Prins Willem-Alexander Kazerne wordt megamoskee

moskeeIn Gouda is de gemeente er al praktisch klaar mee. De Prins Willem-Alexander Kazerne wordt omgebouwd tot een kolossale moskee. Weer wordt zo een stuk islamisering door de strotten van de burgers geduwd.

De bewoners zijn, dat spreekt vanzelf, niet blij. Ze zijn zelfs bang. Ik kreeg mailberichten van een buurtbewoner die me op het hart drukte dat de klachten anoniem behandeld worden. Groot is de vrees voor de wraak van de komende moskeegangers.

Juist nu de gedachte steeds meer opkomt dat het niet zou gek zijn als we weer een echt leger zouden hebben, beslissen de magistraten van Gouda dat het tijd wordt om een kazerne om te toveren in een kolossale moskee middenin de stad.

En reken maar dat het doorgaat. De complexe procedures over de hoofden van de bewoners heen zijn al lang en breed in werking gezet.

Het college is helemaal voor:

“Voor zowel De Ark/Gemiva als de Verenigde moskeeën biedt de PWA-kazerne unieke voordelen die elders in Gouda niet mogelijk lijken. Beide initiatieven worden door het college een warm hart toegedragen en de gemeente wil daar waar mogelijk de initiatieven ondersteunen.”

De gemeente heeft een ‘principebesluit’ genomen en zich verplicht aan de stelling dat de moskee er hoe dan ook moet komen in de gemeente. En die kazerne zou ideaal zijn voor dit ‘multifunctionele complex.’

Hierna hoeft de zaak praktisch alleen nog uitgerold te worden, zo blijkt uit een memo van het college 14 oktober:

 Nu het college het principebesluit heeft vastgelegd, inhoudende dat uitsluitend aan een ABC constructie wordt meegewerkt als beide initiatieven in de PWA kunnen worden gerealiseerd, is het van belang zo spoedig mogelijk met alle betrokken partijen nader te onderzoeken welke gevolgen het samengaan heeft op de praktische invulling van het gebouw en van het terrein, alsmede de implicaties voor de cultureel-maatschappelijke verhoudingen tussen beide gebruikers en de implicaties voor de buurt.

In de stukken zijn ook de verslagen terug te vinden van een haastig bijeengeroepen bewonersvergadering.  Mosterd na de maaltijd, dat beseft iedereen wel. De bewoners vragen zich bijvoorbeeld af of de moslims niet in het bijzonder geïnteresseerd zullen zijn aan de beveiligde NAVO-kelder onder de kazerne. Men is boos dat voor een protestantse kerk geen plaats was in de buurt. En voor deze moskee wel. Terwijl in de buurt zelf nauwelijks moslims zouden wonen. En dan is er het rituele gekrakeel over parkeerruimte. Alsof het daarom zou gaan.

Uit een memo van 14 oktober blijkt dat de gemeente alleen de bewoners heeft gehoord over praktische punten, niet over het feit dat het om een moskee gaat:

Met buurtbewoners is een gesprek aangegaan over de implicaties op verkeer, parkeren, geluid, veiligheid etc. van de beide initiatieven. Daarbij is toegezegd dat al deze aspecten in de nadere planvorming worden meegewogen.

Wilt u er aan twijfelen of het inderdaad wel zo’n megamoskee zal worden, kijk dan eens naar dit filmpje over de plannen.

En hier legt een imam uit waarom de megamoskee er moet komen. Het lijkt hem helaas niet in het Nederlands te lukken. Lang leve de integratie.

Print Friendly
facebooktwittergoogle_pluslinkedinmail

Waarom de Jihad ‘aanpak’ van dit kabinet faalt

BtV_WsIIUAAnbyjDoor Ron Doherty

Op 27 augustus dit jaar presenteert het kabinet ‘Actieprogramma integrale aanpak jihadisme’. Een plan van aanpak in 38 punten. Het is opgedeeld in bestaand, nieuw en versterkend beleid dat de overheid zal in-/doorvoeren ter bestrijding van het gevaar. Wie het goed leest en tot zich door laat dringen beseft dat het kabinet met lege handen staat, geconfronteerd met het relatief nieuwe fenomeen dat jihad(ganger) heet. In Nederland woonachtige mensen die huis en haard verlaten om te strijden voor de oprichting van een kalifaat. Dit fenomeen stelt ons voor belangrijke vraagstukken, onderwerpen waar vaak maar al te graag voor weggekeken wordt. De vrijheid van meningsuiting, het recht te geloven, de invloed van cultuur en religie, de multiculturele samenleving en de relevantie van politieke ideologieën.

Ik ben niet gerust gesteld door dit kabinetsvoornemen, het plan is een boekje vol lapmiddelen, een handboek voor dweilen met de kraan open. De huidige perceptie van religie en haar rol in de samenleving, de heiligverklaring van artikel 6 GW en de angst voor politiek incorrecte uitspraken houden de politiek in een wurggreep. Het moge zo klaar als een klontje zijn dat de dreiging uit islamitische hoek komt, ook al beweren tegenstanders dat jihadisten de islam slechts verkeerd begrijpen of zelfs bewust misbruiken. Quatsch is het, de islam is juist heel eenvoudig te begrijpen als handvest voor terreur. Maar dat is nu eenmaal geen boodschap die goed verkoopt tijdens politieke campagnes. Liever houden de gekozen volksvertegenwoordigers ons voor dat met goed speurwerk en de beste intenties het probleem jihadisme ook te tackelen valt. Mijns inziens is dit een gevaarlijke desillusie die slechts dient ter handhaving van bepaalde politieke waarden en normen die zich niet meer verhouden tot de praktijk van vandaag. Om dit aan te tonen ik licht vier hoofdstukken uit het actieplan toe om de onmacht van het kabinet te bewijzen.

Risicoreductie jihadgangers:
‘Beperken van risico’s die uitgaan van jihadgangersmet alle mogelijke middelen’

De afgereisde (en teruggekeerde) jihadist is het haasje volgens het Actieplan. Hij/zij verliest de Nederlandse nationaliteit (4), wordt op de terrorismelijst geplaatst (8) en verliest het recht op uitkering en overige financiële toeslagen (9). Tot zover de ‘keiharde maatregelen’, over de rest van dit hoofdstuk horen we maar weinig in de media, terwijl het laatste woord over dit hoofdstuk nog lang niet geschreven is. Hoe keihard zijn die maatregelen écht? Kijken we bijvoorbeeld naar punt 12:

Ondersteuning bij het (hernieuwde) contact met familie en verlening van reguliere consulaire bijstand voor personen die uit de jihadistische beweging willen stappen.

Opmerkelijk aan dit voornemen is dat het haaks staat op  punt 4,8 en 9. Wie als ‘onderkende(*) uitreiziger’ wordt aangemerkt zal niet per definitie worden onderworpen aan het nieuwe beleid. Er bestaat dus een mogelijkheid om met behulp van de lokale ambassade een terugweg naar Nederland te vinden. Op zich een warm menselijk gebaar, er zullen ongetwijfeld veel zwakke meelopers zijn geronseld die, eenmaal aangekomen pas goed begrepen hoe diep ze zichzelf in de nesten hadden gewerkt. Toch lijkt het me geen goed idee om deze begripvolle opstelling manifest te maken. Compassie voor een paar sukkelaars met de spreekwoordelijke moeilijke jeugd kan ik nog begrijpen, zoiets behoort echter tot de discretionaire bevoegdheid van de minister van Binnenlandse Zaken en/of Justitie. Gelet op de recente dreigingen die ISIL heeft geuit richting Europa lijkt het me zaak zo min mogelijk mazen in de wet te creëren. Het kabinet doet dit door iedereen die zegt ‘ gedesillusioneerd of getraumatiseerd’ te zijn aanspraak te laten maken op deze straffeloze vluchtroute. (* door justitie is geïdentificeerd)

Tel daarbij op dat er al heel veel jihadgangers zijn teruggekeerd uit Syrië, ze worden begeleid. Kennelijk allemaal spijtoptanten of kan justitie niet achterhalen wat de heren precies hebben uitgespookt op islamsafari in Syrie? Ik heb zo m’n bange vermoedens.

