De ware aard van de islam. Tragische longread over een Marokkaans dorp.

Maroc - La belle musicienne

Berbervrouw uit het zuiden van Marokko. Bron: Wikipedia.

Ali Lahrouchi leefde in een dorp in het maanlandschap van zuidoostelijk Marokko. Hij is een berber. De islam is voor hem de ideologie die met de Arabieren kwam. Met deze ideologie werden de berbers onderdrukt. Toen de Arabieren naar zijn dorp kwamen, vluchtten de Joden. En met de islam kwam de tirannie. Ali Lahrouchi, nu een Nederlander die tevergeefs probeerde van zijn Marokkaanse nationaliteit probeerde af te komen, over de islam, de geschiedenis, zijn dorp en zijn ouders die nooit naar de moskee gingen en nooit Arabisch leerden. Een lange, persoonlijke getuigenis over de ware aard van de islam.

Door gastauteur Ali Lahrouchi

 

 

 

De islam valt alleen te doorgronden als je de geschiedenis ervan kent. De joodse stammen vluchtten naar de Hijaz  in het Arabisch schiereiland, in de nasleep van de Romeinse Joodse oorlogen. Ze maakten daar hun eigen wapens. Ook deden ze er aan landbouw; het planten van palmen, het verbouwen van graan. Zo werd de stad welvarend.

De profeet Mohamed vluchtte volgens de overlevering op 1 september 622 van  Mekka naar  Yathrieb. Hij vroeg de Joden om met hem in vrede samen te leven. De leider van de Joden ging akkoord. Mohammed deed zich toen voor als een eenvoudige gelovige moslim, die zich tolerant opstelde ten opzichte van Joden en andere niet-moslims.

Het aantal moslims in Yathrieb groeide in vijf jaar sterk. Op het vijfde jaar begonnen ze de Joden verplichtingen op te leggen. De bewoners gaven er maar aan toe omdat ze geen oorlog met de moslims wilden. Maar dat zou hen niet helpen. Op een bepaald moment gaf moslimleider Saad bin Mouaad opdracht alle joodse mannen te onthoofden. De joodse vrouwen werden seksslavinnen en ook de kinderen werden slaven, soms sekslaven, om te voldoen aan de pedofiele behoeften van de moslimmannen. Vrouwen en kinderen werden van elkaar geschieden. De profeet Mohammed gaf zijn goedkeuring.

Wat is eigenlijk nog het verschil tussen wat Mohammed aanrichtte en wat Adolf Hitler de Joden aandeed? Stel je voor dat vele generaties Mein Kampf moesten lezen. Dan zou Hitler net zo’n profeet zijn geworden als Mohammed.

De Salafisten zijn duidelijk. Het zijn openlijke terroristen. Ze laten de islam zien zoals die is. De traditionele moslims zijn hypocrieten. Die willen de echte islam alleen laten gelden binnen de eigen kring en naar buiten liegen ze over de ware aard van de islam. Ze doen alsof de islam staat voor tolerantie, vrijheid, liefde, behulpzaamheid. Het werkelijke gezicht van de islam is haat, geweld, terreur, wraak, overvallen, aanvallen, moord, onthoofdingen, verkrachtingen, slavernij, onrechtvaardigheid, ongelijkheid tussen de armen en de rijken, vrouwen en mannen en kinderen. De traditionele moslims doen alsof ze niets te maken hebben met de salafisten. Maar ze hebben allebei dezelfde vijand: de ongelovigen. Wanneer het anders zou zijn, hadden de traditionele moslims er wel voor gezorgd dat de islam veranderd werd. Maar dat mag niet. Want iedere moslim gelooft wat in de koran staat, in sourat alhajar 99: ‘We zijn gezonden om de koran te beschermen.’ Dus niemand mag iets veranderen aan de koran. Ook al is het een sterk verouderd boek. Veel moslims zien de rode draad in de islam niet. Ze discussiëren in de wetscholen, zoals  Hanafiten Aboe Hanifa,  Shafeiten Al- Shafei,  Malekieten Ibn Malek, Ouahabiten Ouahabi net als in de wetscholen in de eerste eeuwen na de dood van Mohamed. Ook toen schreven islamitische geleerden op basis van de koran en de overleveringen boeken vol over wat wel en niet mocht. Doordat de geleerden in die klassieke periode niet allemaal de beschikking hadden over betrouwbare bronnen, bestaan er tussen de wetscholen veel verschillen.

