale mobilisatie en heel wat kiezers uiteindelijk aangezet tot een ‘veilige’ stem.

  1. Met de hulp van Erdogan

Het is duidelijk dat de diplomatieke rel met Turkije het ultieme zetje in de rug was dat de VVD nodig had om de grote doorbraak van de PVV alsnog te verhinderen. Dat Wilders met een spandoek duidelijk maakte dat de politieke stoottroepen van Erdogan niet welkom zijn in Nederland, werd handig opgepikt door een sluwe Mark Rutte. Die liet de ministeriële pyromanen  uit Ankara zonder pardon,  manu militari, weer de grens overzetten. Met grote instemming van media en kiezers.

De diplomatieke rel en de opgefokte verontwaardiging van Erdogan nam Rutte er graag bij. De honderden demonstranten die met Turkse vlaggen stonden te zwaaien, begeleid door stenen en ‘Alah-u-akbar’-kreten, mogen dan wel het gelijk van Wilders aantonen, maar het was Rutte die er met de electorale buit vandoor ging. Dat diezelfde Rutte, in welwillende collaboratie met Angela Merkel, een geheime deal heeft afgesloten met Erdogan om jaarlijks 250.000 ‘vluchtelingen’/‘asielzoekers’/illegale immigranten over te nemen, werd door het Duitse blad Die Welt enkele dagen voor de verkiezingen van 15 maart onthuld, maar door de media in Nederland (en België) onder de mat gehouden. En door Wilders onvoldoende uitgespeeld…

  1. ‘Cordon sanitaire’

We komen stilaan tot de kern van de zaak… Het ziet er naar uit dat de traditionele partijen in Nederland het Belgische ‘cordon sanitaire’ hebben geadopteerd. Die vanuit democratisch oogpunt hoogst bedenkelijke, maar politiek succesvolle strategie om bij voorbaat elke samenwerking of coalitie met het ‘extreemrechtse’ Vlaams Blok (later Vlaams Belang) uit te sluiten, zou ongekende voordelen bieden. In België verzwakte het de onderhandelingspositie van de Vlamingen aanzienlijk en verzekerde het de socialisten (niet alleen de corrupte Waalse Parti Socialiste, maar ook de ‘Vlaamse’ SP.a) jarenlang, zuiver mathematisch, van regeringsdeelname. Wàt er ook gebeurde. Daarnaast maakte de politieke schutkring het ook mogelijk om die geduchte concurrent weg te zetten als iemand ‘die geen verantwoordelijkheid neemt’ (tja…), ‘die geen oplossingen voor de problemen biedt’ maar gewoon ‘wat aan de kant staat te roepen’ (of twitteren). Bovendien creëerde het bij de kiezer de op termijn nefaste perceptie dat een stem voor hen “een weggegooide stem” is. (Alsof je alleen in de regering wat kan bereiken. Mocht dat zo zijn, dan heb je geen oppositie meer nodig…)

De hamvraag is nu hoe Wilders en de PVV met deze situatie – het feitelijke cordon – zullen omgaan. Of  zij hun tegenstanders in pers en politiek zèlf de argumenten geven (of blijven geven) om het cordon sanitaire te rechtvaardigen en in stand te houden…

  1. Kortstondig applaus of doordachte lange-termijn-visie

“Geert heeft de juiste thema’s aangekaart maar  wellicht niet altijd de juiste toon gevonden.  De mensen willen wel een duidelijke boodschap, maar geen harde toon.” Dat zegt Frauke Petry, de met Wilders politiek verwante voorvrouw van de rechts-conservatieve/rechts-nationale AFD (Alternatieve Für Deutschland). Nu is er in het verleden al heel veel gezegd en geschreven over ‘de toon van het debat’, maar ik vrees dat Petry wel een punt heeft.

Wat de media en de traditionele partijen in hun politiekcorrecte blindheid ook mogen beweren, niét economie, maar immigratie, integratie, islam en identiteit zijn dé thema’s die de toekomst van Nederland, Vlaanderen, Europa, het Vrije Westen zullen bepalen. Het komt er dan ook op aan die thema’s  op de agenda te houden, juist te verwoorden. Kernachtig. Doordacht. Zonder overdrijving. Zonder domme uitschuivers en nodeloze provocaties. Want, laten we eerlijk zijn, wat schiet je daar mee op? Buiten wat (voorspelbare negatieve) media-aandacht en applaus bij de eigen achterban. Maar, wat heb je aan kiezers die al overtuigd zijn? Het komt er op aan nieuwe kiezers over de streep te trekken, toch?

“Waar zit de poen van uw pensioen? In de pocket van Mohammed!”, riep Filip Dewinter jaren geleden op een verkiezingscongres van het Vlaams Belang. Het enthousiaste applaus van het publiek streelde ongetwijfeld het ego van Dewinter, maar zijn uitschuiver of bewuste provocatie kostte de partij wel (tien) duizenden stemmen. In 2014 zou Dewinter zijn stunt nog een keertje overdoen. Én aandikken: “Niet de vergrijzing is het probleem, maar de verbruining!” Het Vlaams Belang mocht meteen zijn dure verkiezingscampagne opbergen en trok als aangeschoten wild naar de stembus. De ‘racisme’-kreten waren niet uit de lucht en de uitspraak werd in elk debat gretig weer uit de kast gehaald. Zo duwde Dewinter de partij zèlf in de hoek waar de anderen hen graag hadden. Het Vlaams Belang stuikte in elkaar en haalde met de hakken over de sloot de kiesdrempel (5%).

Dom, dom, dom. Ik vraag me al langer af waarom populaire, veelbelovende ‘rechtse’ partijen of kopstukken keer op keer in eigen voet schieten. Hoe ze er in slagen om media en traditionele partijen nog extra munitie te leveren om hen als ‘racisten’ en rechtse extremisten te brandmerken of af te knallen…

Je hoeft geen diehard-fan van Wilders te zijn, om bewondering op te brengen voor zijn politieke moed. Voor het slopen van taboes en heilige huisjes (of boeken). Maar een ‘kopvoddentaks’? Een ‘Koranverbod’? Hm. Is dat echt nodig? Verstandig? Haalbaar? Wenselijk? Nu valt er – jazeker – heel wat te zeggen over het van haat en geweld druipende boek van de islam. Maar een ‘Koranverbod’? Natuurlijk roept je tegenstander dan ‘of er straks een Koranpolitie komt’ die huiszoekingen gaat doen om het boek in beslag te nemen en zo mogelijk op de brandstapel te gooien. ‘Niet? Oh, dan hebben we dat verkeerd begrepen. U belooft zo maar wat!’ (Rutte in debat met Wilders). Daar sta je dan.