Interventie uitreis
Dit hoofdstuk is genieten geblazen voor wie graag de boel bij elkaar houdt- in de meest letterlijke zin van het woord. Het kabinet kiest expliciet voor de methode deur-op-slot, niemand het land uit. Wie toch een all-in Kobane nastreeft riskeert arrestatie (14a,c) verlies van geldig legitimatiebewijs (15a,b) of een belletje van de burgervader (16). Samen komen we er wel uit moet het kabinet gedacht hebben, alhoewel dat ‘samen’ voor meerdere uitleg vatbaar is. De ene jihadist is namelijk de andere niet, zo zal blijken.

Alles draait om ‘aansluiting’, het voornemen en uitvoeren van het plan tot aansluiting bij een jihadistische strijdgroepering. Wanneer er sprake is van aansluiting, dat wordt niet duidelijk. Het Actieplan wekt de indruk dat aansluiting gezien moet worden als fysieke aansluiting bij een jihadistische beweging. Er bestaat een verschil in benadering van afgereisde/teruggekeerde jihadisten en jihadisten die nog in het land verblijven. De eerste groep riskeert ontneming van het Nederlanderschap (punt 4)  terwijl de andere groep slechts wordt aangehouden en aangeklaagd. Kennelijk denkt het kabinet dat jihadisten in niet-islamitische landen tijdelijk ophouden jihadist te zijn. Of hoe anders moeten we verklaren dat de overheid sommige mensen te gevaarlijk acht voor de Syrische bevolking, maar niet te gevaarlijk om tussen de Nederlandse bevolking te wonen?

Het Actieplan gaat hiermee volledig voorbij aan de digitale realiteit (sociale media, etc.) en expansiedrift van de Islamitische Staat. Niet vaak genoeg kan worden benadrukt dat IS heeft opgeroepen tot het plegen van aanslagen- ook in Nederland.  Wie zich aan een dergelijke beweging solidair verklaart mag worden beschouwd als gevaar voor de Nederlandse samenleving. Toch treedt hij voor de wet niet in vreemde krijgsdienst, hetgeen ook beleidsmakers niet zal zijn ontgaan. Desondanks lijkt het Actieplan ziende blind voor het gapende gat tussen beleid en realiteit.  Of zou het zijn dat men liever wegkijkt voor de complexiteit van ‘aansluiting’ in de praktijk?

Zoals eerder aangegeven draait alles om de definitie van aansluiting. Het is een hels karwei om te bepalen waar die grens precies ligt, toch is het van belang dat juist dit debat gevoerd wordt, het gebrek aan een duidelijke definitie vormt immers een zwakke schakel in het Actieplan. Maak niet de vergissing te denken dat het verbod op verheerlijking van en oproepen tot geweld de gaten in het plan kan dichten. De doelstellingen van IS nastreven en in de praktijk brengen beperkt zich niet louter tot het plegen van geweld. Veel taken -die nuttig zijn voor IS- kunnen in Nederland worden uitgevoerd, zonder hiermee de wet te overtreden. Denk hierbij aan het bekeren van individuen tot een salafistische vorm van de islam, dat staat een ieder vrij gelijk het vrij staat zieltjes te winnen voor de bevindelijk gereformeerde kerk. Deze vorm van aansluiting zoeken en creëren is niet strafbaar maar valt in sommige gevallen wel binnen het domein van een jihadistische beweging, die haar oorsprong vindt in de orthodoxe islam. Om dat beter te begrijpen moeten we weten wat de overheid precies bedoelt met radicalisering:

Radicalisering: een geesteshouding waarmee de bereidheid wordt aangeduid om de uiterste consequentie uit een denkwijze te aanvaarden en die in daden om te zetten. Die daden kunnen maken dat op zichzelf hanteerbare tegenstellingen escaleren tot een niveau waarop ze de samenleving ontwrichten, doordat er geweld aan te pas komt, het tot gedrag leidt dat mensen diep kwetst of in hun vrijheid raakt of doordat groepen zich afkeren van de samenleving.

De grens tussen orthodoxie en jihadisme is flinterdun, het is bijna niet aan te geven op welk moment iemand radicaliseert. Een geesteshouding waaruit blijkt dat het individu de uiterste consequenties van zijn denken accepteert en in daden omzet, dat is op nagenoeg elke orthodoxe gelovige van toepassing. Jehova’s getuigen die een ziek kind een bloedtransfusie ontzeggen, Joden die geslachtsdelen van een baby mutileren of Christenen die een slachtoffer van verkrachting abortus verbieden. De definitiebepaling van het Actieplan stelt verder als criterium dat er sprake moet zijn van ‘op zichzelf hanteerbare tegenstellingen’ die ten gevolge van de geesteshouding escaleren, tot een niveau waarop de samenleving ontwricht. Dit kan zijn door geweld, kwetsende uitingen of groepen die zich afkeren van de samenleving. Ook deze bepaling is op veel maatschappelijke ontwikkelingen personen van toepassing. Wie de Zwarte Piet discussie volgt zou bijna denken dat ook de geesteshouding van meneer Gario er een is die bereidheid tot het aanvaarden van de uiterste consequenties kent. Toch valt zijn actie prima te legitimeren met de wet op vrijheid van meningsuiting, geen weldenkend mens zal van mening zijn dat hij in het gevang thuishoort. Om nog maar te zwijgen over kwetsen als gevolg van een gemankeerde geesteshouding, religie’s vallen zowat over elkaar heen met veroordelingen van homoseksuelen, vrouwen die abortus ondergaan of atheïsten. De wetgever bedekt dat allemaal met de mantel der liefde, artikel 6 van de grondwet. Het recht dat gelovigen net dat beetje meer gelijk maak dan de ongelovige Thomassen onder ons. Geen openbare school zou ongestraft wegkomen met het weigeren van homoseksuele sollicitanten of leerlingen op grond van hun geaardheid, dit in tegenstelling tot bijzondere onderwijsinstellingen.

Eerder beschreef ik hoe het domein van IS en de rechten van de orthodoxe islam elkaar kruisen en over de ongrijpbaarheid van de term ‘radicaliseren’ en ‘aansluiting’. Op dit punt komen deze onderwerpen samen in verklarende vorm. Het is voor de overheid onmogelijk een werkbare (juridische) definitie van radicalisering te geven, omdat diezelfde overheid uitzonderingen creëert op haar eigen bepalingen. Een kalifaat uitroepen mag niet maar alle beginselen van het kalifaat in vereniging onderschrijven is beschermd door artikel 6 GW. De heiligverklaring van artikel 6 dwingt het kabinet met de rug tegen de muur, met als laatste strohalm het verbod op haatzaaien en verheerlijken van geweld. Pas als de melk overkookt kunnen we ingrijpen, alles wat tot dit punt leidt geniet grondwettelijke bescherming. Het ligt in de lijn der verwachting dat kwaadwillenden dit ook goed begrepen hebben, dat onder de vleugels van godsdienstvrijheid veel geoorloofd is. Dat ze nagenoeg ongrijpbaar zijn voor de wet. De grens tussen orthodoxie en jihadisme blijft nagenoeg onzichtbaar en de overheid kan daar niets aan doen.

Het spreekt voor zich dat de overheid wil voorkomen dat mensen gruweldaden plegen in het buitenland, maar het spreekt niet zo voor zich om diezelfde mensen in onze samenleving toe te laten. Ik heb zojuist betoogd dat de overheid met lege handen staat en daarmee de grensbewaking tussen orthodoxie en jihadisme over laat aan een alamerend onderbezette AIVD.

