Fons de Poel pompt bagger op Wilders.

kro_brandpunt640x300Het jachtseizoen is geopend. De PVV staat al maanden als de grootste partij in de peilingen. Volgend jaar komen de Europese verkiezingen. Er staat veel op het spel. We kunnen een reeks uitzendingen van de Publieke Omroep verwachten waarbij de PVV en Geert Wilders in neonazistisch, antisemitisch, racistisch of wat dan ook voor daglicht wordt gezet. 

Gisteren gaf het KRO programma Brandpunt de aftrap. In een item, verzorgd door de grootste sensatiebak van het stel, Fons de Poel, met zijn ophitsende stem. We zagen De Poel ergens in het donker op straat in Oostenrijk staan. Een beeldsetting waarbij je de laarzen al kon horen marcheren. Er kwam enge muziek. We hoorden hem zeggen: “Hoe fris zijn de vrienden van Geert Wilders?” En toen ging het los. De Kafka-foto van de Hitlergroet. De ‘NSB-vlaggen.’ (Hoe vaak zijn ze al niet langsgekomen deze week? Hoe vaak zullen we ze nog zien?) Dat was al niet zo fris, zag je De Poel insinueren. Maar het zou nog veel minder fris worden.

Het ging over de FPÖ van Heinz-Christian Strache. Deze man, hetzte De Poel, was ‘nog een graadje erger’ dan Haider. En die was al zo erg!

Gisteren boekte de FPÖ een grote overwinning. Maar liefst een derde van alle stemmen ging naar tegenstanders van de EU. Maar wat kon Fons dat bommen. Hij had iets anders aan zijn hoofd. Wilders kapot trappen.

We zagen beelden langskomen van een ‘antisemitische cartoon.’ De verschrikkelijke Strache had die op zijn Facebook site gezet. Op deze cartoon zien we drie figuren aan een tafel, voorstellend ‘de regering’, ‘het volk’ en ‘de banken.’ We zien dat de regering flink opschept bij de banken, en nog eens lekker bijschenkt, terwijl de magere figuur die ‘het volk’ voorstelt niks krijgt, alleen maar een botje op zijn bord.

Maar kijk eens goed naar de figuur die ‘de banken’ voorstelt. Kijk eens goed naar zijn manchetknoopjes. Zijn dat geen… jawel, Davidssterren? Ja, dat kon het zijn.
Nou, zou je zeggen. Strache hing. Hij was de nieuwe Hitler. Het was bewezen. We waren klaar.
Wat De Poel er niet bij vertelde was dat de Oostenrijkse minister van justitie, van een andere partij dan de FPÖ, in het Oostenrijkse parlement had verdedigd waarom het Oostenrijkse OM er geen rechtszaak in had gezien: De desbetreffende minister vond dat er ‘nicht gegen die Gesamtheit der jüdischen Bevölkerung gehetzt worden sei.’ Daarover werden velen in Oostenrijk erg boos. En je zou er ook best wel iets over af kunnen dingen. Maar dat het geen rechtszaak werd, en dat de minister dit verdedigde, was in dit verband dus wel een belangrijk feit. Fons de Poel ‘verzuimde’ dat aan de Nederlandse tv kijker mee te geven.
En zo ‘verzuimde’ hij nog meer. De Poel voerde, heel chic, een biografe van Strache op, ene Nina Horaczek. De vrouw maakte een wetenschappelijke, afgewogen indruk. En ja, ze had ook wat minpuntjes over Strache gevonden, liet ze met een innemend lachje weten.
Hier ‘verzuimde’ De Poel te vertellen dat de dame in kwestie schrijft voor een extreem-links tijdschrift, en dus met een duidelijke politiek insteek aan haar ‘biografie’ was begonnen.

Het was helemaal geen biografe. Het was een activiste.

Dan werd er nog ene Ewald Stadler opgevoerd. Ook hij had allemaal slechte dingen over Strache te vertellen. De Poel liet weten dat deze Stadler vroeger in de partij van Strache had gezeten, maar dat hij er nu niets meer mee te maken wilde hebben.
De Poel ‘verzuimde’ te vertellen dat Stadler hoogstpersoonlijk door Strache uit de partij was gezet vanwege wantoestanden. En dat er ook nog een rel om hem heen ontstond omdat hij zich met briefpapier duurder had voorgesteld dan hij was. De man was een geval, alleen nog goed als rancuneuze kwaadspreker over Strache.

Dat is dus zoiets als Brinkman vragen om een mening over Wilders. Zoiets doe je niet als journalist zijnde. O, wacht…

Wat je natuurlijk ook niet doet in zo’n reportage is: Uitgesproken politieke tegenstanders opvoeren als ‘duiders.’ Wat De Poel dus wel deed, door een woordvoerder van Die Grünen te laten leeglopen.
En ja, wat was er nog meer ‘erg’ aan Strache. Hij had een foto van zichzelf met vrienden online gezet van een barbecue en hij had daaronder gezet dat je welkom was als je van varken hield. Een provocatie, vond de man van de Grünen, en vooral: een geheim signaal aan zijn extreem-rechtse vrienden. Normaal gesproken natuurlijk een belachelijke uitspraak, maar met al die enge muziek erbij, en die halfduistere beelden klonk het ineens aanvaardbaar.

En voor dit soort propagandistische bagger betalen we dus belasting.

 

facebooktwittergoogle_pluslinkedinmail

Banken maken oorlog

P1040298

Wie maakt er eigenlijk oorlog.

door Caroline

 

[cleeng_content id=”413492068″ description=”Banken maken oorlog” price=”0.99″ t=”article”]Op school hebben we allemaal geleerd dat de Eerste Wereldoorlog begon omdat de zoon van Keizer Frans Ferdinand van Oostenrijk in Sarajevo werd doodgeschoten door een anarchist. Toen ik daar voor het eerst van hoorde, dacht ik al ‘vreemd, en waarom zou de hele wereld in brand gaan vanwege één moord’? Maar ja, die vraag borg ik weg en desgevraagd vulde ik het netjes in als er om gevraagd werd, en aangezien ik er niet echt van wakker lag, liet ik het daar bij. Idem de Tweede Wereldoorlog, zij het dat ik daar iets meer (veel meer zelfs) door geboeid was, en inderdaad, Hitler en zijn gekken waren slechte mensen die de ene na de andere provocatie en bezetting uitvoerden, tot het Engeland en Frankrijk met de inval in Polen te machtig werd en de oorlog begon. Ik las alles wat er los en vast zat over die oorlog en het hoe en het waarom, bezocht concentratiekampen, was en ben daarover met stomheid en onbegrip en afschuw geslagen, maar dat er iets leek te ontbreken aan het verhaal, dat begreep ik wel, maar wat dat wist/weet ik niet. Akkoord, de dolkstootlegende en het Verraad van Trianon en het Duitse revanchisme gaven wat aanvullende informatie, maar waarom toch dan op een moordpartij uitgaan waarvan iedereen slechter of doder werd, en waar niemand iets mee opschoot.