Het gaat dus niet over de verschillen tussen de traditionele moslims en de salafisten. Alle moslims zijn horigen van dezelfde ideologie. Alle moslims willen nog net zo achter Mohammed aanlopen als meer dan veertien eeuwen geleden. Waanzin natuurlijk.

De Arabieren zijn eigenlijk de allochtonen van Marokko en van heel Noord Afrika. De berbers zijn de oorspronkelijke bevolking. Maar de Arabieren hebben zich niet geïntegreerd. Ze hebben de berbers gedwongen afstand te nemen van hun identiteit. De Arabische taal en de islam zijn met geweld opgelegd. Zo zijn de berbers vreemdelingen in eigen land geworden. Veel berbers kennen hun eigen geschiedenis niet meer.

Als ik terugkijk naar mijn geboortedorp, Toulal, in het zuidoosten van Marokko, zie ik daar in het klein de realiteit van de islam terug. Daar woonden ook Arabische families, die zichzelf als een beter ras zagen, namelijk als de afstammelingen van Mohammed. Ze gebruiken het Arabisch en de islam om de oorspronkelijke berberbevolking te bestelen, misbruiken, beledigen en kleineren.

De  Arabieren, de Ait Moulay Almaadi, beweerden dat door hun gebeden de bronnen nooit zouden uitdrogen. Daarom vonden ze dat ze het recht hadden om bij alle boeren één procent van de oogst op te eisen. Trots verkondigden ze dat ze naar het dorp waren gekomen om de berbers de weg naar Allah en het paradijs te wijzen. En in de moskee mocht alleen Arabisch gesproken worden.

Het Arabisch is voor de islam allesbepalend. Een moslim krijgt punten bij het doen van een gebed, bij het vasten en bij een goede daad. Dat heet hasanaat. Op de dag des oordeels worden de goede daden van ieder individu op een weegschaal gelegd en gewogen tegen zijn zonden. Valt het saldo positief uit, dan ga je naar het paradijs. Is het negatief, dan wacht het vagevuur.

Hoewel je voor bijna iedere goede daad wel punten kunt scoren, levert alleen het lezen van de koran echt serieuze hoeveelheden punten op: voor elke letter krijg je er tien. De fateha, de korte openingssoera, is al goed voor 1410 punten. Het precieze aantal hasanaat per soera kun je uitrekenen op internet aan de hand van een zogenoemde hasanaatcalculator. Maar je krijgt deze punten alleen voor het lezen van Arabische letters. Het lezen van een vertaling levert niets op. De strijd om een plekje in het paradijs, is dus ‘niet helemaal eerlijk’,  zoals de Maarten Zeegers schrijft in zijn boek Ik was een van hen.

De Arabieren zeggen dat ze de berbers van de duisternis naar het licht willen drijven. Maar in het jaar 662 was het in de jaartelling van de berbers al  1572. En dat was nog maar het eerste jaar van de moslims. Dus toen de moslims zich in het duister bevonden, waren de berbers al in het licht.

Veel berbers zijn niet vergeten dat ze werden gekolonialiseerd door de Arabieren. Daarom weigeren ze hun kinderen Arabische namen te geven, ook al wordt dat door de autoriteiten geëist. Onder berbers vind je daarom verkleinnamen van Mohammed, zoals Moha en Moh. De berbers leefden eeuwenlang geïsoleerd van de rest van de wereld, en vochten tegen de dood en de armoede. Ze leefden van niks. Bijvoorbeeld van  brood en olijfolie, en droog fruit zoals abrikoos , vijgen allaft, granaatappel, olijven. En soms honing, voor wie het had. Het isolement werd veroorzaakt door het dictatoriale regime van de Alaouiten. Er bestond geen onderscheid tussen het Franse protectoraat en het koloniale Alaouiten regime. Beter nog: Onder het Franse protectoraat was het leven veel  beter.