Interventie uitreis is daarmee in mijn optiek een uiteenzetting van onverstandig en immoreel beleid. De Nederlandse overheid wordt geacht te denken en handelen met het belang van de Nederlandse burger als hoogste prioriteit, dit beleid geeft weinig reden te veronderstellen dat het kabinet aan deze voorwaarde heeft voldaan. Zo lang we niet goed in beeld hebben wanneer iemand als radicaal danwel ongewenst beschouwd moet worden is er effectief geen sprake van beleid.

Aanpakken van verspreiders en ronselaars
‘indien gegronde vermoedens bestaan van aansluiting bij een terroristische strijdgroepering wordt strafrechtelijk ingegrepen’

Oude wijn in nieuwe zakken, dit hoofdstuk is veel van hetzelfde met uitzondering van artikel 20 dat toch wel het vermelden waard is. Artikel 20 is een onaangename potpourri van ambtelijke privacy-/burgerhaat en werkverschaffing voor het maatschappelijk middenveld. In het bijzonder sub.b trok mijn aandacht:

Mensen verstoren door jeugdzorg in het verhaal te betrekken, hoe komt deze maatregel in het Actieplan terecht? En dan nog wel in het kader van ‘verstoring’. Ik kreeg er een nare smaak van in de mond. Gelukkig komt ook de belastingdienst om de hoek kijken of er ergens nog een fraude te bespeuren valt. Potentiële jihadisten mogen het land niet uit en vervolgens bestoken we ze met ambtelijk geweld. Een beetje dom.

Radicalisering tegengaan
Een mozaïek van krachttermen waaronder ‘kenniscentrum’, ‘samenwerking met de islamistische gemeenschap’, ‘sleutelfiguren’, ‘vertrouwenspersoon’ en nog veel meer fraais. Wederom oude wijn in nieuwe zakken, we polderen ons immers al jaren een ongeluk. Wel nieuw in dit hoofdstuk is punt 27a. De overheid gaat mogelijkheden creëren om tegengeluiden te mobiliseren op o.a. sociale media. In de praktijk zal dat neerkomen op het uitdragen van een ánder soort islam dan de vorm die jihadisten belijden, is dat een taak voor de overheid?

De overheid gaat nog net niet op de kansel staan, maar het scheelt niet veel. Rondom moskeeën wordt een fijnmazig net van bureaucratische instellingen gespannen. Neem punt 22 c:  Lokale netwerken van sleutelfiguren die binnen de eigen gemeenschap gevoelige onderwerpen bespreekbaar maken (zoals vervreemding, radicalisering en jihadgang) worden verder uitgebouwd en getraind.

Het Actieplan benoemt dus een actieve campagne op sociale media om een tegengeluid te laten horen.(punt 27) Het blijft merkwaardig hoe de overheid zich opdringt, zeker wanneer we deze bemoeizucht vergelijken met het misbruikschandaal binnen de katholieke kerk. Ik kan me niet herinneren dat de overheid actief steun verleende aan een soortgelijke #notinmyname campagne namens en voor Nederlandse katholieken. Dat lijkt me een veelzeggend verschil.

Waarom moet de overheid bepalen welke meningen wel en niet gehoord worden binnen de islamitische gemeenschap? Waarom moet en zal de overheid een visie opdringen die de meerderheid, blijkens punt 22c, niet wil horen? Als het gevaarlijk is om vervreemding te bespreken, waarom doet de overheid dan niets aan de oorzaak van dat probleem?

Ook wordt een heus kenniscentrum opgezet, dat tot doel heeft de informatiepositie van het Rijk te verstevigen. Verder moet het centrum vroegtijdig radicalisering signaleren, monitoren en gemeenten van praktische ondersteuning voorzien. Dat lijkt me overbodig, we hebben de AIVD al net zoals het NCTV een kenniscentrum voor radicalisering is. Het kabinet kan beter het geld voor dit op te richten kenniscentrum bij de begroting van de AIVD voegen. Voorts is het opzetten van een kenniscentrum radicalisering nogal gratuit wanneer je zelf niet eens weet wat dat is.

Het kabinet zou er verstandig aan doen dit plan te herschrijven, maar niet nadat ze een groot debat entameert over de positie van religie in onze samenleving en hoe wenselijk het is deze groepen bij wet te privilegiëren. Doen we dit niet, dan zal er altijd sprake blijven van een schemergebied waarin de jihadist en spe kan doen en laten wat hem goed dunkt. Hij of zij gaat pas de grens over als de bereidheid tot het plegen van geweld zich duidelijk manifesteert onder de ogen van toezichthouders. Dat is geen plan van aanpak, dat is wachten tot er zich een ongedempte put aandient.

Print Friendly
facebooktwittergoogle_pluslinkedinmail

Staatssecretaris, roep multiculti-NCRV tot de orde!

suikerzakjeDoor Willem Bakker

(Dit stuk verscheen gisteren ook op het blog van Willem Bakker.)

Vaak schrijf ik de publieke omroepvereniging VARA de grond in. Dit heeft te maken met presentatoren die ongeveer drie keer zoveel verdienen als een minister, of ik stoor mezelf aan het feit dat de omroep op de publieke netten grotendeels het publieke debat bepaalt.

Als je puur feitelijk gaat kijken voldoet de omroep uitstekend aan hetgeen waarvoor ze in het leven is geroepen: De kijker en luisteraar met een links progressief wereldbeeld amuseren en informeren. Op zich lijkt me hier niks mis mee.
De omroep is ooit ontstaan vanuit de socialistische arbeidersbeweging en is door de jaren heen, net als de socialistische arbeidersbeweging zelf, getransformeerd tot een links progressieve omroep met een duidelijk profiel en doelgroep binnen het publieke omroepbestel. Je kunt het met de VARA eens zijn of niet, nogmaals ze voldoen prima aan hetgeen alwaar ze voor opgericht zijn.

Dan gaan we ons vizier eens richten op een andere publieke omroepvereniging: De NCRV. De afkorting NCRV staat voor Nederlands Christelijke Radio Vereniging. De NCRV is 90 jaar geleden opgericht en had destijds een duidelijke “smoel”: De NCRV verzorgde voor de protestants christelijke zuil in eerste instantie radio en later ook televisie uitzendingen.
Met het brengen van de protestants christelijke blijde boodschap had de NCRV een duidelijk profiel en een duidelijke doelgroep die zij van amusement en informatie kon voorzien.
Alleen die duidelijke protestants christelijke “smoel” van de NCRV die is verdwenen.
Waar vroeger “U zij de glorie” geprogrammeerd stond, met kerkgezang vanuit een kerk ergens in Nederland, staat nu Caroline Tensen in een spelshow Nederland te vermaken op NPO1. Een spelshow die naar mijn inziens ook lekker door de commerciële zenders aan ons voorgeschoteld zou kunnen worden.

Het is maar een kleinigheidje, ik kan best begrijpen dat je als protestants christelijke omroep ook wel eens verstrooiend bezig wilt zijn en je niet altijd met het Oude Testament op tafel kunt rammen. Alleen bij de NCRV is anno 2014 het totale originele protestant christelijke aan de kant gezet.

Het protestant christelijke heeft plaats gemaakt voor iets vaags, iets uhhh, ja… De NCRV laat door middel van olijke, vrolijke multiculti filmpjes zien en horen dat we “samen op de wereld” zijn.
Als je op de NCRV website kijkt wat en wie de NCRV nu eigenlijk is dan heeft men het niet over de protestant christelijke achtergrond of grondslag van de radio vereniging, maar men spreekt over een “protestant christelijke traditie”.
Als je het complete verhaal leest van de NCRV dan krijg je een tsunami van politieke correctheid over je heen alwaar de VARA een puntje aan kan zuigen.

Ik zal het verhaal van de NCRV eens letterlijk citeren zoals het op hen website is te lezen:

“De NCRV zet zich in voor een samenleving waarin mensen betrokken zijn bij elkaar. Dat is verankerd in onze protestants-christelijke traditie, van waaruit we ons richten op verdraagzaamheid en de zorg voor elkaar.