Maar waarom dan toch aan het moorden slaan en oorlogen voeren? En die vraag is natuurlijk niet alleen van historisch belang, maar eng en verrassend actueel met alle moordpartijen, oorlogen dus, wereldwijd. Wie drijft dit alles en waarom. Als lid van de sneuvelende klasse toch iets wat aardig is om te weten niet, want als je niet weet hoe het werkt, dan kan je je er ook niet tegen verzetten, tegen alle oorlogsgehits en gedrijf. Althans, je kunt er wel wat van zeggen, maar als je je tot de kleine knechten zoals onze minister van Buitenlandse Zaken richt, dan is er een ding wel duidelijk: dat je niet de meester maar de knecht te pakken hebt, en dat leidt nooit tot iets natuurlijk. Want de knecht mag alleen naar zijn meester luisteren, en van die meester niet naar ons. Hoe verwerpelijk de knechten ook zijn om zich voor hun knechtenrol te lenen, boos worden op hen heeft eigenlijk geen enkele zin, net zoals het geen zin heeft om de bediende in een MacDonalds uit te kafferen vanwege de kwaliteit van de geleverde waar, of de manager. Klachten die niet bij de baas, en dat is dus niet de manager, worden ingediend en waarmee het de baas niet wordt lastig gemaakt, die hebben geen enkele zin. Het lucht misschien een beetje op, maar de hamburgers worden er niet anders door, tenzij je dus de baas aanpakt, de dader.

Wie de daders en bewerkstelligers zijn van alle oorlogen die gevoerd worden? Zelden of nooit zijn dat de leden van de sneuvelende klasse, want waarom zouden  die iets doen waar ze niets mee opschieten, mogelijk dood aan gaan, en tenminste zeker kunnen zijn van jaren van ontberingen en wederopbouw. Mensen zoals ik moeten door trucs en verhaaltjes overtuigd worden, dat er een noodzaak is tot het voeren van een oorlog. Hier komen de concentratiekampen en het ‘nie wieder’ goed van pas, want dat we dat allemaal niet nog een keer willen, dat is wel duidelijk. Dat is het sentiment waarop bij Syrië en eerder Libië werd en wordt gespeeld. Een andere mogelijkheid om mensen oorlogsbereid te maken, is hen een gevoel van bedreiging te geven. Het terreuralarm springt op oranje en op rood en weer op oranje enzovoorts enzoverder, en bang moeten we allemaal zijn, en dan nog het liefst voor mensen zoals Osama dit en Godane dat, mensen dus die ons nog nooit iets gedaan hebben maar dat kennelijk wel ieder moment kunnen gaan doen. Het risico dat je door eigen hand sterft is in ieder geval aanmerkelijk groter dan dat je door terroristenhand om het leven komt.

Tja, het zal allemaal wel, al die bedreigingen en al die morele noodzaken, maar waar is het natuurlijk niet. Ik denk dat follow the money meer oplevert als je op zoek gaat naar het waarom van de betrokken bevolkingen alleen maar schadende en niets goeds opleverende activiteiten en moordpartijen.

En dan kom je al snel bij de financiers en de oorlogswinstenmakers terecht (de SHELL leverde gewoon door aan Hitler bijvoorbeeld, want die moest die olie ook ergens vandaan halen), want dat zijn de enigen die er iets mee opschieten. Alle oorlogen zijn bankiersoorlogen, dat lijkt me goed om voor ogen te houden als er weer eens aangezet en aangehitst wordt tot bloedvergieten.

Wat er ook van gezegd wordt, dergelijke activiteiten zijn altijd en alleen in het belang van de mensen die er toe oproepen en hun meesters, en nooit en te nimmer ten voordelen van de mensen die zich door die oproepen laten verleiden tot het bewerkstelligen van hun eigen ondergang.

Als aanvulling op de geschiedenislessen die we allemaal op school gehad hebben plaats ik hier een link naar All wars are bankerswars, niet als ‘antwoord op alles’, maar omdat het een kant van de oorlogszaak belicht die ik in ieder geval op school nooit te horen kreeg.

 

En in tijden dat een Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken in de VN veto’s oproept niet te laten gelden als het gaat om gewapende acties tegen de bevolking van Syrië en de Amerikaanse president de wet wijzigt zodat hij ook formeel terroristen daar kan bewapenen, is wat extra kennis van hoe en waarom oorlogen ontstaan, nooit weg.

 

 

[/cleeng_content]

facebooktwittergoogle_pluslinkedinmail

O, en nu is de Prinsenvlag dus weer antisemitisch

P1040732
PVV bijeenkomst op 21 september 2013

De Prinsenvlag, zo wordt nu gezegd, is eigenlijk antisemitisch. Want het is een NSB vlag. Want de NSB ging over de uitsluiting van Joden. Dat zei Evelien Gans vandaag in Buitenhof. Ze haalt daarbij zoveel zaken door elkaar dat er eigenlijk geen beginnen meer aan is. Maar laten we het toch maar eens proberen.

Nee, het is niet slecht om te zeggen dat je bij een bepaalde groep wilt horen. Nee, het is zelfs niet slecht als je stelt dat de Westerse maatschappij nu meer succes heeft dan andere maatschappijen en dat je daarom Israël steunt. 

Uitsluiting, dat is het codewoord van de zelfbenoemde antifascisten. Vandaag, te gast in het programma Buitenhof had Evelien Gans van het NIOD het weer over uitsluiting. Het ging over de Prinsenvlag die te zien was bij de bijeenkomst van de PVV. (Overigens, kijkt u nog eens goed naar de foto hierboven: Op het PVV podium hingen rood-wit-blauwe vlaggen. In het publiek liepen enkelen met de oranje-wit-blauwe vlag.) En om de speldjes die een aantal PVV Kamerleden vervolgens hadden gedragen als reactie op de commotie hierover.

Want, had Pechtold gezegd: Deze Prinsenvlag was een NSB vlag. En ja, zei Evelien Gans, dat klopt. De NSB sloot mensen uit. Namelijk Joden. En we zien hoe dit is afgelopen.   En nu loopt de PVV dus rond met diezelfde vlag van uitsluiting. Ja, maar de PVV is toch voor Israël? Ja, maar, zei Evelien Gans, ze zeggen wel dat ze voor de Joden zijn, maar ze zijn dat eigenlijk niet. Kijk maar naar het debat over het ritueel slachten. Als ik haar warrige verhaal heb kunnen volgen.