Stel je jezelf en de partij niet nodeloos kwetsbaar op met te concrete voorstellen? Over een Nexit (‘de chaos’, roepen tegenstanders dankbaar), of een moskeeverbod (‘in strijd met de godsdienstvrijheid’). Net zoals het voormalige Vlaams Blok destijds in de val trapte met zijn omstreden ‘70-puntenplan’? Waarmee het zijn politieke tegenstanders wellicht de pap in de mond gaf voor een juridische veldslag. Waarom zou je het je vijanden makkelijk maken?

  1. Zweeppartij of volwassen volkspartij?

Na de veroordeling in een politiek proces – op juridisch uiterst twijfelachtige gronden – scoorde het Vlaams Blok zijn laatste grote overwinning (2004). Met 1 op 4 stemmen, werd het voor even de grootste partij in Vlaanderen. Maar de partij liet de unieke gelegenheid liggen om zich om te vormen van radicale zweeppartij tot volwassen beleidspartij. Iets wat het Franse Front National onder Marine Le Pen blijkbaar wel is gelukt. Le Pen bevrijdde zich van extremistische smetten (papa incluis!) en hoedt zich voor contraproductieve uitlatingen. Met succes.

“Wij blijven vuil genoeg om aantrekkelijk te zijn voor het volk,” verklaarde Gerolf Annemans met enige grootspraak na het proces. Bart De Wever zag zijn kans en dook met de N-VA in het immense gat dat gaapte tussen het politieke centrum en uiterst rechts. Het vervolg is bekend. De N-VA kaapte niet alleen de thema’s van het Vlaams Belang, maar pikte ook zijn kiezers in. Die vonden het Vlaams Belang intussen te vuil om nog aantrekkelijk te zijn en vielen als een ‘blok’ voor de gefatsoeneerde versie. Met een klare maar beschaafde  boodschap. Over dezelfde thema’s: immigratie, integratie, islam, criminaliteit. De N-VA is vandaag de grote volkspartij die het Vlaams Belang had kunnen zijn of kunnen worden.

Ook de PVV staat vandaag (of morgen) voor die fundamentele keuze: eeuwige protestpartij of volwaardige alternatief? Brede volkspartij of gewillige boksbal? Bereid om te regeren of veroordeeld tot onmondig fenomeen in de machteloze marge van de politiek?

De partij zal zich moeten bezinnen over de eigen standpunten en de communicatie. ‘Minder, minder, minder’? Echt. Moet dat nou?

Wie mikt op goedkoop applaus van trouwe kiezers, dreigt de twijfelaars van zich af te stoten. En weg te jagen naar de concurrentie. Die is er nu, voor het eerst. Met de komst van Thierry Baudet in de Tweede Kamer  – sympathiek, intelligent, met de nodige zin voor humor en zelfspot –  krijgt Wilders plots geduchte concurrentie op de rechterflank.

Neen, de PVV is niet dood of afgeschreven.  Het zou ook voorbarig zijn om Baudet nu al te vergelijken met De Wever en het ‘Forum Voor Democratie’ met de N-VA. Maar de parallellen tussen de politieke ontwikkelingen van de voorbije jaren en maanden in Vlaanderen en nu in Nederland zijn opvallend. Te frappant om zomaar naast zich neer te leggen.

Dat Nederland niet veel goeds moet verwachten van de koppige ‘meer van hetzelfde’-houding die het gevestigde partijkartel van liberalen, christendemocraten, socialisten en groenlinkse Gutmenschen nog altijd predikt – méér immigratie, méér asiel, meer islam, meer EU -, staat wel vast. Vraag is of Wilders (en Baudet) straks een overtuigend antwoord, een aantrekkelijk alternatief, een uitweg uit het moeras kunnen bieden. Het worden nog spannende tijden. Ook voor een kritische Vlaamse waarnemer…

Tweet about this on TwitterShare on FacebookPrint this pageEmail this to someone

PVV bashers als Meindert Fennema willen het echte gevaar niet zien

Meindert Fennema. Bron wikiportret.nl. Foto Jose Marie van der Ende

Door gastauteur Ton van Kesteren, fractievoorzitter PVV Groningen

Het artikel van politicoloog, publicist en Wildersbasher Meindert Fennema “Ik ben radicaal geweest” in het Dagblad van het Noorden (DvhN) van 22 februari jl. had beter kunnen worden voorzien van de titel “Ik ben nog steeds radicaal”. Fennema uit zich namelijk nog steeds als de radicale communist die hij zegt te zijn geweest. In zijn artikel schildert hij zijn politieke tegenstander de Partij voor de Vrijheid (PVV) namelijk af als een partij van en voor racisten die de rechtsstaat af wil schaffen.

Een gebruikelijke methode in extreem en radicaal linkse kringen om af te rekenen met andersdenkenden.

Ook het DvhN laat zich niet onbetuigd en kopt in hetzelfde artikel met grote letters “PVV-programma leidt tot etnische zuiveringen”. En in het opiniestuk “Samen sterk tegen opkomend fascisme” van Aik Meeuwse in deze krant (24-02-2107) wordt een politieke beweging gestigmatiseerd die juist waarschuwt voor intolerantie en het hedendaagse islamofascisme.

Iedereen met gezond verstand (ook bij het DvhN) weet dat de PVV niet is wat continu wordt beweerd en gesuggereerd.

Het is jammer dat het DvhN artikelen of berichtgeving van of over de PVV graag overgiet met een subtiel en tendentieus anti-PVV sausje.

Berichtgeving die daardoor meer lijkt op opinievorming dan op objectieve journalistiek. Als het de PVV betreft, beperkt men zich in de regel niet tot inhoudelijke berichtgeving die bijvoorbeeld de werkelijkheid en/of het gelijk van PVV bevestigt, maar komt men met berichtgeving die insinueert, stigmatiseert, stemming maakt, en accenten legt die weinig met het oorspronkelijke bericht te maken hebben. Nog liever het land, onze vrijheid, onze veiligheid en onze welvaart naar de knoppen dan het gelijk van PVV erkennen of bevestigen.

De wal zal het schip doen keren. Burgers zullen op den duur, geheel terecht, alleen nog maar internet en de social media gaan vertrouwen waar het nepnieuws van de mainstream media (denk alleen maar aan de zogenaamde zegeningen van de multiculturele samenleving en de EU of het vredelievende karakter van de islam) vakkundig wordt weerlegd.