Wie je ook bent en waar je ook vandaan komt, je maakt onderdeel uit van onze samenleving. Polarisatie en het uitvergroten van verschillen tussen mensen is wat ons betreft de verkeerde weg. Wij sluiten niemand uit.

Het individualisme en de groeiende intolerantie en onverschilligheid in de samenleving, baren ons zorgen. Volgens ons is het noodzakelijk om op zoek te gaan naar verbinding en dus kiezen we voor de dialoog. De NCRV spant zich in voor een samenleving die ruimte biedt voor allerlei opvattingen en leefstijlen. Verschillen tussen mensen zijn vanzelfsprekend en mogen benoemd worden. Wij willen mensen aansporen zich in elkaar te verdiepen en hun horizon te verbreden. We durven daarmee een visie uit te dragen die kwetsbaar is.

Onze programma’s onderscheiden zich door het menselijke verhaal. We brengen naar voren wat mensen beweegt en wat ze samenbrengt. We laten eerlijke en indringende verhalen horen en tonen hoe mensen leven en met elkaar omgaan. Menselijke thema’s, levensbeschouwing en discussie zijn de speerpunten van onze programmering. We nodigen iedereen uit om een eigen geluid en mening te laten horen.

Het is niet zo dat wij de oplossing voor een ideale maatschappij in onze achterzak hebben. We laten zien wat wij belangrijk vinden en dragen op deze manier bij aan een tolerantere samenleving.

Een tolerante samenleving is een krachtige samenleving. Vanuit die overtuiging zijn we bij de NCRV aan het werk. We zijn de vrijblijvendheid voorbij en dragen wezenlijk bij aan deze samenleving. We zijn Samen op de wereld”.

Het verhaal van de NCRV rammelt aan alle kanten lijkt me.
Als van origine protestant christelijke omroep moet je juist uitdragen dat je wel de oplossing voor een ideale maatschappij in je achterzak hebt, dat zou toch de Bijbel moeten zijn, Gods woord?
Heb ik het nu mis of…. Je kunt jezelf binnen het publieke omroepbestel profileren als “geitenwollensokken omroep” waarbij met een ieder theedrinken de boodschap is, maar dat is niet de reden waarom je destijds het publieke omroepbestel bent binnengekomen. Vage praatjes van politieke correctheid worden al zoveel verspreid op de publieke omroep. Daarvoor hebben we de NCRV helemaal niet nodig.

Ik denk dat de staatssecretaris die de NPO in zijn portefeuille heeft, Sander Dekker een mooie uitdaging heeft: De NCRV weer in het gareel te krijgen. Hij mag bij de NCRV de geitewollensokken omwisselen in zwarte kousen.
De NCRV dwingen om de oorspronkelijke boodschap die ze ooit hadden weer terug te brengen in hun radio en televisie programma’s. Weg met het vage begrip “samen op de wereld”, leve de Psalmen en de Dordsche vertaling van het Oude en Nieuwe Testament.
Doen waarvoor je staat, je niet schamen voor wat je bent, ook al wordt je dan niet meer hip gevonden op de grachtengordel.
En als de NCRV dat niet wil? Dan mag Sander Dekker aan de NCRV vertellen dat er een andere organisatie gezocht gaat worden die de luisteraars en kijkers van de publieke omroep, protestants christelijk mag gaan amuseren en van informatie gaat voorzien.

Print Friendly
facebooktwittergoogle_pluslinkedinmail

Nausicaa Marbe begrijpt de Jihad niet

BqHr22sIUAAd-eNDoor Hans Moll

Meestal ben ik het roerend eens met Nausicaa Marbe. Om haar te volgen heb ik zelfs een abonnement op De Telegraaf genomen. Ze behoort met Annabel Nanninga tot de top van het NL columnistenwereldje. Al ben ik het steeds minder eens met haar zoals vandaag bijvoorbeeld.

Marbe omschrijft de jihadistische moord op de 24-jarige Canadese korporaal Nathan Cirillo als ‘De lafheid van een solo-terrorist’. Volgens haar is er niets moedigs aan om te moorden in naam van Allah. “De vlucht in geweld is een capitulatie tegenover de eigen verantwoordelijkheid en wil om een deugdelijk leven te leiden’.

Als ik diplomatiek zou zijn, noemde ik deze uitspraak ‘lief’, maar de eerlijkheid gebiedt mij woorden als ‘naïef’ en ‘ongeïnformeerd’ te gebruiken.

Radicale islamieten willen onze westerse deugden namelijk helemaal niet delen. Van IS tot Hamas, van Al Qaida tot de Moslim Broederschap is het refrein: Dood aan de Joden en Weg met het Westen.

De anti-Westerse houding onder islamieten is sterk en niet van recente datum. Ik mag er graag het boekje La grande Fièvre du Monde Musulman van Philippe Rochot uit 1981 op naslaan. Twee jaar na de Iraanse revolutie had de Westerse wereld nog geen ervaring met islamitisch terrorisme. Maar dat er van Indonesië tot Marokko en van Uzbekistan tot Mali iets broeide was toen al duidelijk.

Rochot verwijst ter verklaring van die agitatie naar de 19de eeuwse moslimideoloog Jamal al Din al Afghani, de vader van het ‘islamisme’. Afghani wilde toen al alle moslims verenigen tegen het perfide Westen. Een andere belangrijke ideoloog van de radicale islam Hassan al Banna, een van de oprichters van de Moslim Broederschap (1928), zag gelukkig wel een lichtpunt in het Westen, alleen was dat Adolf Hitler.

De volgelingen van deze radicale moslims hebben geen boodschap aan ons idee over moed. En al helemaal niet aan wat Marbe noemt: ‘Een leven in vrede en rust, met oog voor het algemeen belang dat een samenleving bij elkaar houdt.’ Deze mensen laf of ‘onbeschoft’ noemen, zoals Marbe doet, zal hun niet weerhouden ‘onze’ samenleving schade toe te brengen.

Ik schreef dat twee jaar na de Iraanse revolutie de Westerse wereld nog geen ervaring had met islamitisch terrorisme, maar velen zijn waarschijnlijk de golf van Palestijnse terreuraanslagen vergeten. In de jaren zeventig van de 20ste eeuw meenden heel wat anti-Israëlische Arabieren en met hen sympathiserende linksradicalen, dat burgers gerechtvaardigde terreurdoelen waren.

Op luchthavens en in gekaapte burgervliegtuigen zijn tientallen mensen gedood. Om nog maar te zwijgen van het bloedbad onder Israëlische sporters tijdens de Olympische Spelen van München in 1972.

En laten we de recente moorden niet vergeten: het Joods Museum in Brussel, de Joodse school in Toulouse en in Parijs de doodgemartelde Jood Ilan Halimi. Iets verder weg, maar wel op de deurmat van Europa, Israël, is de lijst voorbeelden van tegen vrouwen en kinderen gerichte terreurdaden schier eindeloos.

Van deze terreurdaden zullen, vooral Linkse mensen dan weer zeggen, net als over de Palestijnse terreur van de jaren zeventig, ja, maar dat zijn wel Joden. Onuitgesproken is hun boodschap dat de Joden het er ergens wel naar hebben gemaakt dat ze worden gehaat. Hadden ze maar geen land van de Palestijnen moeten stelen. Ergo, daar hebben wij niets mee te maken.

Maar volgens radicale islamieten, of we ze nou dom, laf of onbeschoft noemen, hebben wij daar weldegelijk iets mee te maken. Hun haat zal ons ook treffen. Hoe zal de haat van de jihadi zich hier manifesteren? Misschien met de AK47s waarin de mocro-onderwereld grossiert. Misschien zal het voorbeeld van de Oeigoeren worden gevolgd. Zij trekken op volle stations hun messen en beginnen op Chinese omstanders in te hakken en te steken.