Terecht merkte haar gespreksgenoot, de politicoloog Meindert Fennema, op dat Wilders helemaal niet voor de Joden is. Hij is ook niet tegen de Joden. Hij is voor de staat Israël.

En daar schuilt de verwarring in bij links. Wie voor de Westerse beschaving is, en daarmee voor Israël, wordt gelijk geacht tegen bepaalde mensen te zijn. En dat mag niet. Want we mogen niemand uitsluiten, toch? Want kijk maar wat er met de Joden is gebeurd.

Sommige van de mensen die zo redeneren zijn dom. Anderen zijn slecht. En vaak gaan die twee nog samen ook.

Het gaat natuurlijk niet alleen om Nederland, of om niet-Nederland. Het gaat niet alleen om de EU. Het is een veel bredere discussie, die ook in andere landen wordt gevoerd. Daarom maak ik even een uitstapje. En ik ga een stukje verder dan Wilders doet.

Waarom mag je, als blanken, niet voor een door blanken gemaakte Westerse samenleving zijn? Waarom mag je je daarin niet thuis voelen? En, nu ga ik nog een stapje verder: Waarom mag je als blanken niet vinden dat niet alle rassen gelijk zijn, en dat sommige rassen het kennelijk beter hebben gedaan dan anderen?

De heersende mening over de slechte staat waarin andere beschavingen dan de Westerse verkeren, is dat dit veroorzaakt is door blank racisme. Met andere woorden: door diezelfde ‘uitsluiting als waar Evelien Gans het over heeft.

Hierover gaf de Amerikaanse publicist  Jared Taylor onlangs een interessante lezing, die hier is gepubliceerd.

So what happens when the less intelligent groups—blacks and Hispanics—fail, as they inevitably do, to perform at the same level as whites? Because all races are officially equal, the failures of blacks and Hispanics must be due to one thing only: oppression by whites. White racism. Astonishingly, hardly any whites dispute this reasoning, and submit to humiliation and outright discrimination in the name of redress. Whites are thus punished for the failures of others, and taxed so that America can spend billions of dollars trying to eliminate gaps in achievement that cannot be eliminated.

Zoals gezegd: Dit gaat een stapje verder. Het is niet wat de PVV zegt. Het is wel wat ik zeg, met iemand als Jared Taylor.

Maar ook in verband met dit ‘stapje verder’ moet nog een punt worden gemaakt. Tegenstanders zeggen hierover dan dat mensen als Taylor en ik eigenlijk beweren:  ‘Blanken zijn superieur.’ Maar dat is natuurlijk onzin.

Deze beweringen over intelligentieverschillen tussen etnische groepen komen direct voort uit het denken van Darwin. In dit denken (nu al een eeuw lang door oneindig veel wetenschappelijk onderzoek bevestigd) bestaan er geen absolute verschillen, maar alleen relatieve.

Wijzigen de omstandigheden, dan kan het voordeel van de ene etnische groep veranderen in een nadeel. Darwin ontdekte dit door te kijken naar vinken op een eiland. Soorten en ondersoorten ontwikkelen zich in niches. Als de niches op de eilanden veranderen, verandert dus ook het succes van die soorten en ondersoorten. Een bosneger redt zich in het bos beter dan een blanke. Bij minder bos krijgt de bosneger een probleem, en heeft de op de stadse samenleving gerichte blanke een voordeel. Klimaatwisseling, maar ook de opkomst van een ziekte epidemie, kan maken dat etnische groepen die weinig succesvol waren, ineens boven komen te liggen. Ziektes zijn namelijk soms rasgerelateerd.

De wereld verandert. De ene plek op de wereld is de andere niet. Een olifant is niet superieur aan een mier. Alleen anders. Dat heeft soms voordelen en soms nadelen. en onder bepaalde omstandigheden kunnen die voordelen in nadelen omslaan.

Dus: Wie zegt dat blanken het nu beter doen, en dat de Westerse maatschappij nu meer succes heeft, hoeft dus niet in absolute zin te zeggen dat blanken goed zijn en dat ‘die domme negers’ moeten verdwijnen. (Om maar even het vaak onbeschofte taalgebruik van mijn tegenstanders over te nemen.) Althans: Wanneer die redeneert vanuit een Darwinistische en niet vanuit een religieuze visie.

Maar we dwalen af. Want de dragers van de Prinsenvlag zeggen nog niet eens: Wij zijn beter. Ze zeggen alleen: Wij willen het recht uitdragen dat wij Nederlanders willen zijn. (En ja: het begrip ‘Nederlander’ is voor de organisatie Voorpost iets wat zich buiten de landsgrenzen uitstrekt: Ook Vlaanderen en de Nederlandstalige Afrikaners vallen eronder; dat is een politieke opvatting.) Niet beter of slechter, maar dat is gewoon wat wij willen zijn, omdat wij die verbondenheid voelen. Net zo goed als een Papoea wil uitdragen dat die een Papoea is.

Wij, zeggen deze Prinsenvlagdragers, zijn niet voor of tegen Joden. Wij zijn voor Nederlanders. En als er Joodse Nederlanders zijn, dan zijn wij ook voor hen. Net zo goed als we voor Marokkaanse Nederlanders zijn, of voor Turkse Nederlanders, die de Nederlandse normen en waarden aanhangen en uitdragen.

‘Nederlander’ zijn is een door de politiek en door de cultuur bepaald gegeven. Dat is ook precies wat de PVV zegt. Wie Nederlander wil zijn, is welkom. Wie cultureel wil blijven afwijken, en dat ook uitdraagt, verliest in feite het recht om onder de Nederlandse paraplu te leven.  Ik zeg ‘in feite’, omdat de PVV niet bepleit dat mensen die zich niet aanpassen het land uit worden gezet. Dat lijkt me ook het meest vredelievende standpunt. Want anders gaan die beruchte treinen weer rijden.

Ik denk niet dat Evelien Gans dat wil snappen. Maar zo zit het dus.

facebooktwittergoogle_pluslinkedinmail

Goud maken, een grimmig sprookje

Gold_Bars
Bron: Wikipedia

De spinster en de prins

Door Caroline

[cleeng_content id=”659563966″ description=”Goud maken, een grimmig sprookje” price=”0.99″ t=”article”]Er was eens een heel mooi maar heel arm meisje in een dorp hier niet zo ver vandaan, dat van een fee de gave had gekregen om wol tot goud te spinnen. De gave werkte niet direct, maar door wol tot garen te spinnen, en dat garen te gebruiken voor het vervaardigen van fraaie producten die gretig aftrek vonden, werden die garens tot goud. Al spoedig was het meisje dus nog wel heel mooi, maar lang niet meer arm. Ook niet rijk trouwens, maar zo tevreden als ze maar wilde zijn. Ook de mensen om haar heen waren tevreden, want weer andere mensen kwamen van heinde en verre om inkopen te doen, en die mensen brachten weer van allerlei dat men daar waar het meisje woonde, graag wilde hebben. De handel kortom, groeide en bloeide, en in de mensen was een welbehagen. Loslippig, men mocht daar en toen immers nog gewoon zeggen wat men wilde, sprak men van het meisje dat van wol goud kon spinnen, en haar faam groeide gelijk op met de welvaart van het dorp. Want natuurlijk kwam zoals dat gaat, van het een het ander, en het dorpje werd al bijna tot stad.