Er is namelijk iets verschrikkelijks gaande in Europa en het is slechts een kwestie van tijd dat de politiek, maar zeker ook de journalistiek daar niet meer omheen kunnen. De opkomst van partijen als de PVV vergelijken met het opkomend fascisme in de jaren ‘30 en ‘40 van vorige eeuw is een stuitende en kwaadaardige verdraaiing van de hedendaagse situatie. Als men dan toch die zwarte periode uit de geschiedenis wil gebruiken waaruit lering kan worden getrokken, dan zou eigenlijk de opkomst van het huidige islamofascisme in historisch perspectief en het historisch besef moeten worden geplaatst. Het opkomend fascisme in de jaren ‘30 van de vorige eeuw en de gevolgen ervan (de Holocaust en de Tweede Wereldoorlog) vindt zijn weerspiegeling in de sterke opkomst van het islamofascisme gedurende de laatste decennia.

Het opkomend islamofascisme zal uiteindelijk leiden tot vervolging van christenen, joden, homo’s en andersdenkenden. Dat leert ons de geschiedenis. Links gebruikt bij voorkeur de jodenvervolging (moslims zijn dan zogenaamd de nieuwe joden), terwijl deze vergelijking volstrekt onjuist, abject, zeer huichelachtig en zelfs gevaarlijk is.

Niet de boodschappers en bestrijders van toenemende intolerantie en het opkomend islamofascisme zijn het kwaad, maar de islamofascisten en de verantwoordelijken die dit alles laten gebeuren, die wegkijken, het zelfs faciliteren.

Het besef van de echte realiteit in het hedendaagse Europa zou eindelijk eens door moeten dringen bij de verantwoordelijke politici, regeringsleiders en media, opdat een ramp als in de jaren ‘30/’40 van de vorige eeuw kan worden voorkomen.

Tweet about this on TwitterShare on FacebookPrint this pageEmail this to someone

Waarom de PVV op 15 maart 2017 nog niet de grootste werd

De PVV van Geert Wilders won 5 zetels in de peilingen, maar voldeed met 20 zetels niet aan de verwachtingen van zowel PVV fans – zoals ik – als ook de grote anti PVV lobby. Vooral niet als je bedenkt dat de PVV twee jaar lang op de eerste plaats stond in de peilingen, en zelfs op 42 virtuele zetels heeft gestaan.

Velen voor mij hebben zich in korte tijd uitgelaten over de mogelijke factoren die hierbij een rol hebben gespeeld. Deze houden vooral verband met het feit dat Wilders vrij onzichtbaar was in de campagne, enerzijds uit veiligheidsoverwegingen, anderzijds uit eigen vrije keuze van de PVV leider, het feit dat de partij nog steeds geen leden partij is geworden, het gegeven dat main stream media (links) en dus anti Wilders en anti PVV is, en het feit dat de beleidsuitgangspunten en de manier waarop deze worden ingenomen en verwoord door velen ongenuanceerd worden genoemd. De uitsluiting door de meeste partijen van regeringsdeelname door de PVV, was met name van de zijde van de VVD en Rutte tactisch slim en effectief en tot slot werkte de Turkije rel enkele dagen voor de verkiezingen vooral in het voordeel van de “heldhaftige” minister president Rutte, de leider der natie.

En toch ben ik van mening dat niet de diepere oorzaken zijn waarom de PVV nog niet de grootste en meest invloedrijke partij werd deze keer, op dit moment en in de huidige context.

Naar mijn mening heeft het alles te maken met het gegeven dat de partijstandpunten op alle belangrijke dossiers nog niet ten volle door de kiezers worden begrepen. Ik kies er drie.

Het gevaar van de islam en de islamisering
In gesprekken met mensen merk ik telkens weer dat wanneer het gesprek over moslims en islam gaat, dat mijn gesprekspartners vrijwel altijd heel weinig kennis bezitten over de islam. Ze komen niet tot diepere inzichten, geloven dat het gewoon een godsdienst is en kennen doorgaans een aantal moslims waar helemaal niets mis mee is. Ze lazen nooit een boek (Marked for death, Geert Wilders, The suicide of reason, Lee Harris of Waarover men liever niet spreekt, Wim van Rooy). Kijken niet naar Youtube filmpjes van o.a. Pat Condell – en legio anderen –  keren hun hoofd af wanneer IS terroristen wandaden plegen tegen vrouwen, homo’s of andersdenkenden. Hebben nooit gehoord van de onderzoeken van prof. Koopmans (Humboldt Universiteit, Berlijn),  lezen niet de columns van professor Afshin Ellian, vinden de uiteenzettingen en analyses van professor Paul Cliteur en Syp Wynia ingewikkeld, en bleven vooralsnog hangen in de eenvoud van de platitudes van main stream media, over het geloof van de vrede, over de veronderstelde geringe omvang van radicale en echt gevaarlijke moslim terroristen en stellen zich gerust met het gegeven dat Nederland behoudens de aanslag op Theo van Gogh nog nooit werd geconfronteerd met islamitische terreur aanslagen, zoals zoveel andere landen, maar dat zelfs daar deze terreur daden doorgaans worden gezien als relatief geïsoleerde incidenten (lone wolves).

De veronderstelling dat verdergaande islamisering een bedreiging zal betekenen van de vrijheid en alles waar Nederland voor staat, zoals verwoord door Geert Wilders, delen ze nog niet. Begrijpen het nog niet. Zien het nog niet.

Daarom begrijpen en delen ze ook de voorgestelde maatregelen, zoals het sluiten van moskeeën, het sluiten van grenzen voor moslim immigranten of het verbieden van de verkoop van de koran niet.

Nexit, of het vaarwel zeggen tegen de EU
Jarenlang werd mensen voorgehouden dat integratie van Nederland met en in EU verband alleen positief was voor ons land, gelet op de open economie, gegeven de globalisering, gelet op het feit dat 1,5 miljoen mensen hun dagelijkse boterham verdienen met de handel met andere EU landen, dat wij de problemen en uitdagingen op het terrein van klimaatverandering, terreurbestrijding, economische samenwerking en integratie en immigratie problematiek niet kunnen oplossen op eigen kracht en afhankelijk zijn van samenwerking met andere landen en dat daarvoor de EU de geëigende organisatie is.

Het begrip en de noodzaak van soevereiniteit (zelfbeschikking) voor een natie/land of een verondersteld gebrek aan democratisch gehalte van de EU en haar besluitvorming is de meeste mensen te vaag. Te abstract. De volksvertegenwoordigers in het EU parlement zijn toch allemaal democratisch gekozen, dus wat zeur je dan?