Zij hebben ook geen oog voor het algemeen belang dat een samenleving bij elkaar houdt. Net als de moordenaar van Nathan Cirillo wijzen ook een leven in vrede en rust af. Om een slogan van de krakers te parafraseren: Uw vrede en rust zijn de onze niet.

Het is namelijk oorlog Nausicaa.

Print Friendly
facebooktwittergoogle_pluslinkedinmail

Waarom het afpakken van Zwarte Piet levensgevaarlijk is

Jan_Steen_-_Het_Sint_Nicolaasfeest
Jan Steen – Het Sint Nicolaasfeest | Bron: Wikipedia

Vroeger, toen ik nog een jongetje was hing dit beroemde schilderijtje van Jan Steen bij ons thuis. Ik keek er vaak naar. Het fascineerde me. Net als bij al die andere prachtige schilderijen van Jan Steen zien we hier de uitbundige veiligheid van het gezinsleven. Binnen het gezin, zo lijkt Jan Steen ons te vertellen, kunnen we onszelf zijn. Kunnen we onze fantasieën de vrije loop laten. Maar ook is het gezin de plaats voor de moraal. Wie zoet is krijgt lekkers wie stout is de roe. En dat zien we hier. Die jongen krijgt niks en moet vroeg naar bed. Het meisje krijgt de pop. Zij staat in het volle licht en ze straalt. Het Sinterklaasfeest speelt een rol in de moraal die niet door de staat bepaald wordt, maar in de vrijheid van het gezin. Jan Steen beeldde dat uit en werd daar beroemd mee, want velen herkenden zich hierin. En het zegt iets over de Hollandse identiteit. Het zegt ook iets over de Hollandse identiteit dat we dit graag tonen. De Nederlandse huizen, het viel de buitenlanders al op in de Gouden Eeuw, hebben, als ze het kunnen betalen, grote ramen en de gordijnen gaan zelden dicht. Zo zijn wij.

Het Sinterklaasfeest is de ritualisering daarvan. Eens per jaar. Er zijn twee hoofdfiguren. Sinterklaas is de strenge, stramme, wat vreemde, oude man. Het is nog een wonder dat hij op dat paard kan zitten. Als kind hield je altijd een beetje afstand. Je begreep hem nooit goed. Hij oordeelde over je. Zwarte Piet maakte voor kinderen het Sinterklaasfeest gezellig. Het zal wel raar zijn, maar ik heb er, voor zover ik weet, nooit bij stilgestaan dat Zwarte Piet een neger zou uitbeelden. Zwarte Piet was gewoon Zwarte Piet, een wild figuur waar je mee kon lachen en die je ook op grappige manier de stuipen op het lijf kan jagen. Ja het was spannend. Maar het was nooit bedreigend. Het maakte deel uit van het kleine theater van het gezin. Zo maak je als kind je eerste stappen naar de wereld. Met een besef over goed en kwaad. Maar ook met een besef van veiligheid.

En nu wordt ons door de VARA en de NCRV wijsgemaakt dat we dit altijd verkeerd hebben gezien. Want als we het goed zien, dan moeten we begrijpen dat we met Zwarte Piet mensen beledigen.

‘Maar zo hebben we het nooit bedoeld!’

‘Dat bepalen wij wel voor u.’

Met het verdacht maken van Zwarte Piet wordt het Hollandse gezin verdacht gemaakt, en uit elkaar getrokken. De moraal, zo is de achterliggende boodschap van deze multiculturele staatsopvoeders, is dat wij geacht worden ons slecht te voelen omdat er ooit slavernij was. Ja, nou ja, alleen de slavernij van zwarten. Dat er vooral ook erg veel blanke slaven waren, dat dient geen deel uit te maken van ons historische besef. Waarom niet? Daarom niet. Omdat de politiek correcte staat dit vindt.

Het gaat daarbij ook steeds meer niet om een Nederlandse staatsmoraal. Het gaat om een EU moraal. In de EU wordt geen Sinterklaas gevierd. In de EU zien ze ‘blackface’ als racisme. Kijk, maar eens, zeggen de multiculti-tarters ons, hoe ‘het hele buitenland’ naar ons kijkt. Als een stel racisten. Dat moeten we toch niet willen met zijn allen? Om maar even die gruwelijke uitdrukking aan te halen van de linkse ‘elite.’

En daarom verdwijnen de Zwarte Pieten uit de winkels. De kinderen worden bang gemaakt met gele Pieten. Blanke kindjes horen bang te zijn, zo luidt deze staatsmoraal, want blanke kindjes zijn bij voorbaat schuldig aan de slavernij.

Dit is zo ziek, en het grijpt zo diep in, dat de emotie erover heel sterk is. En hoe dieper het ingrijpen gaat, aangestuurd door de VARA en de NCRV, die er met een lange reeks beschuldigende programma’s mee zijn begonnen, hoe meer zal de emotie oplopen.

Je kunt Nederlanders heel lang tarten. Maar er komt een moment dat je te ver bent gegaan. Ik heb zo’n idee dat hier nog doden gaan vallen. Ze zijn met een heel gevaarlijk spel begonnen. Als je de integriteit van de mens aantast, dan maak je het beest in hem wakker.

Print Friendly
facebooktwittergoogle_pluslinkedinmail

EU faalt totaal bij Ebola

Bubonic_plague_victims-mass_grave_in_Martigues,_France_1720-1721
slachtoffers van de Zwarte Dood. Bron: Wikipedia.

Hoewel het omgekeerde nog steeds wordt beweerd, zou Ebola wel eens een ernstige bedreiging voor Europa kunnen worden. Er is bijvoorbeeld wetenschappelijk onderzoek waaruit blijkt dat Ebola sterk vergelijkbaar was met ‘de zwarte dood’, de pestepidemie die een kwart van de Europese bevolking wegvaagde in de Middeleeuwen. U weet wel, die tijd waarin men nog niet zo makkelijk op een vliegtuig stapte om ziekten de verspreiden. Nu goed, daarvan wordt dan weer gezegd dat dit ‘controversieel onderzoek’ zou zijn. Ik kan daar niet over oordelen.

Hoe dan ook, de ernst van Ebola is iedereen wel duidelijk. Wat de vraag oproept: Is de EU voorbereid op Ebola? Nou, nee dus. Zelfs de NOS stelt het vast. De EU faalt totaal bij de Ebola aanpak.

De budgetten en de salarissen in Brussel kunnen het probleem niet zijn. De feiten zijn ook niet nieuw. De EU had allang draaiboeken klaar kunnen hebben om uit te voeren zodra de Ebola Europa binnenkomt. Wat werkt? Wat werkt niet? Wat kan snel ingevoerd worden? Maar het bureaucratische waterhoofd in Brussel zwijgt in alle talen nu het erop aankomt om de Europese burgers te beschermen.

Ja, er wordt gepraat. Er wordt vergaderd. Er wordt in vliegtuigen gestapt. Er wordt over rode lopers gelopen. Er wordt pers te woord gestaan. Maar er gebeurt dus helemaal niets. Geen fuck. Nada. Niets.

Jawel, de EU creëert een nieuwe baan. Een Ebola coördinator.

De EU brengt woorden voort.

De EU zegt met plannen te gaan komen.

Het CDA wil nu meer EU.

Dat is eigenlijk het antwoord van zo’n beetje iedere politicus. Ebola? Meer EU.

Cameron wil een miljard extra voor de EU om Ebola te bestrijden.

Onze kersverse minister Koenders wil meer EU.

De deskundigen willen meer EU

Nee, nee, nee!

Meer EU betekent nog meer onvermogen. De EU heeft weer eens totaal gefaald. Meer EU betekent alleen maar meer EU falen. Het kan heel simpel. Elk land kan zijn vliegvelden sluiten voor de Ebola vluchten. Kan grenscontrole invoeren. Kan zich isoleren.