Dit kon natuurlijk niet duren. Immers, de prins kwam de welvaart van de mensen in het dorp ter ore, en aangezien hij zoals gebruikelijk op zwart zaad zat na zijn laatste aanschaffen van allerlei overbodigheden, leek een nader onderzoek naar de welvaart in het dorp hem gewenst. Want dat hij onverstandig was geweest met die aanschaf van die rare koetsen die maar niet wilden rijden, en met die jachtvogeleieren die maar niet wilden uitkomen, dat wilde natuurlijk niet zeggen dat hij in de toekomst ook weer onverstandige uitgaven zou doen, niet? De prins begreep ook wel dat hij met de belofte van een toekomstig verstandig beleid niet meer hoefde aan te komen bij mensen die hem langer kenden dan vandaag, maar in dat dorp was hij nog nooit geweest.

De prins dacht er nog even over toch maar één van zijn koetsen voor te laten rijden, maar om daarop te wachten, daarvoor was zijn financiële nood inmiddels te hoog. Om toch chic en prinselijk over te komen, liet hij zijn oude merrie Fyra voorzien van het mooiste en enige nog niet beleende tuig dat hij had, en ging met een beperkt maar trouw gevolg op weg. Een vrouw die goud kan spinnen uit wol, dat zou wat wezen, en tegen een prins zegt iemand uit het volk geen nee, al is het maar omdat hij haar anders natuurlijk zou laten onthoofden. Ja, als prins heeft een mens het niet slecht getroffen.

Na enige tijd arriveerde de prins in het dorp, en iedereen die hij vroeg naar het meisje dat goud kon spinnen, zei dat die dat inderdaad kon, en wist haar te wonen.

De prins ging er spoorslags heen, en meldde zich bij het meisje met de gouden handen, en hoewel dat voor het doel van de prins niet nodig was, was hij toch blij en verrast dat ze ook nog eens erg mooi was. Zonder dralen vroeg de prins het meisje ten huwelijk, en uiteraard, wetend dat er weinig anders op zat, zei het meisje ja, want heel erg lelijk was de prins nu ook weer niet. En bovendien, een prins is een prins. Arm meisje, had ze meer van de prins, diens schulden en zijn spilziek karakter geweten, mogelijk dat ze dan meer moeite gedaan zou hebben om onder zijn aanzoek uit te komen, maar helaas, dat wist ze dus niet.

Nog dezelfde avond arriveerden ze weer het kasteel van de prins. Het huwelijk werd overhaast en dus tegen geringe kosten (de prins verklaarde de haast met zijn overrompelde gevoelens) voltrokken, en het gebeuren in de huwelijksnacht kunnen we hier dus verder onbesproken laten.

De volgende morgen vroeg de prins of het niet eens tijd werd voor haar om wat goud te gaan spinnen. Goud spinnen? Het meisje, de vrouw inmiddels, wist na die nacht al wat meer van de prins, en in ieder geval genoeg om zich te realiseren dat het niet verstandig zou zijn hem te vertellen hoe dat werkte met het van wol goud spinnen. Dat daarvoor vrijheid en rust nodig waren, en een ongestoord en vrijwillig handel drijven met mensen die hetzelfde deden, en niet, niet, niet de regels van de prins. ‘Kom liefje’, zei de prins, ‘aan de slag, en voor het gemak heb ik in de toren een goed afsluitbare toren ingericht en een stapel wol voor je klaargelegd. Ik kom vanavond langs om te kijken, en ik verwacht dat dan alle wol tot goud is gesponnen.’

‘En als dat me niet lukt, want je maakt mijn handen aan het trillen met je voorwaarden en regels?’ “Tja, lieve vrouw, dat zou dan jammer wezen, want ik heb echt een echtgenote nodig die dat kan, en scheiden dat doen we in mijn kringen alleen van kop en romp.”

En zo zat het meisje dan in de torenkamer en zij schreide hete tranen over haar ongeluk. Want op deze manier was er natuurlijk van wol geen goud te maken, en de prins was duidelijk genoeg geweest.

Hoe was het toch mogelijk? Gisterenochtend kende ze de prins nog niet eens, en vandaag reeds had hij haar in de ellende gestort, en vanavond zou hij haar van hoofd en romp scheiden. Hoe was ze toch in deze situatie verzeild geraakt, en belangrijker, hoe kwam ze er weer uit? In sprookjes verscheen er altijd een reddende engel, maar dit was bepaald geen sprookje, dus daar hoefde ze niet op te rekenen. Ze had alleen zichzelf om op terug te vallen, en als zij niets bedacht, bedacht niemand iets. Handenwringend doorbracht zij de weinige uren daar haar nog zouden resten, tot opeens zij de spoel van het spinnewiel zag. Had ze nog tijd? Ja, en met opeens weer vaste hand maakte zij de spoel los en sleep daaraan een zo scherp mogelijke punt. Vastberaden over wat zij doen moest maar uiteraard niet wilde doen, wachtte ze op de komst van de prins, en die kwam. Uiteraard begon die meteen te foeteren toen hij zag dat de wol nog wol was want zo wordt er natuurlijk niet geparticipeerd.

Het meisje hoorde zijn vuige vloeken en bedreigingen niet lang aan en stak de prins met de spoel direct in zijn hart. ‘Spreken is zilver en zwijgen is goud’, zei het meisje tegen zichzelf, en wie meent dat ik geen goud kan maken met een spinnewiel, die heeft zich blijkbaar fataal vergist.

Nu het meisje weduwe was geworden en door gebrek aan tijd ook kinderloos, aanvaardde zij als weduwe de prinsentroon. Omdat zij haar lesje wel geleerd had, trok zij alle wetten en regels in die de prins eerder had uitgevaardigd, en leefden alle mensen in het land voortaan lang en gelukkig en in groot welbehagen. Tenminste, totdat het meisje hoorde over de man die geld uit de lucht kon grijpen, maar dat is een ander verhaal.[/cleeng_content]

facebooktwittergoogle_pluslinkedinmail

Voor de FPÖ als Europees partner hoeft Wilders zich niet te schamen

502px-Heinz-Christian_Strache_2009_edited
Heinz-Christian Strache bij demonstratie voor bouw islamitisch cultuurcentrum in Wenen in 2009. (Bron: Wikipedia.)