De bezwaren van onder andere de PVV met betrekking tot de EU en het verlies van soevereiniteit, waarbij wij niet langer zelf kunnen beslissen over wie er toegelaten wordt en wie niet, het economisch beleid, begrotingsbeleid en pensioenwetgeving zijn voor heel veel mensen “de ver van mijn bed show”.

De toekomstige gevolgen van een onvermijdelijke voortgaande politieke Europese integratie, voortgaand verlies van rechten op zelfbeschikking, onophoudelijke oplopende financieringslasten van de unie (o.a. door Brexit), de transferunie, waarbij de rijkere landen zoals Nederland en Duitsland steeds meer bijdragen aan de welvaart van de armere landen, zowel in het zuidelijke deel van Europa als ook in het oostelijke deel (inclusief Oekraïne), wordt onvoldoende gevoeld en begrepen.

De Euro
De PVV bepleitte al in februari 2012 voor het uittreden van Nederland uit de muntunie en een terugkeer naar de gulden. Dat voorstel werd toen niet begrepen, niet gevolgd, en hevig bekritiseerd door het overgrote deel van de bevolking en ‘experts’. Wij hadden alleen maar baat bij de gezamenlijke munt: geen moeilijke wisselkoersen meer, goede en eenvoudige prijsvergelijkingen van producten en diensten, een solidair en robuust financieel systeem met een sterke onafhankelijke Europese Centrale Bank, betere controle op de banken via stresstest een verbeterend Europees toezicht, een bankenunie waardoor de mogelijke toekomstige kosten aan sanering van banken gezamenlijk kon worden opgevangen, de totstandkoming van o.a. het Europese Stabilisatie Mechanisme.

Het argument van de PVV was en is dat uittreding uit de muntunie weliswaar veel geld gaat kosten, maar dat langer in de unie blijven ons straks heel veel meer geld zou gaan kosten. Het probleem is complex, en de oplossingen zonder twijfel nog veel complexer. Onzeker bovendien.

Conclusie
De standpunten van de PVV op onder andere de bovenstaande drie uiterst belangrijke thema’s worden door het overgrote deel van de Nederlandse kiezers niet of tenminste onvoldoende begrepen en gedeeld. Hieruit kan worden geconcludeerd dat de PVV van Geert Wilders er vooralsnog onvoldoende in is geslaagd om deze standpunten te verdedigen en uit te dragen om een grotere benodigde schare Nederlandse kiezers achter de PVV te krijgen. Om regeringsverantwoordelijkheid te kunnen gaan dragen zijn onder de huidige politieke verhoudingen wellicht wel 50 zetels benodigd.

Mijn mening is echter dat in de huidige context dit onbegonnen werk is.

Het is godsonmogelijk voor de PVV om dit op eigen kracht te doen. Ze zouden het wellicht beter en overtuigender hebben kunnen doen, kiezen voor een geleidelijker aanpak, zoeken naar verbinding en compromissen, door het inzetten van andere mensen, die het anders en nog beter zouden kunnen uitleggen of verdedigen.

Ik geloof daar zelf niet in en voorspel dat het gelijk van de PVV als vanzelf naar hen toekomt. Dat veranderende omstandigheden zal leiden tot voortschrijdend inzicht onder de Nederlandse kiezers (en de andere politieke partijen) en ik moedig de nieuwe PVV Tweede Kamer fractie onder leiding van Geert Wilders van harte aan om te volharden in haar visie, in de beleidsuitgangspunten en in de voor haar geldende principes.

Het komt als vanzelf naar u toe. Het is onafwendbaar.

Avanti, siempre avanti

Tweet about this on TwitterShare on FacebookPrint this pageEmail this to someone

Na de verkiezingen. Met pruttelend motorblok Nederland nog verder de modder in?

Motorblock eines 4-Zylinder Reihenmotors Wassergekühlt Aluminium, Blick auf die Geräteseite, eigene Aufnahme, GFDL

We zijn de dag na de verkiezingen. De algemene consensus bij de analisten in de media is: er komt nu een ‘motorblok’ van VVD, CDA en D66, dat noodzakelijkerwijs aangevuld zal worden met CU (en SGP) of met GroenLinks.

Wat kunnen we van die partijen verwachten?

De VVD gaat volgens haar verkiezingsprogramma voor een ‘zeker Nederland.’ (PDF)

De VVD wil geen verandering van het immigratiebeleid. Alles blijft via de EU lopen. In principe wil de VVD meer opvang in de ‘eigen regio’, maar stelt daarover geen harde eisen. Het wordt soft geformuleerd in woorden als deze:

Wij willen controle krijgen over de migratiestromen. Met adequate opvang in de regio maken we asielaanvragen in Europa overbodig voor mensen van buiten Europa. Met die aanvragen willen we dan ook stoppen. Wel kunnen we in extreme situaties inspringen door vluchtelingen uit te nodigen om zich in Europa te vestigen. Zo houden we regie op de instroom.

Ook de integratie (wat is dat?) wordt door de VVD boterzacht geformuleerd met de bekende open deuren. Het enige concrete puntje is het in principe al ingevoerde boerkaverbod:

Integreren betekent dat je je aanpast aan de maatschappij, aan haar normen en waarden. In onze samenleving vinden wij het van belang dat we elkaar open tegemoet treden. Een boerka of een bivakmuts verhindert dat. Het geeft mensen een gevoel van onveiligheid als ze niet weten wie ze tegenover zich hebben. In de openbare ruimte staat het belang van veiligheid en elkaar open tegemoet treden voorop. Daarom willen wij een algeheel verbod op gezichtsbedekkende kleding in het openbaar.

Een concreet (en goed) punt is ook het indammen van de geldstromen en het tegenhouden van haatimams.

Onze kernwaarden mogen niet onder druk komen te staan door aanvallen vanuit islamitischextremistische hoek. Daarom willen we haatpredikers van binnen en buiten de Europese Unie weren uit Nederland. Een zwarte lijst kan daaraan bijdragen. Ook willen we dubieuze buitenlandse financieringsstromen naar religieuze instellingen in Nederland aanpakken. Datzelfde geldt voor dergelijke stromen naar andere organisaties die haaks staan op de fundamentele vrijheden in Nederland. Inwoners van ons land moeten zich altijd veilig kunnen onttrekken aan hun (geloofs-) gemeenschap. De overheid zorgt ervoor dat ook afvalligen beschermd worden tegen bedreiging en indoctrinatie van (religieuze) groepen.