In het jaar 1958, toen het Franse protectoraat werd opgeheven, kwamen veel berbers in opstand tegen het Alaoiut regime in het Zuidoosten. De held van de opstand was de gouverneur Addi Oubihi Ait Rhou  uit het dorp Kerrandou. Hij zette een militaire operatie op vanuit de provincie Igrem n Souk, om het land van Errachidia tot Rabat in te nemen en zo de macht van de Alouiten te beëindigen. Later werd dit in de officiële geschiedenis onder geschoffeld.

Het klimaat in het Zuidoosten is hard: koude winters en hete droge zomers met harde wind. Onder die omstandigheden, en door het isolement, hebben de berbers hun cultuur kunnen bewaren. De mensen zijn er aardig, naïef bijna. Nog altijd is het Zuidoosten ruig en ontoegankelijk, omsloten door een gebergte in zuidoostelijke richting, het Igrem n Souk, de vroegere naam van de provincie Errachidia. Je kunt daar op de radio nauwelijks verbinding krijgen met Cassablanca, wel met Algerije en met de Polizario van de Sahara.

 

Mijn vader, die geen Arabisch sprak, vroeg me om de monologen van koning Hassan II in het berbers te vertalen. Elke keer als hoorde dat Hassan II ging spreken, riep hij: ‘Kom snel ! vertel me wat die ezel nu weer over de voedselprijzen gaat zeggen!’ Maar ik vond dat lastig. Hassan II sprak een ander soort Arabisch, niet het Marokkaanse dialect, dus het was voor mij moeilijk te verstaan. Zoals voor de meerderheid van de berbers.

De namen van de wijken van mijn dorp Toulal dragen nog steeds de namen van de joden die jarenlang in het dorp woonden. Zoals Ait Oussal, Ait Yahya Ou Khalifa, Tamzilt,  Saaid Allah,  Ait Fergaan, Shaab. De Joden waren de Fourgerents, de ijzermakers. Het berberwoord Tamzilt betekent ‘ijzervrouw.’ De Joden maakten deel uit van de berbermaatschappij. Er is nooit strijd geweest tussen de Joden en de berbers.  Maar anders dan de Arabieren hebben de berbers zich daar nooit op laten voorstaan. Toen de Arabieren in het dorp kwamen, verdwenen de Joden. Het enige wat er nog over is, is het graf van rabbijn Ytzh’ak Abihssira. Zijn dood, op 14 februari 1912, wordt nog steeds herdacht door zijn aanhangers, tussen 20 januari en 15 februari. De vraag is: Waarom verdwijnen de Joden onmiddellijk als de Arabische moslims er aan komen? Het is een feit dat alles verandert in chaos als de Arabieren komen.

 

Rabha Moha was een klein berbervrouwtje, anderhalve meter lang. Ze had haar eigen huisje, haar eigen stukje grond, haar eigen dieren. Ze had alleen een ezel. Alles geërfd. Op een dag kwam een vreemdeling in het dorp, een man van een jaar of vijftig. Hij vroeg meteen of er een moskee in het dorp was om te bidden. Ja, die was er, maar die stond al heel lang leeg. De moskeeën werden alleen gebruikt tijdens ramadan.

De meeste bewoners in het dorp zijn berbers die geen Arabisch spreken. Ze gebruikten de moskee alleen om te douchen. Ik had zelf de moskee van mijn wijk Mechtak gebruikt om te douchen en te wassen. Mijn grote hond Pitschaar had nog in de moskee met een vos gevochten. Door dat gevecht waren de kleden in de moskee rood gekleurd door het bloed van de dieren.