Zorg dat Ebola zich niet verder verspreid. Zorg voor indamming. Maak een eind aan de verdwazing van de open grenzen. En maak al helemaal een einde aan deze totaal falende EU.

 

 

 

 

 

 

Print Friendly
facebooktwittergoogle_pluslinkedinmail

BREKEND. Duitse geheime dienst kwam met ‘varianten,’ niet bewijzen.

thesun-1

Gisteren bracht Der Spiegel een column-achtig sfeerstukje zonder bronvermelding waarin werd beweerd dat de Duitse geheime dienst er zeker over was dat de separatisten de raket hadden afgeschoten. Dat leidde in Nederland tot een ware media explosie. Nu, ja, nu wisten we het dan eindelijk; het waren die ‘thugs’.  De Telegraaf wist zelfs al zeker dat er satellietbeelden op tafel lagen, ook al stond dat helemaal niet in dat stukje in Der Spiegel, waarin de bewering dat het de separatisten geweest zouden zijn, zelfs nog tussen aanhalingstekens stond, aanduidend dat er sprake was van een ‘het zou kunnen dat’ situatie. Voor al dat soort nuances was in de Nederlandse media geen plaats.

Inmiddels zijn we een dag verder. En wat blijkt, ook naar de ARD zou gelekt zijn. Maar die brengen het  nieuws toch echt heel anders. Er lagen bij die veelbesproken ‘commissie stiekem’ bijeenkomst op 8 oktober helemaal geen bewijzen op tafel. De geheime dienst had een aantal opties gepresenteerd. Mogelijkheden. Varianten. ‘Plausibilitäten.’ Wellicht ging daar de suggesties van uit dat het de separatisten waren, en in suggesties zijn ze altijd sterk bij geheime diensten, maar meer was het ook niet:

Der Bundesnachrichtendienst legt Wert auf die Feststellung, dass der BND-Präsident –, dass Gerhard Schindler eine Reihe von Plausibilitäten, nämlich diese Belege vorgelegt hat, die einen bestimmten Schluss sehr, sehr nahe legen.

Weer ging er een dag van grote opwinding over MH17 voorbij waarin we niets wijzer zijn geworden.

Print Friendly
facebooktwittergoogle_pluslinkedinmail

‘Duikboot in nood bij Zweden niet Russisch maar Nederlands.’

Onderzeeër_De_Bruinvis_S810
Onderzeeër De Bruinvis. Bron: Wikipedia.

Een wel heel opmerkelijk bericht zojuist op de site van Russia Today. De Russische duikboot die noodsignalen uitgezonden zou hebben voor de kust van Stockholm, is in werkelijkheid de Nederlandse duikboot Bruinvis!

Dat heeft, meldt Russia Today, het Russische Ministerie van Defensie aan RT meegedeeld.

De Nederlandse Bruinvis zou eerder in de buurt gesignaleerd zijn.

Russia Today citeert ‘een bron’:

“Bruinvis has been docked in the Estonian capital Tallinn since Friday last week and is about to sail back. Hopefully, this report will help the Swedish Navy locate it as it travels back to one of the Dutch naval bases,”

Er zouden foto’s gelekt zijn van een reddingsoperatie naar de Zweedse media, en daarover zou geschreven zijn dat het een Russische onderzeeboot betrof.

We zitten kennelijk alweer diep in de Koude Oorlog. Niets is wat het lijkt.

 

 

Print Friendly
facebooktwittergoogle_pluslinkedinmail

Hoe ik niet mag zeggen wat ik vind. Een lezing.

20141018_colloquium_JN-9

Op 18 oktober was ik op uitnodiging van de Delta Stichting in de Universiteit Gent om een lezing te geven over de vrijheid van meningsuiting. Hieronder de tekst van de lezing.

 

 

Wat rest er van de ‘vrijheid van meningsuiting’, is het thema van deze bijeenkomst.

Ik vraag me af wat er gebeurt wanneer je deze vraag zou voorleggen aan de gemiddelde Vlaming of Nederlander. Ik denk dat ze snel aan zouden komen met landen waar het heel veel erger gesteld is met de vrijheid van meningsuiting. China. Rusland. Saoedi-Arabië. Dat soort landen. En dan zouden ze zeggen dat je bij ‘ons’, dat is het Westen toch eigenlijk alles wel kunt zeggen.

Ik was het daar lange tijd mee eens.

Nu ben ik me steeds meer gaan realiseren dat het er helemaal om gaat aan welke kant je staat. Sta je aan de kant van de vrijwillig aangepasten. Of ben je voortdurend politiek incorrect. In het eerste geval kun je je gewoon niet voorstellen dat er problemen zijn. Je voelt je veilig.

Ik had beter moeten weten, want ben ik al een leven lang journalist. Als journalist merk je natuurlijk heus dat je bij een weekblad of in een krant alleen dat kunt zeggen wat in grote lijnen past bij de koers van dat medium. Maar ik begaf me lange tijd in genres waar dat niet zo’n enorme rol speelt. Zo was ik popjournalist, en schreef ik over verschillende takken van de cultuur. Als je een plaat of een boek niet goed vond, dan schreef je dat gewoon op en niemand zat je in de weg.

Na 11 september 2001 werd mijn wereldbeeld politiek en begon ik steeds meer over politieke onderwerpen te schrijven. En op het laatst eigenlijk alleen nog maar.  Toen werd ook alles waar ik over schreef onderdeel van een scherpe interne discussie bij de media. Ik merkte steeds weer hoe je werd bijgestuurd, hoe er over bepaalde onderwerpen wel geschreven kon worden, en soms niet. Soms waren die bijsturingen subtiel. Een interview met Geert Wilders? Prima hoor. Dat trok lezers. Maar geef dan, zei mijn hoofdredacteur, met een aantal zeer kritische vragen en opmerkingen aan dat je afstand houdt. Dat deed je dan maar. Kon ik ondertussen ook nog Wilders quoten daar waar ik het van harte met hem eens was. Zonder dat te laten merken.

Met grote regelmaat werd me ook gevraagd nu eens een flink kritisch stuk over Wilders te schrijven. Daar bestond een enorme behoefte aan bij hoofdredacties. Soms voldeed ik daar aan. Ja, ik had ook kritiek. Die heb ik nog steeds.

Om Wilders kon je niet meer omheen. Andere onderwerpen bleken een no go. Etniciteit en crimineel gedrag bijvoorbeeld, dat hoorde met de grootst mogelijke omzichtigheid omschreven te worden. Of eigenlijk maar liever helemaal niet. Of ja, dan desnoods in een stuk waarbij je de verschillende meningen van deskundigen naast elkaar liet bestaan. Nee, dan wel zonder een eenduidige conclusie te trekken.

20141018_colloquium_JN-4

Zo ging het eigenlijk altijd. Afstand houden. Kritische houding. Of vol ertegenin. Wat wilde de hoofdredactie bij HP/De Tijd, waar ik vele jaren politiek redacteur was, graag dat ene, onthullende afbraakartikel over de persoon Pim Fortuyn hebben. Ik kon er zo een cover mee krijgen. En een cover, dat betekende in dit tijd nog een flinke bonus. De eerlijkheid gebied te zeggen dat ik nog aan de gang was gegaan met zo’n artikel ook. Maar toen werd hij vermoord en veranderde alles. Over de dode Fortuyn waren alleen nog prijzende woorden op zijn plaats. Over de toen nog levende LPF viel toen weinig goeds meer te zeggen en daarvoor kreeg ik uiteraard alle ruimte.