De VVD wil dat de EU meer gaat doen aan de bewaking van de buitengrenzen, maar laat dat verder aan de EU over. Er worden alleen wensen neergelegd, geen eisen:

Eén van onze meest zwaarwegende belangen is het hebben van veilige, sterke buitengrenzen. Als dat niet op orde is, raakt dat direct onze veiligheid en stabiliteit. De bewaking van de Europese buitengrenzen moet daarom verder worden versterkt, inclusief verdere militaire inzet van onder meer marine en marechaussee. Fregatten pikken migranten en vluchtelingen daarbij niet langer op om ze vervolgens af te zetten in Europa, maar brengen hen terug naar de kust. Vervolgens worden ze in die regio opgevangen. Door opvang in de regio effectief vorm te geven, kunnen de migratiestromen flink worden teruggebracht. Ook het risico dat terroristen zich in die migratiestromen mengen om aanslagen in Europa te plegen, wordt daardoor kleiner.

De VVD wil een sterke, maar vooralsnog beperkte EU, die belangrijke taken uit handen neemt van Nederland, zoals immigratie en daarmee de Nederlandse soevereiniteit ondergraaft. Op andere punten wil de VVD (eventjes) niet meer EU:

Om relevant te zijn en te blijven moet de Europese Unie zich alleen maar richten op belangrijke, grensoverschrijdende kerntaken: interne markt, internationale handel, energie en klimaat en migratie. Wat we in Nederland beter zelf kunnen, blijven we ook zelf doen. Brussel moet zich in ieder geval niet bemoeien met nationale aangelegenheden zoals pensioenen, zorg, wonen, ruimtelijke ordening, belastingen en uitkeringen. Dat regelen we in Nederland zelf. Elke nieuwe belasting die direct door Brussel wordt geheven, wijzen wij af.

De VVD wil EU landen bestraffen die zich niet onder het mal van Brussel willen scharen. Hoe ze dat aan willen pakken, vertelt de VVD niet, want, zoals bekend kunnen landen niet uit de EU worden gezet en kunnen ze alle sancties naast zich neerleggen. Het is dus een strenge toon zonder inhoud:

Samenwerking is niet vrijblijvend en regels zijn er om door iedereen te worden nageleefd. Te vaak zien we dat EU-lidstaten zich niet houden aan regels of begrotingsafspraken, maar vervolgens niet worden teruggefloten. Andere lidstaten ondervinden daar nadeel van. Aan die onbalans moet een einde worden gemaakt. Landen die stelselmatig hun afspraken niet kunnen of willen nakomen, moeten hiervoor verantwoording afleggen en harder worden aangepakt. Als dat geen effect heeft, doen ze definitief niet meer mee. Afspraken en regels zijn het fundament van de Europese samenwerking. Alle landen zijn er bij gebaat als die regels strikt worden gehandhaafd.

De VVD wil beperkte bilaterale afspraken met Groot Brittannië. Alleen op het gebied van terreurbestrijding, dus niet economisch. Dat laatste mag ook helemaal niet volgens de regels van de EU. De altijd zo pragmatisch klinkende VVD (‘handel eerst’)  schiet zich hier met haar afhankelijkheid van de EU dus behoorlijk in de voet. Want economische verdragen tussen de EU en GB zullen niet per definitie in het voordeel van Nederland zijn. De EU is in naam een economische eenheid met dezelfde belangen, in werkelijkheid natuurlijk niet.

Wanneer het Verenigd Koninkrijk de onderhandelingen start over een vertrek uit de EU, is het in het belang van Nederland om in te zetten op zeer nauwe samenwerking met het Verenigd Koninkrijk op het gebied van economie en veiligheid. Dit kan in EU-verband worden geregeld, maar ook daarbuiten. Denk bijvoorbeeld aan bilaterale samenwerking tussen onze veiligheidsdiensten in het belang van terrorismebestrijding. Ook is het belangrijk dat een sterke Nederlandse rol geborgd wordt binnen een toekomstige Europese Unie van 27 lidstaten, zonder het Verenigd Koninkrijk. De Europese Unie moet efficiënter en beter gaan werken en de afstand tot de burger verkleinen.

Op de overige items zien we bij de VVD veel van hetzelfde en vooral een enthousiaste toon. We zijn tenslotte een ‘gaaf land.’  Aan een invulling van de Nederlandse waarden en normen worden nauwelijks woorden besteed. Dat is van oudsher nooit een belangrijk VVD ding geweest.

En dan het CDA. Kijken we naar hun verkiezingsprogramma. (PDF) Ook bij het CDA treffen we qua Nederlandse waarden alleen de bekende open deuren. Het ‘christendom’ wordt alleen nog genoemd, niet inhoudelijk ingevuld:

Onze waarden zijn geïnspireerd door het christendom. Waar normen met de tijd veranderen, vormen de christelijke waarden voor het CDA een blijvende houvast. Hieruit volgt dat voor het CDA politiek begint met de erkenning van maatschappelijk initiatief. Het CDA zet in op betrokken burgers om de onderlinge verbondenheid te versterken. Vanuit een besef van verbondenheid tussen de generaties voelt het CDA zich geroepen tot zorg voor natuur en cultuur. Een beter Nederland ligt in een samenleving van verbondenheid. Burgerschap is één van de belangrijkste voorwaarden voor een sterke samenleving. We kunnen niet samenleven zonder een gedeeld besef van rechten en plichten en de bereidheid om verantwoordelijkheid te nemen voor de mensen om je heen en om te zien naar elkaar. Het gaat om de inzet voor anderen die het eigen belang overstijgt.

Verder verwijst het CDA gemakzuchtig naar de Nederlandse Grondwet, waarin juist helemaal geen waarden worden geformuleerd! (Tenzij je de afspraken over discriminatie zo zou willen opvatten.)

Burgerschap wordt gevoed door een sterke verbinding met de Nederlandse kernwaarden, zoals gedefinieerd in onze Grondwet.

Het CDA staat in werkelijkheid voor een multiculturele samenleving:

Nederland is altijd een pluriform land – met mensen van verschillende culturele achtergronden, etniciteiten, nationaliteiten, met verschillende levensstijlen, onderwijsniveaus, leeftijden en tradities geweest en dat moet zo blijven.

Over het mytische, want niet gedefinieerde, begrip ‘integratie’ formuleert het CDA ongeveer dezelfde open deuren als de VVD:

Recente voorbeelden laten zien dat integratie meer vereist dan alleen het spreken van de taal en het vinden van een baan. Integratie gaat ook over opvoeding in het eigen gezin, omgaan met je buren, grenzen stellen aan slecht gedrag en het respect voor de waarden en tradities van de Nederlandse samenleving. Wat ons betreft kan niemand aanspraak maken op onze democratische vrijheden, zonder de plicht om deze vrijheden ook voor anderen te verdedigen. Niemand kan een toekomst opbouwen in een land waarvan je de waarden en tradities niet wilt delen.