Morgen haalt de zittende Oostenrijkse regering van sociaal democraten en christen democraten geen meerderheid meer. Ze kiezen voor samenwerking met de Groenen. Dat biedt grote kansen voor een zich gematigd-conservatief opstellende FPÖ onder leiderschap van Hein-Christian Strache, die in de pers wordt afgebeeld als een gevaarlijke populist, maar die met een zeer aanvaardbaar en bepaald niet extreem verkiezingsprogramma is gekomen.

Een analyse van de verkiezingen en een inhoudelijk overzicht: Met zo’n Europese partner hoeft Wilders zich bepaald niet te schamen.

[cleeng_content id=”922384235″ description=”Voor de FPÖ als Europees partner hoeft Wilders zich niet te schamen” price=”0.99″ t=”article”]Toen Pim Fortuyn campagne voerde, en in Rotterdam won, werd hij in de internationale pers ‘De Hollandse Haider’ genoemd. Dat geeft goed aan wat een enorme indruk Haider had gemaakt. De EU voerde sancties in toen de FPÖ van Haider mee ging regeren in Oostenrijk. Dat gaf een inzicht in het principieel a-democratische karakter van de EU. Maar weinigen waren toen nog wakker qua EU. Haider is inmiddels dood en begraven. De ironie van de geschiedenis was dat hij, precies anders dan Fortuyn, zijn homoseksualiteit verborgen hield, uit angst zijn conservatieve aanhang te verliezen.

Maar de FPÖ bestaat nog steeds en heeft sinds 2005 een andere leider, Heinz-Christian Strache. Strache wordt dezer dagen in de Duitse pers voorgesteld als een levensgevaarlijke populist met aan ‘angstprogramma.’ En Strache zou een ‘angstzaaier’ zijn. Ach, waar kennen we dat geroep van. Ik vond het een goede reden om eens beter te kijken wat de FPÖ eigenlijk wil.

 

Het verkiezingsprogramma van de FPÖ ademt eerder realistische gematigdheid dan gevaarlijk populisme. (PDF)

Het woord ‘islam’ komt alleen één keertje voor in de inleiding. Al is het standpunt ferm: Afwijzing van de uiterlijke symbolen, zoals de minaretten. Dat niet toestaan onder het mom van godsdienstvrijheid, want we hebben hier te maken van een buitenlandse onderwerpingsideologie.

Wir lehnen das Errichten von Symbolen eines fremden Herrschaftsanspruchs über unsere Heimat unter dem Deckmantel der Religionsfreiheit und von politisch-religiösen Siegeszeichen wie Minaretten ab.

Godsdiensten die de scheiding van kerk en staat niet erkennen, of die scheiding zelfs willen aanvallen, moeten rechten die onder de godsdienstvrijheid vallen, ontnomen worden:

Wir bekennen uns dazu, Religionsgemeinschaften, die unsere bewährte Trennung von Kirche und Staat in Frage stellen oder bekämpfen, das Privileg der gesetzlichen Anerkennung und damit den Status als Körperschaft des öffentlichen Rechts abzuerkennen

De FPÖ is uitgesproken nationalistisch, en stelt Oostenrijk op de eerste plaats.  Er is veel aandacht voor een sterke verzorgingsstaat. Maar wel een met meer geld in de eigen zak. En met een afgeslankt staatsapparaat.  De FPÖ is niet perse tegen vormen van Europese samenwerking. Maar de steeds verder doorgevoerde EU ‘hervormingen’, waarbij afbreuk wordt gedaan aan de Oostenrijkse soevereiniteit, wijzen ze af:

Die FPÖ bekennt sich zu einem europäischen Vertragswerk mit einem Rechte- und Pflichtenkatalog für Union und Mitgliedstaaten. Die Verfassungen der souveränen Mitgliedstaaten müssen absoluten Vorrang vor dem Recht der Union haben. Der sogenannte EU-Reformvertrag wird von der FPÖ abgelehnt. Er ist das Ende unserer Neutralität und unserer Souveränität.

Een discussie over het uittreden uit de EU, is voor hen geen taboe:

Für die FPÖ ist eine Diskussion über den Austritt aus einer Europäischen Union, die sich zu einem Zentralstaat entwickelt und die Grundsätze der Subsidiarität und der Demokratie mit Füssen tritt, kein Tabu.

In het programma neemt men het met nadruk op voor de kleine ondernemers, en de ‘vrije boeren’, en ook is de FPÖ milieubewust en tegen bio industrie. De FPÖ is geen voorstander van vergaande individualisering, en stelt het familieverband als ijkpunt.

Qua immigratiebeleid staat de FPÖ een humane en rechtvaardig beleid ten aanzien van buitenlanders voor, maar moet er ook hard opgetreden worden ten aanzien van misbruik van de voorzieningen:

Österreich hat die Verpflichtung, sich mit der humanen und konsequenten Rückführung von Ausländern zu befassen. Damit sind vor allem jene gemeint, die in Österreich straffällig geworden sind, Sozialmissbrauch betreiben, deren Asylansuchen abgelehnt werden musste oder für die es keine Arbeitsplätze oder menschenwürdige Wohnungen im Land gibt.

Buitenlanders die zware misdaden plegen, dienen hun straf uit te zitten in het buitenland, en mogen nooit meer Oostenrijk binnenkomen. Kinderen waarvan de ouders niet de Oostenrijkse nationaliteit bezitten, dienen, op kosten van de ouders, een inburgeringcursus van een jaar te volgen, voor ze toegelaten worden op school. De FPÖ rept niet van verplichte remigratie of iets dergelijks. De partij spreekt niet over ‘rassen.’ Ze zijn geheel en al democratisch, en roepen niet op tot geweld. Toch spreken de sociaal democraten van een blokkade, en worden verkiezingsbijeenkomsten verstoord door linkse activisten.

Hoe liggen nu de kansen voor de FPÖ bij de verkiezingen morgen? De partij heeft er een concurrent  bij in de vorm van Frank Stronach, een geboren Oostenrijker die rijk werd in Canada. Met zijn Team Stronach bestrijdt hij de euro, maar is niet kritisch over de immigratie. In de peilingen doet Stronach het een stuk minder als Strache. Maar de FPÖ is in de peilingen wel gezakt. Een jaar geleden stonden ze nog op 30 procent, nu op 20 procent. Maar ook de FPÖ kent een gordijnbonus, en daar herinnert Strache graag aan in interviews:

Ich erlebe diese Situation seit dem Jahr 2005, als wir drei Prozent in den Umfragen hatten und uns nichts zugetraut wurde. Zuletzt habe ich habe das 2010 in Wien erlebt, als man uns eine Woche vor der Wahl 18 Prozent gegeben und uns schlechtgeschrieben hat und am Wahlabend waren es dann 27 Prozent. Ich habe gelernt damit zu leben und erwarte nichts von der veröffentlichten Meinung. Aber ich erlebe, dass die Stimmung in der Bevölkerung eine andere ist.