Op de redactievergadering van dinsdag werd bij HP/De Tijd vastgesteld waar het nummer van een week later over zou gaan. Iedereen mocht iets inbrengen, en aan het einde gaf de hoofdredacteur daar een draai aan. Ik merkte hoe veel redacteuren er steeds meer behendigheid in kregen om de hoofdredacteur naar de mond te spreken. Zo werken die processen met de vrijheid van meningsuiting. Redactievergaderingen zijn subtiele afstemmingsmechanismen. Precies zo gaat het vast op de vergaderingen voor het NOS Journaal. Er is geen autoritaire hoofdredacteur, want die zou niet functioneren. Er is subtiele afstemming. Iedereen ziet wie wel en wie niet succes heeft met zijn onderwerpen. En de meningen in zo’n groep gaan naar elkaar staan. Bepaalde bronnen worden daarbij altijd belangrijk geworden als het over buitenlands nieuws gaat. Wat schrijft The New York Times. Wat schrijft The Washington Post. Linkse, grote Amerikaanse kranten. Althans, dat vinden ze in de VS links. In Europa zijn dat kranten van het midden. Wat het pro-Russische kanaal Russia Today zegt, doet niet terzake. Wat een rechtse tv zender als Fox News uitzendt, is nooit sturend. Als het op CNN verschijnt, ja, dan is het nieuws.

Bij uitgevers was het eigenlijk nog veel erger. Nadat ik eens op de televisie was geweest, waar ik een somber geluid had laten horen over de gevolgen van de immigratie voor Nederland, werd ik gevraagd door een uitgever. Of ik geen ‘zwartboek Nederland’ wilde maken. Nu, goed idee. Ik maakte een concept. Geschrokken zei de uitgever dat hij zijn leven niet zeker was als dit uitgegeven zou worden. Hij wilde wel. Maar hij kon niet. Ik vond dat allemaal nogal melodramatisch eerlijk gezegd. Maar ja, Theo van Gogh was toen nog niet dood. Misschien had hij wel gelijk.

Op een dag opperde ik bij mijn eigen uitgever dat ik een boek wilde schrijven over immigratie. Nou, interessant. Of ik een concept wilde schrijven. Daar had je het weer, een concept. Nu goed, dat deed ik. Daar volgde een moeizaam gesprek op met een tot dan toe mij onbekende redacteur. Die liet me weten dat dit zo echt niet kon. Een boek over immigratie, vooruit. Maar dit zou dan een boek moeten zijn waarin de cijfers voor zichzelf zouden spreken en wel zodanig dat iedereen er het zijne over kon denken. En beslist geen mening van mijzelf. Want, zo zei de redacteur, die mening van mij, dat kenden ze nu wel, en daar zat niemand op te wachten. Dat vond niet alleen hij, voegde hij eraan toe, maar zo dacht iedereen erover op de uitgeverij. Iedereen! Daar had ik nooit iets van gemerkt. Maar ik begreep ook wel dat het geen zin had om te proberen om mijn eigen uitgeverij, waar ik tot dan toe met plezier romans voor had geschreven, een kritisch boek over immigratie door de strot te duwen. Niet vanwege het gebrek aan kwaliteit, maar omdat ze mijn meningen niet wilde horen.

Gelukkig vond ik een kleine uitgever die me zei dat hij dit boek met liefde uit wilde geven. En dat boek kwam er, Het Immigratietaboe, 10 wetenschappers over de feiten.

In die periode werd ik steeds vaker gevraagd om commentaar te geven in Nederlandse radioprogramma’s. Men had, zeiden de redacteuren, wel behoefte aan een ‘ander geluid’, en ik was dat andere geluid. Het gevolg was wel dat je steeds weer in dezelfde discussies belandde met linksdraaiende professoren en moslims. Dat was eerst een goede oefening. Maar na een tijdje wist ik het wel. Ik ben eigenlijk niet zo van de discussie. Ik wil gewoon zeggen wat ik vind, en het liefst in de vorm van een verhaal. Uiteindelijk wil ik meeslepen en overtuigen. Dat het altijd uitdraait op confrontaties vind ik niet mijn schuld.

Een van de programma’s waar ik voor ‘sprak’ was op de publieke omroep, op de nieuwszender Radio 1. Het programma werd gemaakt door de vroeger christelijke en nu multiculturele omroepvereniging NCRV. Je kon er alles zeggen eigenlijk. Er was veel discussie. Het was leuk. Ik deed het zo’n twee jaar. Tot ik op een dag werd gebeld door een persoon van de NCRV waar ik nog nooit van gehoord had. Hij was, zei hij, eindredacteur van het programma en hij zei: “We gaan met u stoppen.”

De reden bleek een blog te zijn dat ik had geschreven. De aanleiding voor dat stukje was dat Martin Luther King zoveel jaar eerder was overleden. Daar was toen veel aandacht voor. Ik schreef toen dat het uiteraard fantastisch was dat zwarten in de VS tegenwoordig dezelfde rechten hebben als blanken, want zo hoort het, maar kijk nu eens hoe de zwarten er nu voor staan. Armoede, criminaliteit. Misschien, zo schreef ik, lag het niet alleen aan die rechten, maar lag het ook wel aan de zwarten zelf. Ik zei dus niet dat dit zo was. Ik opperde alleen dat dit zo zou kunnen zijn. Dat was de reden voor de NCRV om met mij te stoppen. En in de maanden daarna stopten andere radioprogramma’s ook met mij. Niet om iets wat ik in die radioprogramma’s had gezegd. Maar om iets veel vagers. Een imago. Meestal werd er trouwens ook nooit bij gezegd waarom er met je gestopt werd. Misschien was het ook wel toevallig dat het zo samenviel. Ik houd er niet zo van om overal iets achter te zoeken als het jezelf betreft. Het is weinig productief. Ik heb geleerd om snel te vergeten en door te gaan.

Later werd ik her en der dan weer benaderd door medewerkers van die programma’s. Ze wilden me graag iets zeggen. Ze zaten ergens mee. Dat ze het er zelf namelijk niet mee eens waren. Dat ze het juist goed vonden dat ik ‘de dingen’ nu eens zei. Dat ‘andere geluid’, dat vonden ze juist goed. Niet dat ze daar zelf ooit mee zouden komen. Maar dat er nu eenmaal van hogerhand…

Het plaatje begon me steeds meer duidelijk te worden. In de media hangt een sfeer van angst. Men is bang de baan te verliezen. Overal wordt bezuinigd. Zorg dat je vooral politiek correct blijft. Dat geeft de minste kans op problemen.

In het Westen blijkt uiteindelijk zelfcensuur veel effectiever dan censuur.

Daarom zul je in de Nederlandse media nooit een item zien waarin wordt aangetoond dat het broeikas effect onzin is. Daarom vindt in de Nederlandse media geen serieuze discussie over de immigratie plaats. Daarom wordt in de Nederlandse media Geert Wilders weggezet als een idioot. Daarom wordt de Nederlandse arabist Hans Jansen nauwelijks nog uitgenodigd in Nederlandse talkshows sinds hij zich steeds meer uitgesproken kritisch over de islam ging uiten. En daarom, merkte ik, wordt in de Nederlandse media over het neerhalen van vlucht MH17 maar één theorie verkondigd: Het toestel werd neergehaald door de separatisten. Met een raket. Iedereen die anders denkt wordt uitgemaakt voor complotdenker.

Ik begon dit steeds beter te doorzien, en het werd me nog duidelijker toen ik me meer in een aantal van die onderwerpen ging verdiepen. Voor mijn boek over de werkelijke, wetenschappelijk onderzochte, feiten achter de gevolgen van de immigratie. Over MH17, waarover binnenkort een boek van mij verschijnt. En over de Centrumbeweging van Hans Janmaat die ik lange tijd bestudeerde en waarover volgend jaar een boek van mij zal uitkomen.

Ik leerde ook waar de echt diepe taboes liggen. De discussie over de islam wordt in Nederland nu met een zekere openlijkheid gevoerd, maar wat wil je ook na de moorden op Theo van Gogh en Pim Fortuyn. Een discussie over de EU bestaat in Nederland ook gewoon, anders dan in Vlaanderen, zoals ik heb begrepen. Als je kritiek hebt op de islam, dan ben je wel lastig en vervelend, maar nog niet echt ‘vies.’ Als je kritiek hebt op de EU dan ben je al bijna mainstream. Nou ja. Als je ook echt uit de EU wilt, dan ben je natuurlijk weer wel een idioot en word je in de media niet meer serieus genomen. Maar in Nederland staan tegenwoordig kritische stukken over de EU door hoogleraren in alle keurige kranten. Dat was vijf jaar geleden nog ondenkbaar.