Het CDA is net als de VVD pro-EU en formuleert dat ook op ongeveer dezelfde wijze:

Wij kiezen voor een sterker en vitaler Europa, dat zich concentreert op haar kerntaken en vaker dan nu samenwerking zoekt in kleinere kopgroepen en oog houdt voor het beleid van nationale staten. In de komende periode voegen we de daad bij het woord en komen we met ideeën voor het herijken van de taken van de Europese Unie.

En:

Veiligheid, klimaat, energie, vluchtelingenbeleid en economische stabiliteit zijn voor ons de belangrijkste taken van de Europese Unie. Dat zijn de dossiers waarop dringend een gezamenlijke Europese aanpak nodig is om het vertrouwen in de Europese Unie te herstellen en de toekomst van de Unie als waardengemeenschap te borgen.

Over de illegale immigratie is het CDA net zo vaag als de VVD, en komen er dus geen veranderingen:

In de wetenschap dat door de groei van de bevolking in Afrika, de instabiliteit en terreur in de wereld en de gevolgen van de klimaatverandering, de migratiedruk in de komende decennia alleen maar zal toenemen, zijn naast het bestrijden van de oorzaken nieuwe internationale afspraken nodig. We hebben solide en houdbare oplossingen nodig om nieuwe drama’s te voorkomen. Het vluchtelingenverdrag is op deze problematiek en omvang niet geschreven en moet daarom worden aangevuld met verifieerbare internationale afspraken, om meer opvang in de regio en tijdelijke opvang elders verder te bevorderen.

Dan de derde partij in het te verwachten ‘motorblok.’ D66. Hun verkiezingsprogramma:

Meer multicultuur:

Wij willen diversiteit niet alleen toestaan wij willen diversiteit omarmen, omdat wij er van overtuigd zijn dat diversiteit een kracht is en ons verrijkt. Diversiteit laat ons uitdagingen op meerdere manieren bekijken, waardoor we sneller en creatiever tot oplossingen komen. Diversiteit stelt ons in staat beter te begrijpen wat er in de wereld gebeurt en hoe daar op in te springen.

Meer globalisering:

We raken steeds sterker met anderen op deze wereld verbonden. Wat elders in de wereld gebeurt, heeft grotere gevolgen voor onze levens – en andersom. Die verwevenheid kunnen we niet ongedaan maken door te doen alsof het buitenland niet bestaat. Bovendien wil D66 die globalisering niet terugdraaien. Meer contact met mensen uit andere culturen heeft ons leven verrijkt. Onze welvaart is toegenomen, we hebben ideeën en gewoonten uitgewisseld. Het bevredigt én prikkelt onze nieuwsgierigheid, verruimt onze blik. Maar onze internationale verbondenheid gaat verder. Veel verder. Wij zijn ervan overtuigd dat we onze ambities voor veiligheid, vrijheid, welzijn en ontplooiing alleen kunnen realiseren als we met andere landen samenwerken.

Meer EU:

Wij hebben moeite met de trage, ondoorzichtige en gecompliceerde besluitvorming in Europa. Het stoort ons hoe politieke strijd in één land de hele Unie lam kan leggen. Europese leiders gaan te vaak van Eurotop naar Eurotop, zonder dat mensen tastbare resultaten zien. Dit ligt niet aan Europa, maar aan de lidstaten die over de werking van Europa beslissen. Dit ligt daarmee ook aan de Nederlandse regering en aan Nederlandse politici. D66 wil dat besluiten in Europa sneller, transparanter en simpeler genomen worden.

Dit VVD/CDA/D66 is nog geen meerderheid. CU of GroenLinks zullen erbij komen. Dat zal variaties teweeg brengen op puntjes die er verder niet toe doen.

Met dit motorblok komt Nederland dus sputterend tot stilstand. Meer van hetzelfde. Meer immigratie. Met name door steeds meer zwarte Afrikanen. Meer islam intimidatie. Meer machteloze en richtingloze EU.  Meer oproepen tot heilige oorlog uit Turkije. En dan een premier die vlotjes blijft roepen dat we ‘normaal’ moeten blijven doen.

15 maart was een zwarte dag. Meer kan ik er niet van maken. De ondergang van Nederland zal met dit verwachte kabinet weer dichterbij komen.

Tweet about this on TwitterShare on FacebookPrint this pageEmail this to someone

Turkse veldslag Rotterdam is het historische gelijk van Wilders

Erdogan beschouwt Nederlanders met een Turkse achtergrond als ‘zijn staatsburgers.’ Hij kan ermee schuiven zoals hij dat wenst. Hij weet zich gesteund omdat de Nederlandse bestuurselite propagandeert dat Nederlandse Turken een dubbele nationaliteit hebben. Turken, ook als ze hier geboren zijn kunnen daarom hun loyaliteit aan Turkije verzilveren met stemrecht in Turkije en deelname in het Turkse leger. Om zijn macht over ‘zijn’ Turken in Europa te bewijzen, organiseert Erdogan een quasi spontane demonstratie in Rotterdam, en stuurt hij Turkse ministers naar Nederland, ook al heeft de Nederlandse regering aangekondigd dit niet te willen. De straten in Rotterdam vielen eventjes onder de Turkse macht, die zoals altijd de macht van het geweld is.

Op het Nederlandse consulaat in Istanbul werd voor korte tijd de Nederlandse vlag vervangen door de Turkse. Een ongehoorde belediging.

Dit is het gelijk van Geert Wilders.

Laten we even kijken naar de afgelopen geschiedenis.

Ach, u weet het nog wel. Wilders stapte uit de VVD omdat hij het onaanvaardbaar vond dat Turkije deel zou uitmaken van de EU. De VVD wilde dat principiële standpunt niet innemen.

Toen Geert Wilders in 2010 Erdogan een ‘total freak’ noemde in Londen, werd hij door de toenmalige premier Balkenende tot de orde geroepen. Want, vond het piepstemmetje van de VOC mentaliteit (‘Toch?’):

Dat leidt tot grote problemen en kan ten koste gaan van de werkgelegenheid in Nederland.

Wat waren de Turkse kranten in 2012 blij toen Wilders het slecht deed in de verkiezingen!

In 2013 demonstreerden Turken in Nederland tegen het opnemen van Turkse pleegkinderen in Nederlandse gezinnen. Als je er zo over denkt, zei Wilders toen, ga dan terug naar Turkije.