Op een dag kwam er een vreemdeling in ons dorp. Hij had niks bij zich, behalve zijn eigen afgeragde kleren en een waterflesje, dat je ook ziet bij  militairen. Dat flesje heet in het berbers  Talbidout. De mensen in de dorp hadden hem gastvrij ontvangen. Hij stelde zich aan iedereen voor als een afstammeling van Mohammed. Hij zei dat hij Sidi Haddou heette. Omdat hij niet zijn achternaam had genoemd, noemden de berbers hem achter zijn rug om Sidi Haddou Talbidout. Als gast in de dorp werd hij bij iedereen uitgenodigd. Zo kwam hij erachter dat er in de dorp een alleenstaande berbervrouw woonde, met een eigen vermogen. Hij is toen met haar getrouwd, ook al wist hij dat ze geen kinderen meer kon krijgen. Hij vertelde haar dat hij ook alleenstaand was. Hij had alleen een aangenomen zoon, Moulay Abdul Kabir. Dat was de zoon van zijn overleden broer.

Arabieren mogen niet met berbervrouwen trouwen, alleen als ze er geldelijk belang bij hebben. Berbermannen mogen nooit met Arabische vrouwen trouwen. En al helemaal niet met zwarte mannen. Dan kan zo’n Arabische vrouw nog beter alleenstaand blijven. Ze hebben liever dat hun vrouwen hun hele leven alleenstaand blijven dan dat ze met berbers of met zwarte mannen trouwen. Hun eer gaat hen boven alles. Daarom oogsten ze alleen maar haat.

De berbervrouw Rabha Moha vertelde aan iedereen trots dat haar man een familielid heeft dat Moulay Abdul Kabir heette. Zonder dat zij hem ooit gezien had. Jarenlang stak Sidi Haddou Talbidout zijn hand uit naar de berbers, die dan moesten buigen en zijn hand kussen. Mijn vader wilde niets te maken hebben met de Arabieren van de dorp. Zijn beste vrienden waren de berbers en de zwarten. Ik  was nog een puber. Ik moest ongeveer twaalf jaar zijn geweest. Ik was de eerste  jongen die de hand van  Sidi Haddou Talbidout weigerde te kussen en voor hem te buigen, ook als hij zijn hand bijna bij mijn mond deed. Hij werd woedend en ging zich bij mijn vader beklagen. Maar mijn vader antwoordde dat zijn eigen zoon hem ook niet de hand hoefde te kussen. Waarom dan wel zijn hand? De volgende generatie berbers zou niet meer de hand van Arabieren kussen.

De huizen van de berbers hadden geen slot. Ze sloten de deuren alleen met een steen, om de honden en de katten buiten te houden. Berbers hadden ook niets met de overheid te schaften. Ze losten hun problemen wel in onderling overleg op. Op een dag kwam ik uit ons huis naar buiten. Naast de muur van onze buurman stond een blauwe auto. Ik had niet veel auto’s gezien. Daardoor wist ik ook niet wat het merk was. Maar mijn neef  Addi Oulhou  wist al dat het een Renault 12 was. Hij wist ook van  Rabha Moha dat de auto van Moulay Abdul Kabir was, zoals zij hem noemde. Hij was leraar aan een basisschool in de stad Meknes geworden. Nu kwam hij voor de eerste keer bij zijn oom Sidi Haddou Talbidout op bezoek. Rabha Moha was daar trots op. Daarom had ze het aan bijna iedereen in het dorp laten horen.

De gezondheid van Rabha Moha  ging achteruit. Zij was een hardwerkende vrouw. Ze sprak met mannen, zoals alle berbervrouwen, voor wie mannen en vrouwen gelijk zijn.