Daarentegen worden andere discussies juist weldegelijk uitgelokt door de media. De discussie over het afschaffen van Zwarte Piet wordt in de Nederlandse media bijna uitsluitend gevoerd door de Zwarte Piet haters, maar de breed gedeelde weerzin die dat onder de grote meerderheid van de Nederlandse bevolking heeft veroorzaakt, kan ook weer niet genegeerd worden. Al is het maar omdat we tegenwoordig internet hebben. Een pro-Piet Facebook pagina kreeg twee miljoen likes. De emotionele lading van de Zwarte Piet discussie wordt steeds groter. Dat is ook begrijpelijk. Nederlanders zijn woedend dat ze massaal voor racist uitgemaakt worden, alleen maar omdat ze een onschuldig kinderfeestje willen voeren. Maar waar de media over de meeste onderwerpen juist zwijgen, daar voeren ze hier een pro-actieve anti-Nederlander politiek.

En wacht eens. Ik had het over een Zwarte Piet-discussie. Dat bewijst alleen maar dat ik meegegaan ben met de hype in de media. Er is namelijk helemaal geen discussie. Want de meeste Nederlanders willen het hier helemaal niet over hebben. Ze willen gewoon op 5 december in huiselijke kring hun sinterklaasfeestje vieren. Dat vinden de kinderen leuk. Dat is gezellig. Dat is Nederland. Maar dat is nu ineens verdacht gemaakt door een klein clubje activisten met een hele goede media lobby.

Dat dit steeds meer agressie oproept kan ik goed begrijpen. Nederland begint steeds meer te lijken op de vroegere DDR: iedereen ervaart op straat een andere werkelijkheid dan die waarover openlijk gesproken wordt. Je grootmoeder zal maar overvallen zijn door een stel Marokkaanse gasten en dan moet je in de krant lezen dat dit gedaan is door ‘mannen.’

Ik merkte ook dat de diepste, meest beladen taboes gaan over de biologische bepaaldheid van ons, mensen. Spreken over ‘rassen’ is steeds meer taboe. In Zweden is het woord zelf nu al verboden. Dat er verschillen tussen rassen zijn, en dat deze genetisch bepaald zijn en bijvoorbeeld betrekking hebben op IQ, is in de wetenschap al tientallen jaren onweerlegbaar vastgesteld, maar in het publiek debat is dit een onbegaanbaar terrein.

Dit jaar bezocht ik een congres van professoren en andere wetenschappers in Londen over IQ, biologie, rassen en dergelijke zaken. Een hooggeleerd, internationaal gezelschap. Uit de VS, Groot Brittannië, Servië, Japan, China, Zweden, en ook Nederland. Het was verschrikkelijk interessant wat ze allemaal te zeggen hadden. Het gebeurde in een sjieke privéclub in Londen. Maar het gebeurde ook in absolute anonimiteit. Het leek wel alsof ik terecht was gekomen in een ondergronds gezelschap. Deze mensen publiceerden, soms al hun hele leven in hoog aangeschreven wetenschappelijke tijdschriften. Ze voerden bovendien felle discussies met elkaar, maar altijd fair en zonder enig taboe. Een centraal idee bij hen was dat van de dysgenics, de met veel statistisch materiaal omkleedde gedachte dat het genetisch materiaal van de mensen steeds slechter wordt. Het IQ in de Victoriaanse tijd was een stuk hoger dan dat van nu. Een verontrustende gedachte natuurlijk. Het was zeker zo dat in die Victoriaanse tijd er een veel openlijker debat bestond. Dat er veel meer mensen boeken lazen bijvoorbeeld. We lijken nu, ik vat het maar een beetje populair samen in een steeds meer overspannen tijd te leven waarin we ons aan moeten passen aan een steeds grotere hoeveelheid impulsen, maar waarbij het zelf-denken een steeds kleinere rol speelt. Zo leven we inderdaad in het Avondland, om met Spengler te spreken. Aan het einde van de Westerse beschaving.

Het spreken over dit soort kwesties vind alleen nog plaats in kleine kring. Bijvoorbeeld in dat hooggeleerde gezelschap in Londen. Al zou ik hun namen vrijgeven, wat me op het hart is gedrukt niet te doen, dan nog zouden die namen u waarschijnlijk niets zeggen. Simpelweg omdat deze professoren en onderzoekers nooit in de media verschijnen. Omdat ze nooit uitgenodigd worden. En die enkele keer dat ze uitgenodigd worden is het meestal om ze voor gek te zetten. Dat is onze tijd.

En ik heb dat ook aan den lijve ervaren.

Toen ik begin dit jaar een interview gaf aan het weekblad Nieuwe Revu, waarin ik over deze ideeën sprak, werd ik overal uitgemaakt voor racist, en op het internet vooral voor ‘schedelmeter.’ Op zich niet ongrappig voor een keertje, maar als het honderden, duizenden keren tegen je gezegd wordt, is het minder grappig. Dan is het gewoon pesten. Uitsluiten. En zo is het ook bedoeld.

Nu is dat allemaal nog niks vergeleken met wat de politicus Janmaat overkwam in de twintig jaar dat hij deelnam aan de Nederlandse politiek. Twintig jaar geweldsbedreiging. Twintig jaar rechtszaken. Twintig jaar totale isolatie in de Tweede Kamer. Twintig jaar scheldpartijen in de media. Alleen maar omdat hij vond dat het nu wel genoeg was met die immigratie en met die opgelegde idealen van de multiculturele samenleving. Zijn secretaresse verloor een been toen een partijvergadering in een hotel werd uitgerookt met brandbommen van de verenigde terroristen die in de media ‘antifascisten’ werden genoemd.

Misschien is het inmiddels met de vrijheid van meningsuiting in Nederland iets minder erg gesteld. We hebben nu tenminste internet, zeiden veel toenmalige leden van de Centrumbeweging mij. Voor Janmaat bestond alleen af en toe de Zendtijd voor Politieke partijen op de tv. En zelfs dat wilde men al afschaffen, want voor ‘racisten’ mocht tenslotte geen spreektijd zijn. Die geluiden kwamen niet alleen van het klassieke links. Ze kwamen net zo goed van het klassieke rechts en het klassieke midden.

Dus: wordt het steeds erger met de vrijheid van meningsuiting? Ik vind het een heel moeilijk te beantwoorden vraag. Ik denk er ook steeds anders over. Aan de ene kant lijkt het politiek correcte keurslijf steeds strakker om ons heen getrokken te worden. Aan de andere kant mogen we nu openlijk kritisch zijn over de multiculturele samenleving. Iets waarvoor Janmaat nog tot gevangenisstraf werd veroordeeld.

Het punt is natuurlijk ook dat de werkelijkheid steeds meer terrein blijft winnen. Niemand kan nu nog de werkelijkheid van ISIS ontkennen. En dan wordt er wel steeds weer met steeds meer krampachtigheid gezegd dat dit niets met de islam te maken heeft, dat is toch niet erg overtuigend. En eigenlijk, heb ik het idee, vind nu iedereen dat wel.

Maar ja. Dit is wel een hele treurige manier van je gelijk krijgen. Dankzij de open grenzen krijgen we de ebola hier. Het komt per vliegtuig. En wat betreft nieuwe aanslagen in Europa is het ook maar een kwestie van tijd. Zo gezien hunker ik eigenlijk naar de tijd waarin je helemaal niets meer mocht zeggen.

 

 

 

 

 

Print Friendly
facebooktwittergoogle_pluslinkedinmail