In 2013 diende Wilders een motie in:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

van mening dat het een horrorscenario is dat in de toekomst mogelijk 76 miljoen Turken visumvrij naar Europa kunnen komen;

verzoekt de regering om onder geen enkele voorwaarde te accepteren dat Turken in de toekomst het recht krijgen om zonder visum naar de EU te reizen,

en gaat over tot de orde van de dag.

Niet aangenomen natuurlijk.

In 2015 riep Wilders Turken die op Erdogan hebben gestemd op om Nederland te verlaten.

Ook in 2015 maakte Wilders een videoboodschap aan de Turken.

Hij zei onder andere:

‘Jullie zijn geen Europeanen en jullie zullen dat nooit worden.’

Erdogan noemde hij

‘een gevaarlijke islamist die de islamitische vlag hijst.’

En hij sloot af met:

‘Turkije blijf weg bij ons. Je bent hier niet welkom.’

Een boodschap die luid en duidelijk overkwam in Turkije. Gisteravond werd hij nog eens uitgezonden via de Turkse staats televisie.

Vorig jaar liet de EU zich chanteren door Turkije, in de hoop dat er eventjes wat minder illegale migranten via Turkije naar net Noordwesten van Europa zouden komen. Het oordeel van Wilders:

 “De totale overgave van Europa onder leiding van premier Mark Rutte aan de Turken, die zich nooit aan afspraken houden en alles gekregen hebben wat ze wilden.”

Vier dagen terug demonstreerde Wilders tegen de komst van het Turkse kabinet naar Nederland.

Had Wilders nog duidelijker kunnen zijn?

Tweet about this on TwitterShare on FacebookPrint this pageEmail this to someone

De ongemakkelijke waarheid van Wilders

Gustave Moreaus voorstelling van de ontmoeting tussen Oedipus en de sfinx

‘Ken u zelve,’ stond er in de tempel geschreven, wanneer de oude Grieken bij elke moeilijke beslissing het orakel van Delphi gingen raadplegen. In de tragedie van Sophocles hoort Oedipus van het orakel dat hij zijn vader zal doden en zijn moeder zal huwen. Oedipus, onwetend over zijn ware afkomst, trekt de wijde wereld in om aan deze voorspelling te ontkomen. Tijdens zijn omzwerving echter doodt hij in een schermutseling onbewust zijn echte vader Laius, de koning van Thebe, en huwt hij later, als beloning voor het oplossen van het raadsel van de Sfinx, evenzo onbewust zijn echte moeder Jocaste, de koningin. Oedipus was onwetend over het feit dat hij als baby door zijn echte ouders te vondeling was gelegd omdat zij dezelfde voorspelling hadden vernomen: hij zou zijn vader doden en zijn moeder huwen. Oedipus, die als trotse, nieuwe koning van Thebe met een epidemie in zijn stad te maken krijgt, hoort van de ziener Tiresias dat de reden voor de epidemie de ontstemming van de goden is omdat Oedipus koning Laius heeft vermoord. Bovendien suggereert de ziener dat Oedipus tevens een vadermoordenaar en een bloedschender is. Als Oedipus uiteindelijk zich realiseert dat de ziener niet gek is, maar de waarheid heeft gesproken, steekt hij zich de ogen uit. Daarmee erkent Oedipus dat de mens blind is voor de waarheid. En dat al zijn pogingen om aan zijn lot te ontsnappen een uiting zijn van hybris, hoogmoed. Dit is een tragische levensbeschouwing en volstrekt tegengesteld aan de huidige westerse opvatting waarin de mens een vrij individu is dat zijn eigen levenslot kan bepalen. Maar hebben de oude Grieken niet een punt en is misschien onze optimistische kijk op het individu en de maakbare samenleving niet ook slechts hybris? De oude Grieken hielden ondanks hun tragisch wereldbeeld toch van het leven. Dit bewezen zij o.a. door de goden een menselijke gestalte toe te kennen. Daarmee eerden zij het menselijke bestaan.

En hoe zit het met ons? We beweren wel dat we van het leven houden en dat we genieten met volle teugen. Maar eigenlijk houden we niet zozeer van het leven zelf, maar meer van onze comfortabele capsule die we ter bescherming tegen het echte leven hebben gebouwd. De maakbare samenleving als schuilplaats tegen het grillige leven met zijn vele onzekerheden en uiteindelijke dood. Die capsule is er een van techniek en amusement, waarin problemen niet meer bestaan, alleen uitdagingen.

Wie aan deze beschermende capsule gaat peuteren, wordt als vervelend beschouwd. Wilders is zo iemand die als vervelend wordt beschouwd, omdat hij peutert aan de islam van onze consensus die een deel is van onze comfortabele capsule. We ontkennen natuurlijk niet dat er misstanden zijn in de islam, maar in tegenstelling tot Wilders zijn we van mening  dat die slechts worden veroorzaakt door misleiding en psychische verwarring. Met de islam op zich is niks mis. Deze oppervlakkige psychologisering van een veel dieper liggend probleem richt zich ook op de opvattingen van Wilders. Zo zou bijvoorbeeld de eenzaamheid van Wilders zijn beoordelingsvermogen parten spelen. Met andere woorden: Wilders is gek.

Schopenhauer was van mening dat men pas gek was als men zijn geheugen had verloren. Men kan van Wilders niet zeggen dat hij zijn geheugen kwijt is als het om de islam gaat. Dit geheugenverlies is echter wel goed merkbaar in het politiek correcte discours, dat maar al te makkelijk voorbij gaat aan de vele pogingen van de islam in het verleden om de westerse beschaving te veroveren. Dat deze oude islamitische wens, in welke vorm dan ook, vandaag de dag geen rol meer zou spelen, moet wetenschappelijk nog aangetoond worden. Wetenschappelijke bewijzen voor de aanname dat de islam wel degelijk een verborgen agenda heeft, zijn er echter genoeg. Maar zelfs een onderzoek als dat van Machteld Zee wordt als islamofoob terzijde geschoven. Deze hardnekkige ontkenning van de feiten lijkt op de hybris van Oedipus. Net als Oedipus willen we niets weten van onze geschiedenis, in ons geval die met de islam, en gaan we prat op onze huidige verworvenheden.

Oedipus sloeg zich op de borst omdat hij het raadsel van de Sfinx had opgelost, wij pochen op de VN, de NAVO, de EU. Maar ons verleden haalt ons in. We weten ons geen raad met de islam die steeds brutalere vormen aanneemt. Het echte leven sijpelt door onze beschermende capsule.

We verklaren iemand als Wilders voor gek, precies zoals Oedipus Tiresias de ziener voor gek verklaarde. Maar in werkelijkheid zijn wij het die gek zijn, omdat we aan amnesie lijden als het om de islam gaat.