De zittende regering van sociaal democraten en christendemocraten lijkt geen meerderheid meer te krijgen. Ze zullen nu samen moeten met de Groenen. Dit zou wel eens in het voordeel van de FPÖ kunnen spelen, ook omdat die een redelijke gematigde verkiezingscampagne heeft gevoerd, aldus deze analyse in het Duitse weekblad Junge Freiheit.

De Oostenrijkse verkiezingen zouden dus wel eens een stuk spannender kunnen worden, en uit kunnen lopen op een meer uitgesproken stem voor een soeverein Oostenrijk, als nu wordt verwacht.

En het wordt hier ook weer duidelijk dat de hysterie van Pechtold en de zijnen aangaande een Europese samenwerking van Geert Wilders, hier totaal nergens op gestoeld is.[/cleeng_content]

facebooktwittergoogle_pluslinkedinmail

Griekenland, een herinnering.

Ia_Santorini-2009-1
Bron: Wikipedia

Blijkbaar staat Griekenland weer aan de vooravond van een staatsgreep.

Bevreemden doet het me niet, want dat die Nobelprijs voor de Vrede aan de EU niet anders dan een wrede grap was, dat ontging niemand die onder de EU dictatuur zucht. Maar ach, warmonger Obama kreeg er immers ook één, en megaoplichter Al Gore van de klimaatheffingen ook. Zo langzamerhand is het chic er geen te hebben, en zo bezien heb ik een heel chic oordeel over Griekenland, nou ja, chic? Eerder vreedzaam.

[cleeng_content id=”591127450″ description=”Griekenland, een herinnering” price=”0.99″ t=”article”]In de jaren tachtig ging ik er ieder jaar in de zomer heen want vrijer en blijer en zonniger was het leven nergens. Kamperen deed je daar waar je een aardige plek onder een boom vond, liefst aan het strand en in het zicht van een taverne. Met handen en voeten voerde je overleg met omwonenden over het plaatsen van een tent, en soms haalde men zelfs de koeien uit de wei met de mooiste boom en dus de meeste schaduw, zodat je daar je tent kon opslaan. Eten deed je uiteraard altijd bij de taverne, want zo werkte dat. Vriendelijke mensen en erg veel bonnetjes voor de belasting kregen we niet, maar erg veel verdienen deden die mensen dan ook niet. Leven en laten leven, zo was het, en als er te eten was en wat kippen op het erf en genoeg retsina in de kan, en een televisie om de hele dag op maximaal volume aan te hebben, dan was het leven goed. Het hunne en het onze.

Dat we ons twee maanden vrijwel iedere dag voedden met souvlaki en griekse salade en een heel enkele keer een stukje kip, zo was het en het stoorde op geen enkele manier. Als eten maar ‘echt’ is en dus smaak heeft en puur is, dan verveelt het eigenlijk nooit. En dat was nog mooier meegenomen voor de Grieken dan voor ons, want die zag ik eigenlijk ook nooit iets anders eten dan dat. Op het platteland dan, in steden en havenplaatsen was dat uiteraard anders.

Van spilzucht of overdreven luxe of gemenigheid bleek ons niets. Wel was er altijd wel iemand in uniform, maar aangezien die meestal rustig op het terras bleef zitten met een glaasje ouzo, was dat meer een geval van couleur locale dan een dreigende manifestatie van staatscontrole. Borden met verboden te kamperen waren er ook, en die waren heel geschikt om er de waslijn aan op te hangen.

Ik herinner me dat ik eens, ergens aan een kust met één huis in de buurt, mijn teen stootte. Niet echt dramatisch, maar wel iets om even naar te kijken. Goed kijken ook, want het schaafwondje was zo klein dat ‘schaafwondje’ nog een overdreven beschrijving ervan is. De enige reden dat ik me dat voorval na al die jaren nog herinner, is dat er meteen een bezorgde Griekse heer kwam aangesneld die ach en wee riep over mijn verwonding en ons beduidde vooral rustig te blijven zitten. Hij zou redding brengen, zo begrepen we, en we wachten dus af. En ja hoor, niet alleen een pleister en jodium (en dat terwijl de zee nog geen 5 meter weg was), maar ook een jerrycan met wijn, olijven en brood.  Ik moest vooral rustig blijven zitten en bijkomen, en een en ander leidde al snel tot een genoeglijke middag en het opslaan van onze tent. Ook de oude dame in het zwart met nog een ezeltje die op Lesbos een prachtige pudding voor ons had gemaakt, en die me die met een hartelijke kneepje in de wang kwam, en de vrouw die na een week vond dat er eens een kip voor ons geslacht moest worden, en het dansen op het strand tot ochtendgloren (ik ben niet slecht in een sirtaki, ella ella, hoppa, hoppa), en zo nog wel 100 herinneringen meer.

Al die mensen deden dat zomaar en ‘schoten er niets mee op’, anders dan de mensen met een taverne, maar die zijn ook niet echt rijk van ons geworden of daarop uit geweest.

Denk ik aan Grieken dan denk ik aan de mensen die niet veel hadden maar wat ze hadden graag deelden, en aan de met handen en voeten als gemeenschappelijke taal gedeelde pret.

Hoe erg ik het vind dat dit vrolijke en trotse volk onder dictatuur gebracht is, doet me meer dan ik in woorden uit kan drukken. Internationale solidariteit, zij onder dictatuur en wij onder dezelfde, maken de zaak er niet beter op, eerder urgenter.

En over luie Grieken die niets anders doen dan belasting ontwijken en geld verduisteren wil ik niet horen, want die ontwijkers en verduisteraars dat is daar dezelfde groep als hier. En wil je weten welke groep dat is, althans wat daar het publiek getoonde gezicht van is, dan kan je de Algemene Politieke Beschouwingen nog maar eens nazien.[/cleeng_content]

facebooktwittergoogle_pluslinkedinmail

Hitlergroetbrenger was provocateur

De persoon met het NIKE petje die de Hitlergroet gebracht zou hebben bij de PVV demonstratie van vorige week, was ook aanwezig bij de demonstratie van de ‘antifascisten’ tegen de PVV. In beide gevallen speelt hij een provocerende rol. Bij de demonstratie van de AFA hoorde hij bij een clubje dat de demonstratie wilde verstoren. Af te lezen aan hun uiterlijk gaat het om een extreemrechts groepje. Een van hen provoceert door met geheven armen door de politie beveiliging heen te willen lopen. De anderen, waaronder de man met het NIKE petje, blijven staan tegenover de politie. Ook als de ‘verstoorder’ zich bij hen bevindt. Of zich dit in werkelijkheid voor af na de verstoring plaatsvindt is niet duidelijk, want er is door Omroep West gemonteerd.