Moulay Abdul Kabir had er in Meknes alles aan gedaan om bij de tent van koning Hassan II te komen. Het was hem gelukt. De tante van de koning, Moulay Abdelkabir, had hem geholpen. Binnen korte tijd zou hij door Hassan II tot minister van Islamitische Zaken worden gepromoveerd. Hoe kon een leraar van een basisschool nu ineens minister worden? Dat is eenvoudig. Als je in Marokko leeft, kun je alles worden; van moordenaar tot minister. Zijn eerste daad als minister van Islamitische Zaken was zijn opdracht aan de kaid van Gourramma, Abbadi Ali, hoofd van Gourramma, om per direct de scheiding van  Rabha Moha en Sidi Haddou Talbidout te regelen. Daarna heeft hij in de stad Fez een villa en een jong meisje als vrouw geregeld voor zijn oom Sidi Haddou Talbidout. Rabha Moha was na deze tragische  gebeurtenis overleden. Het kan zijn dat door de plotselinge pijn haar hart stopte. Een jaar na haar dood stuurde de bejaarde Sidi Haddou Talbidout iemand naar het dorp om alles wat Rabha Moha had achter gelaten te verkopen. Niet dat hij daartoe het recht had. Maar ja, wie durft er in Marokko in discussie te gaan met iemand die een minister achter zich heeft staan?

Sidi Haddou Talbidout is overleden. Maar de fraudeur en carrierist Moulay Abdul Kabir is advocaat en professor geworden. Negentien jaar lang was hij minister van Awqaf en Islamitische Zaken.

Hij was degene die de toesprak gaf waarin Mohammed 6 werd aangekondigd als de opvolger van Hassan II. Hij is nu directeur-generaal financiën  van Jeruzalem als hoofdstad van de Al-Quds commissie, onder leiding Mohammed 6. Hoe kan iemand het Palestijnse volk helpen als hij de berbers in eigen land besteelt en discrimineert? Dit is de islam en dit zijn de moslims.

Misschien is het wel daarom dat mijn berbervader en moeder nooit in een moskee zijn geweest. Ze hebben zichzelf nooit moslim genoemd. Zij wisten er ook niks van. Ze spraken geen Arabisch. Maar ze waren maar al te goed bekend met de discriminatie en vernedering door de Arabische moslims.

Kortom, mijn berberouders heb ons een goede opvoeding gegeven. Om niet te liegen, niet te stelen. Het is voor mij duidelijk dat ik nooit zal zeggen dat er een Allah is, met Mohammed als zijn boodschapper. En ik zal dus ook nooit de islam aan mijn kinderen onderwijzen.

 

Ik zat voor de deur van ons huis samen met mijn vader te lachen en verhalen te vertellen. Op een gegeven moment kwam onze buurman Dris Ouaddi langs om ons te begroeten. Zoals dat gaat bij de berbers. Iedereen die een tijdje het dorp uit was geweest, kwam langs voor een praatje. Bij het weggaan zei hij: ‘Ali ! Nu weet jij zoveel over de islam. Waarom leer jij het niet aan je vader?’ Quasi naïef antwoordde ik hem: ‘Wat moet hij met de islam, Dris?’ Waarop Dris zei: ‘De islam kan je vader tegen het vagevuur beschermen.’ Ik zei: ‘Denk je echt dat moslims naar het paradijs gaan?’ Dris mompelde: ‘Tja, dat weet niemand.’ En hij liep weg.  Mijn vader had alles gehoord maar hij zei er niks over.

Ik denk nog wel eens terug aan dat gesprekje. Mijn vader is allang dood. Maar ik denk dat als moslims naar het paradijs gaan, mijn vader daar beter niet kan zijn.

Tweet about this on TwitterShare on FacebookPrint this pageEmail this to someone

11 reacties

  1. We wisten al dat de gemiddelde Berber niet overloopt van intelligentie maar de behandeling van de geschiedenis zoals in dit artikel raakt kant noch wal. Er is een verschil tussen “Arabische” overheersing en de meer specifieke introductie van Arabische Banu Hilal bedoeïenen. Niet alleen waren het juist de Berbers die het islamitische kalifaat van de Fatimiden eerst juist zo groot en machtig hadden gemaakt, maar de Banu Hilal werden eerst juist bewust in gezet tegen specifieke Berbers die zich naar het soenisme hadden gekeerd (ja de cult van AQ, IS, Saoedi Arabië zeg maar). Het werd een plaag, inderdaad brute woestijnhuurlingen. Die bleven.