De oude Grieken hadden dichters als Homerus en Sophocles die van hun wanhoop getuigden. Welke dichter zal van onze wanhoop getuigen, als de tijd komt dat wij uit wroeging ons de ogen zouden willen uitsteken?

Tweet about this on TwitterShare on FacebookPrint this pageEmail this to someone

Rutte gaf Erdogan macht hier door dubbele nationaliteit te bevorderen

After the Vergilius Vaticanus

Erdogan is een dictator in nood en een dictator in nood maakt rare sprongen. Eerst steunde hij ISIS. Toen de Russen de Turkse bevoorradingsvrachtwagens naar Raqqa bombardeerden, koos Erdogan ervoor te draaien en sloot hij een geheime vriendschapsdeal met Poetin. Daarmee creëerde hij een nieuw intern probleem, want ISIS is populair onder de Turkse bevolking. Turken die moslimbroeders vermoorden, dat oogt niet goed in de krant. En dan is er het Koerdenprobleem. Met hulp van een fakecoup wist hij zijn potentiële tegenstanders uit te schakelen. Nu wil hij middels een referendum nog meer macht naar zich toetrekken. Waarna hij de islamisering verder kan uitvoeren.

Het zal wel positief uitpakken voor hem, dat referendum. Het is helemaal niet nodig dat de Turkse staat de Turken in Europa nog eens extra onder druk gaat zetten. Toch kiest Erdogan daarvoor, want hij wil laten zien: Ik, Erdogan ben oppermachtig over alle Turken. Ook over de Turken in Europa, die massaal de straat op gaan met Turkse vlaggen, om hun onderdanigheid te betonen aan mij. Kijk, zo machtig ben ik!

In Nederland is het verkiezingstijd. Dat verplicht premier Rutte, die voor een nieuwe periode gaat, tot een tegenzet. Dat werd vandaag bekend. Op de Facebookpagina van Rutte staat te lezen dat hij alles ondernam om Erdogan te paaien, maar die wil zoals altijd het onderste uit de kan en toen moest Rutte wel een stapje doen, namelijk de landingsrechten intrekken voor de Turkse minister van Buitenlandse Zaken Cavusoglu.

Een symbolische maatregel natuurlijk. Cavusoglu kan ook gewoon landen in Zaventem en zo de onbewaakte grens met Nederland oversteken, zoals al zovele illegale immigranten voor hem deden. Een landingsverbod is nog geen inreisverbod.

Rutte maakte ondertussen duidelijk dat wat hem betreft Turkse intimidatie op Nederlands grondgebied gewoon moet kunnen:

Nederland was met de Turkse autoriteiten in gesprek over het bezoek waarbij gezocht werd naar een acceptabele oplossing. Er was overleg gaande of de Turkse autoriteiten de bijeenkomst konden verplaatsen en een besloten, kleinschaliger karakter konden geven in een Turks consulaat of ambassade. Nog voordat deze gesprekken waren afgerond, dreigden de Turkse autoriteiten publiekelijk met sancties. Dat maakt de zoektocht naar een redelijke oplossing onmogelijk. Daarop heeft Nederland laten weten de landingsrechten in te trekken.

Dit alles is niet niks. Internationaal nieuws. Erdogan reageert daarop zoals Erdogan doet. Door Nederland ‘fascistisch’ te noemen. De ‘zachte krachten’ in Nederland komen ook meteen naar buiten, zoals de eeuwige diplomaat Ben Bot die vindt dat Nederland nooit hakken in het zand mag zetten.

Door dit soort uitspraken lijkt Rutte ineens een ferme man, wat hem sterker zou kunnen maken in de verkiezingsstrijd tegen Wilders. Let wel, het is allemaal beeldvorming. Rutte heeft het niet over het principiële punt dat Nederlandse Turken moeten kiezen voor Nederlandse politiek en dus het Nederlandse debat, in plaats van voor Turkse politiek. Rutte heeft het niet over het totale falen van de integratie die blijkt uit de Turkse obsessie met ‘hun land.’ Turkije dus. Niet Nederland. Ook niet na zoveel generatie ‘integratiepolitiek.’

En hij heeft het al helemaal niet over de Nederlandse politiek die dit gedrag van de Turken heeft beloond met het toelaten van de dubbele nationaliteit. Want dat is de crux. Uit zijn Facebook tekst blijkt dat:

Veel Nederlanders met Turkse achtergrond zijn stemgerechtigd voor het referendum over de Turkse grondwet. De Nederlandse regering heeft geen bezwaar tegen bijeenkomsten in ons land om hen daarover te informeren. Maar deze bijeenkomsten mogen niet bijdragen aan spanningen in onze maatschappij en iedereen die een bijeenkomst wil beleggen dient zich te houden aan aanwijzingen van het bevoegd gezag zodat openbare orde en veiligheid kunnen worden gegarandeerd.

Rutte maakt er een veiligheidsprobleem van. Maar het is een cultureel probleem waar we nu mee geconfronteerd worden. Hij, en al zijn medepolitici hebben boter op het hoofd. Ze hebben tientallen jaren multicultureel beleid uitgevoerd, en de dubbele nationaliteit was de formele ondersteuning daarvan. Het sluitstuk. Het punt waarop de Nederlandse politici ineens hun quasi morele jasjes gingen aantrekken, want: Twijfelen aan de loyaliteit van onze medeburgers met een immigratie achtergrond, dat was toch schandelijk?

Nu, met de Nederlandse Turken en hun Turkse vlaggen op de Erasmusbrug, hebben we gezien waar hun echte loyaliteit ligt. Bij Turkije. Turken zijn bereid elkaar in Nederland uit de tent te vechten om Erdogan. Nederland betekent niets voor ze. Ze zijn in de eerste plaats Turks, en de zittende Nederlandse politiek heeft dat aangemoedigd.

Er wordt niet meer officieel gemeten hoeveel Nederlanders een dubbele nationaliteit hebben. Dat is al een teken aan de wand. Het zijn er ondertussen veel meer dan 1.3 miljoen.

Het is zo eenvoudig: Laat Turken kiezen. Verplicht ze tot het opzeggen van hun Turkse nationaliteit. Blijven ze dat toch stiekem houden, dan zijn ze hun Nederlandse nationaliteit kwijt. Wat Turkije doet is niet onze zaak.

De dubbele nationaliteit is het Paard van Troje.

Dat is de schuld van Rutte. Die vindt de dubbele nationaliteit ‘geen probleem.’

En daarmee is hij het probleem.

Tweet about this on TwitterShare on FacebookPrint this pageEmail this to someone

Theme by Anders NorénUp ↑