Hieronder ziet u de Hitlergroet brenger, rechts, volgens KAFKA op de PVV demo, en links, volgens het filmpje van Omroep West.  Zelfde petje. Zelfde gezicht. Alleen links (bij de AFA) draagt hij een leren jas met een bontkraagje, rechts (bij de PVV) een sweater. Niet ondenkbaar. Het was die dag wisselend weer. Er was afstand tussen beide demonstraties. Hij kan zijn jas hebben verwisseld voor een sweater. Of andersom. Het is niet duidelijk wanneer foto en filmpje gemaakt werden. Eerst bij de PVV, daarna bij de AFA, of andersom.

Waar het dus om gaat: We hebben het hier niet over een PVV-aanhanger, zoals Alexander Pechtold beweert, en met hem de Nederlandse media, maar om een provocateur.

combi

 

 

Hier beide foto’s apart.

 

9784f2ba6577420c438f675ce73222ac_large hitlergroetpvv21-09-2013

Bij deze link ziet u het filmpje van Omroep West. De provocatie bij de AFA demonstratie vindt plaats op de tweede helft van het filmpje.

 

 

facebooktwittergoogle_pluslinkedinmail

Kan een land met een IQ beneden 97 nog wel slagen?

P1020136De psycholoog Lynn en de politicoloog Vanhanen veroorzaakten veel onrust met hun berekeningen van het gemiddelde IQ van landen, waarbij ze relaties trokken met de welvaart van ieder land. Ze schreven hierover het verbluffende boek IQ and the Wealth of Nations en publiceerden hun gegevens in verschillende wetenschappelijke artikelen. (PDF)

Die relaties tussen het gemiddelde IQ van een land en de welvaart ervan bleken erg sterk. Slimme landen zijn rijk, domme landen zijn arm. Nu, dat zal natuurlijk niet verbazen, maar het blijft een soort kennis waar ‘we’ kennelijk liever geen weet van hebben, en daarom wordt die kennis in het hokje ‘controversieel’ weg geparkeerd.

Neem je de meest recente doorrekeningen van Lynn en Vanhanen. Dan zie je gelijk dat het hier niet gaat om enkel welvaart. Landen met een laag IQ lijken nauwelijks als land te kunnen functioneren.

Kijk naar Afghanistan (75), Congo (68) Haïti (67), Liberia (68), Soedan (77,5), Jemen (80,5), Somalië (72), of Irak (87). We hebben het dan praktisch over ‘failed states.’

Kijk dan naar coherente, moderne samenlevingen met een hoog welvaartsniveau als Hong Kong (105.7), Japan (104.2), Zwitserland (100.2), Duitsland (98.8), of Nederland (100.4).

Wie kijkt naar de uitersten ziet dat er geen twijfel mogelijk is: Hoog IQ gaat samen met maatschappelijk en economisch succes, laag IQ gaat samen met chaos en desintegratie.

Maar waar loopt de exacte lijn die succes scheidt van mislukking?

Een paar dagen terug verscheen er hierover op een blog van iemand die zich ‘Staffan’ noemt (en die zich omschrijft als ‘a rather socially conservative lefty who enjoys his privacy’) een prikkelende observatie. Deze ‘Staffan’ keek nog eens goed naar de IQ cijfers die Lynn en Vanhanen presenteerden, combineerde die gemiddelden met de bekende landencijfers over GDP, corruptie, criminaliteit, en het democratisch gehalte. Die gegevens combinerend kwam ‘Staffan’ tot een ‘beschavingsindex.’ Hij rekende door dat er een ‘breaking point’ was: Met een gemiddeld IQ beneden de 97 bleek het over het algemeen zeer moeilijk om nog een coherente, moderne beschaving te handhaven:

But looking at the stats this is far from the case. Instead it seems like there is a point, somewhere around 97, above which a modern civilization can be maintained and below which things abruptly begin to fall apart.

Toen hij de bovengenoemde gegevens invoerde in een grafiek zag hij dat er een cluster landen was met een IQ tussen 98 en 101, waar zich de meest geciviliseerde landen bevonden.  Bij de lagere IQ’s zag hij een dramatische val:

 But the most civilized countries are all in a cluster with IQs between 98 and 101. Below 98 the level drops dramatically as can be seen by the lack of dots in the upper left part of the chart.

We hebben het hier niet over keiharde wetenschap, en ‘Staffan’ zegt er ook eerlijk bij dat hij zelf geen onderzoek kent waar een dergelijke berekening al eerder werd uitgevoerd, maar hij dit niet uitsluit. Het is, zoals gezegd, een prikkelende observatie van iemand die graag rekent.

Maar wat als er echt een magische grens ligt bij een landgemiddelde van 97? En naar welke genetische werkelijkheid zou dat cijfer dan verwijzen?  Ik vind dat een hele spannende vraag.

Een andere prikkelende, maar ook alarmerende vraag is hoe het gesteld is met de VS. Met een gemiddeld IQ van 97.5, zou dit land zich precies in de gevarenzone bevinden. Met nog meer immigratie uit landen met een laag IQ (zoals Mexico: 87.8) zou ook de VS onherroepelijk richting ‘failed state’ schuiven. Een gedachte die menig cultuurpessimist niet vreemd is.

facebooktwittergoogle_pluslinkedinmail

Woejizzzzzzzzzzzz

amsterdam6 100

De drie wensen

Door Caroline

 

[cleeng_content id=”998167829″ description=”Woejizzzzzzzzzzzz” price=”0.99″ t=”article”]In een land hier niet eens zo ver vandaan, was er eens een jonge man die zijn bestaan had gebouwd op het verkopen van soep zonder ballen. En hoewel die jongen daar prima op zijn plaats was en van nature voor geschikt, droomde hij toch van andere dingen. De baas zou hij wel willen worden, dat leek hem wel wat. Maar ja, dromen, hoe werden die werkelijkheid?

En zo geviel het dat de jonge man eens op het strand liep te lopen en als gebruikelijk liep te dromen over het worden, nee het zijn, van de baas. Verveeld schopte hij hier en daar tegen een aangespoelde fles of schelp, want kwaad zou het wel niet kunnen, en ach, waarom ook niet? Kijk daar eens, dat was nog eens een mooie fles, een oude kruik bijna, dat zou een mooie klap geven, als hij die eens in zee zou trappen. De jonge man nam een stevige aanloop en zou al bijna geschopt hebben, als hij niet opeens uit de fles een stem gehoord had die hem smeekte niet te schoppen. Verbaasd pakte hij de fles op en keek erin. In de fles was een klein figuurtje te zien dat hem toe leek te spreken. Met zijn oor tegen de fles gedrukt, luisterde hij intens, enerzijds met de gedachte dat het toch niet mogelijk was, een sprekend figuurtje in een fles, maar anderzijds hoorde en zag hij het toch echt.