    Dit verhaal gaat eigenlijk niet zo zeer over “islam” of “Arabieren” maar gaat over zeer specifieke ontwikkelingen binnen een groot gebied waar heel veel tegenstrijdige dingen gebeurden. Daar een paar dingen uit halen en al je grieven aan ophangen is het kenmerk van propaganda. Het bespelen van gevoel ipv verstand.

    • “We wisten al dat de gemiddelde Berber niet overloopt van intelligentie”
      .
      Een typische opmerking voor nsb’ers als @DrikM, bij het minste of geringste racisme fascisme xenofobie islamofobie etc.. blèren wanneer kritiek op allochtonen geleverd wordt. Echter, wanneer het allochtonen betreft die geïntegreerd zijn, zich niet opstellen als slachtoffer, dan zijn die allochtonen plots vogelvrij en mag het wel, dan is het plots niet racistisch etc.. maar fatsoenlijk. *PROEST*
      .
      Goh Dirk, wat val je weer door de mand. Ik begrijp het wel, de geïntegreerde en niet in de slachtofferrol wentelende allochtonen zijn voor jou confronterend, ze bevestigen jouw falen en leveren niets op voor je portemonnee. Door de in de slachtofferrol wentelende allochtonen daarentegen kan je jezelf ophemelen en op een voetstuk plaatsen, dan heb je het gevoel wat voor te stellen en dat moet dus in stand gehouden worden. Je bent als een brandweer die zelf brand sticht om de held te kunnen blijven spelen.

  2. Ach het komt altijd op hetzelfde neer. Stel je land open voor mensen van goede wil waarmee je wederzijds iets kunt opbouwen. Maar stel je keihard op tegen mensen die hier met andere bedoelingen komen of onze gasvrijheid misbruiken. Helaas heeft ons vreemdelingen beleid niets met mens tot mens te maken het is geïnstitutionaliseerd Het instituut gaat er vanuit dat iedereen gelijk is

  3. HET WOORD.
    Dat is de basis van zowel Jodendom, Christendom als Verlichting. De verlichting ging er van uit dat met rationele woordelijke discussies de waarheid vanzelf zou overwinnen. Joden en Christenen geloofden in gelijke mate in de kracht van Het Woord.
    In die zin is de huidige democratie, met haar parlementen (woordenstrijd) een rechtstreeks gevolg van het geloof in de kracht van woorden.
    Islam heeft ook woorden, maar de woorden hebben geen kracht. En daarom verkiest de islam het geweld van het zwaard: we doden de mensen en/of bedreigen ze met de dood. Primitief tot op het bot. Duivels tot op het bot, want satan was een mensenmoordenaar vanaf den beginne. Islam is satan, zei een Joodse collega van mij ooit. Ik geef hem gelijk. islam kan alleen met geweld bestaan.
    De genade van Christus is zo mooi, dat deze geheel vrijwillig aanvaard kan worden, tegen alle stromingen in.

  4. Hirsi Ali wist ook alles van het islamitische. Maar ze werd weggehoond.
    Al 1400 jaar kan de islam alleen bestaan op basis van grof geweld tegen weerloze burgers. En daarom is het zo walgelijk.
    Natuurlijk heeft de kerk ook zonden begaan. Maar de kerk had altijd een zuiver moreel kompas op grond waarvan zij de zonden zou kunnen erkennen: Christus.
    Het kompas van de islam is Mohammed: en dat kompas is dus zeer gewelddadig.
    Zolang deze Mohammed vereerd wordt, zolang zal geweld een integraal onderdeel van de islam blijven. Helaas. Dat intolerante geweld verdraagt zich NIET met de westerse democratie! Want deze democratie verlangt vrijheid en tolerantie. Wie vrijheid voor zichzelf opeist, dient OOK de vrijheid van anderen volledig te respecteren. Voor de islam is zo’n benadering wezensvreemd en daarom hoort de islam hier niet.
    We hebben een militante geweldscultuur binnengehaald vanwege iets als tolerantie. Maar moet je tolerant zijn voor de gewelddadige intolerantie? Wezenlijke…

  5. Er is in al die eeuwen helemaal niets veranderd. Of ja… Toch wel… Nu schoppen islamieten chaos in ons eens zo mooie Europa. Met precies dezelfde doortrapte techniek: Eerst, zolang ze met slechts enkelen zijn, zijn ze vriendelijk, nederig soms bijna. Maar dat stadium zijn we inmiddels al lang gepasseerd. De toon om hun verderfelijke ideologie er doorheen te drukken wordt steeds dwingender. Er wordt van alles en nog wat geëist, critici worden met de dood bedreigd of op zijn minst door de muzelmannen, met opgeheven wijsvingertje, voor racist uitgemaakt. Ze passen zich niet aan, integreren niet. En dat is ook helemaal niet de bedoeling, zoals blijkt uit bovenstaand artikel.
    Voorlopig staan we erbij en kijken we ernaar, al wordt een steeds grotere groep wakker. Er is een duidelijke kentering zichtbaar in de opvatting over de islam. Zelfs onder linkse gutmenschen. Er is hoop, al zal het nog wel even duren voordat de muzelmens van ons mooie Europese continent wordt verjaagd.

    • ja ok okk hei, maar vuur moet je met vuur bestrijden. Denk aan de onverbiddelijke wijze waarop men in Japan omgaat met elke moslim die binnenkomt. Moslims kunnen in Japan nooit ergens een baan krijgen bij een Japans bedrijf en dit staat gewoon in het bedrijfs statuut en geen linkse hond daar die A of B mekkert.

      Een giftige slang uit Mekka moet je nooit melk voeren, want dan wordt die alleen giftiger.

      dit is indiase wijsheid.

      vraag is hoe wij nu dit gaan oplossen, het hele moslim probleem……. ja hoe?? Nu heb ik wel eea ontwikkeld v effectieve anti islam strategie maar wie zal naar mij en Wieroe luisteren???

      helaas is nu al zeker 40 procent van den haag islamitisch, veel hindoestaanse meisjes bekeren zich via seksuele kontakten met moslim mannen nu tot de islam. Hindoes zelf zijn pro islam en steunen moslims, oa dhr Rabin Baldewsingh was altijd pro islam en anti blanken, anti PVV in al zijn speeches, puur verraad van zo’n vieszwarte hindoe halfaapje.

      • Het taalgebruik dat u hanteert doet mij vermoeden dat u in werkelijkheid een andere mening heeft. U benadeelt zo de belangen van hen die wel op een behoorlijke manier hun standpunten in deze vertegenwoordigd willen zien en speelt de oppositie in de kaart.

  6. mooi verhaal, harde waarheid, een marokkaans meisje o p facebookhad mij hierover iets verteld. Ook over de franse bezetting van marokko zijn er veel bloedige verhalen bekend.

    Marokkanen zijn ontspoord, identiteitsloos, horen nergens bij.
    Is identiek aan identiteits crisis van afro surinamers, en hindoestanen die dubbele migraties ondergingen en nu ontspoord zijn in blank Arisch Nederland.

    Nee 200 soorten mensaapachtigen laten samen leven in een oud en vies veenpoldertje is gewoon helemaal FOUT. Nederland is te vol, dus hindoes moeten er als eersten uit. Goed idee miaauwt Wieroe want hij lust toch geen viessmakenede Vega katten brokjes uit INdia.

  7. Uw conflict gaat hier op deze bodem verder zoals de problemen en onderlinge conflicten van andere nieuwkomers hier verder de ruimte krijgen en daarmee problemen van de oorspronkelijke bewoners worden.
    In een vorige bijdrage over het niet-staatsbezoek van uw koning stond u bijv. in Amsterdam op straat ruzie te maken met een marokkaans/nederlandse politieagente.
    Uw problemen interesseren mij net zo min als het midden-oosten conflict of de problemen van turkse collumnisten in hun thuisland.

Reacties gesloten.

Theme by Anders NorénUp ↑