“Laat me eruit”, zei het figuurtje in de fles, “laat me eruit, en ik zal 3 wensen, en het geeft niet wat, van je vervullen.”

“Zo, en dat moet ik geloven?”, vroeg de jonge man.

“Ja, want wat heb je te verliezen, anders dan dat je me bevrijd hebt van een vreselijk lot dat ik al eeuwen draag? Als je me dan al niet uit winstbejag bevrijdt, doe het dan uit goedheid.”

En omdat de jonge man nog een eenvoudige soep zonder ballen verkoper was, was zijn hart nog zacht. En omdat het figuurtje klein genoeg leek om desnoods weer terug te stoppen in de fles, trok hij de stop er zonder verder dralen uit.

Woejizzzzzzzzzzzzz, en opeens stond daar een enorme reus voor de neus van de jonge man. “Dank, dank, duizendmaal dank”, baste de reus, “en kom nu maar op met je drie wensen, want beloofd is beloofd en belofte maakt schuld, en ik zeg je van te voren maar dat je dat beter in je oren kunt knopen”.

“Dat zal ik doen, dat beloof ik”, zei de toch wat geschrokken jonge man, en misschien was het die schrik wel die maakte dat hij zijn eerste wens wat verkeerd formuleerde, en wenste niet de baas te worden, maar de premier van het land. “Jouw wens, die ik eerlijk gezegd niet helemaal begrijp, die zal vervuld worden. Wil je eerst nog wat levenswijsheid opdoen, of liever zo snel mogelijk?”

“Als het niet telt als aparte wens, dan liefst maar zo snel mogelijk”.

Woejizzzzzzzzzzzz. En met een donderend geraas stortte het kabinet in met een zo harde klap en een zo luid gerinkel dat het op het strand te horen was. Later zou nog menig politiek analist zich het hoofd breken over het hoe en waarom, maar dat was later en dus van later zorg. De jonge man bedankte de reus, en ging spoorslags richting regeringscentrum om het premierschap te aanvaarden. Het “Pas op met wat je wenst” van de reus verwaaide in de wind en de jonge man hoorde het niet eens meer.

Premier dus en dat hij daartoe zonder moeite te hoeven doen tot lijsttrekker van een voorop lopende partij werd aangewezen en zijn verkiezingscampagne een succesvolle was, verraste hem niet, want dat zat nu eenmaal bij zijn wens inbegrepen.

Op de uitslagenavond was het feest, en zijn aanvaardingstoespraak was even geestig als deemoedig als recht doende aan al die mensen die het samen met hem toch maar voor elkaar hadden gekregen. Het ene na het andere glas werd geheven en het behoeft geen betoog dat de jonge man al snel het idee kreeg er eens een schep bovenop te doen. En dat deed hij, en helaas, hij deed een beetje dom: want wat deed hij, hij wenste dat zijn politieke vrienden en vijanden hem altijd zouden zien als een eerlijke vent met wie goed zaken te doen zou zijn, en dat als hij ooit zou liegen, ze dat aan hem zouden zien, want zo wisten ze dan altijd dat hij zei wat hij meende, en meende wat hij zei. Want ja, is de wijn eenmaal in de man, dan zit de wijsheid in de kan, en is de geest uit de fles, dan doe je er niets meer aan. Maar dat bedacht de jonge man dus allemaal te laat.

Woejizzzzzzzzzzzz, en een lichte tinteling in zijn neus zoals hij nog nooit eerder gevoeld had, deden de jonge man zijn blunder beseffen. In de spiegels bij de toiletten bekeek hij zich van alle kanten, en verdraaid, zijn neus leek inderdaad anders dan anders. Niet veel, maar dat er iets anders was, dat was duidelijk. Hij kneep er in en kneedde,  en duwde daarna zijn neus zo stevig mogelijk naar achter, en de dop leek even te houden, maar plopte al heel snel weer op zijn oude nieuwe plaats. Bovendien zag het er nog gekker uit, een van het knijpen en kneden rood geworden neus met een ingedrukte dop dan eentje die hooguit ietsje langer was. Ach, wat een ellende, en wat zou ik graag weten hoe ik hier weer van af kan komen, want als politicus en staatsman kan ik zo een neus niet gebruiken, zo wenste zich de jongeman. Woejizzzzzzzzzzzz, “Je kan hier van afkomen door je tweede wens ongewenst te wensen, tenminste dat had je kunnen doen als dit antwoord niet de vervulling van je derde wens geweest zou zijn, en je dus nog een wens te wensen zou hebben gehad. Een beetje minder loslippigheid en een beetje preciezer formuleren had veel ellende kunnen voorkomen” zo baste een bekende basstem uit het niets.
“Hoho, dat gaat zomaar niet, en ik heb je toch bevrijd en mag ik echt niet nog één wens, want die laatste, die telt toch eigenlijk niet als zelfstandige wens, wel?”

“Jawel, en misschien is dat eigenlijk wel zo goed want of je wordt de eerlijkste premier die dit land ooit gehad heeft, of je wordt de Pinokkio van het land die zich al snel nergens meer met goed fatsoen kan vertonen, want jouw neus die kan wel langer worden, maar niet korter. Als gezegd, je moet echt een beetje preciezer leren formuleren. Aan jou de keuze, en ik ga er weer van tussen, want ik heb gedaan wat ik beloofd heb, en ben nu dus werkelijk vrij om te gaan en te staan waar ik wil. En hoewel ik mijn woord gehouden heb, ben ik van nature geen goede geest, dus wees zo verstandig me verder met rust te laten en niet meer op te roepen, want dan is die neus al snel nog de minste van je problemen, tabee en de groeten.”

Woejizzzzzzzzzzzz

Verbijsterd en verslagen en in het besef voor de belangrijkste keuze in zijn carrière te staan, slaakte de jonge man een diepe en tevens zijn eerste staatsmannelijke zucht en opende de deur van het toilet om zich weer in het feestgedruis van hossende partijgenoten te storten.

Het volk ging in ieder geval een vrolijke tijd tegemoet, maar of dat was vanwege het eerlijke bewind van de premier dan wel diens lachwekkend lange neus, dat vermeldt deze ware geschiedenis niet.

 

 

 

 

 

[/cleeng_content]

facebooktwittergoogle_pluslinkedinmail