Door gastauteur ‘Tijl.’

(De auteur is journalist in Vlaanderen en durft gezien angst voor baanverlies alleen anoniem te reageren.)

 Wilders: gewonnen en toch verloren. Rutte: verloren en toch gewonnen. Zo zou je het wat onverwachte resultaat van de Nederlandse verkiezingen rudimentair kunnen samenvatten. In EU-kringen, mainstreammedia en het politieke establishment in binnen- en buitenland klinken luide triomfkreten en wordt weer opgelucht adem gehaald. De gevreesde ‘patriottische lente’ of ‘populistische revolutie’ blijft nog even uit. En dus moeten Wilders – en zijn politieke vrienden in Europa – zich dringend bezinnen. Over hun standpunten, hun strategie,  hun communicatie.

Als Vlaams journalist volg ik de Nederlandse politiek al jaren met bijzondere belangstelling. Vanuit mijn uitgebreide ervaring met het politieke bedrijf in België zie ik daarbij vaak opvallende gelijkenissen in de politieke ontwikkelingen van de voorbije jaren. Vooral in de strategie van – en ook tégen – partijen die ‘rechts’ van het centrum opereren: in Vlaanderen zijn dat de N-VA van Bart De Wever en het Vlaams Belang met als eeuwig boegbeeld Filip Dewinter.

In dit opiniestuk schets ik een persoonlijke – en wellicht onvolledige – analyse van de ‘overwinningsnederlaag’ van Geert Wilders. Wijs ik op de valkuilen en wolfsklemmen die op zijn weg liggen en die hij in de toekomst misschien beter kan vermijden.

Waar liep het fout?

‘De overwinning telt vele vaders, de nederlaag is doorgaans een weeskind’. U kent het gezegde. Akkoord, 20 zetels (+ 5) is lang niet slecht, maar voor Wilders en zijn trouwe aanhang moet de tegenvallende eindscore ongetwijfeld een bittere ontgoocheling zijn. Waarom ging het op de valreep mis?  Op een aantal nuchtere vaststellingen zal ik niet te diep ingaan. Ook al omdat anderen dat al doen of deden. Bij oorzaken die naar de kern van het probleem gaan, sta ik graag wat langer stil.

  1. Te vroeg gepiekt

Een jaar geleden nog werden 40 zetels in het vooruitzicht gesteld. De buit leek al binnen, maar daar mag je in de politiek nooit van uitgaan. De prijzen worden uitgedeeld aan de eindmeet. Wilders heeft zijn procesbonus niet kunnen verzilveren. Daarvoor kwamen de verkiezingen wellicht te laat.

  1. Te weinig aanwezig in debat en campagne

Facebook en Twitter zijn leuke ‘tools’ om je trouwe kiezers te bereiken, maar met sociale media alléén win je geen verkiezingen. Wegblijven van de straat of het studiodebat, ook als daar goede redenen toe zijn, wordt gemakkelijk uitgelegd als een gebrek aan moed of een geloofwaardig alternatief.

  1. ‘Coole premier’ of ‘dwaze extremist’…

De verkiezingen werden in de media herleid tot een tweestrijd tussen Mark Rutte – ‘de standvastige premier die het hoofd koel houdt’ – en Geert Wilders – ‘de extremist die onze democratie bedreigt’. Die framing, die karikaturale tweedeling tussen ‘goed’ en ‘kwaad’,  heeft geleid tot een massale mobilisatie en heel wat kiezers uiteindelijk aangezet tot een ‘veilige’ stem.

  1. Met de hulp van Erdogan

Het is duidelijk dat de diplomatieke rel met Turkije het ultieme zetje in de rug was dat de VVD nodig had om de grote doorbraak van de PVV alsnog te verhinderen. Dat Wilders met een spandoek duidelijk maakte dat de politieke stoottroepen van Erdogan niet welkom zijn in Nederland, werd handig opgepikt door een sluwe Mark Rutte. Die liet de ministeriële pyromanen  uit Ankara zonder pardon,  manu militari, weer de grens overzetten. Met grote instemming van media en kiezers.

De diplomatieke rel en de opgefokte verontwaardiging van Erdogan nam Rutte er graag bij. De honderden demonstranten die met Turkse vlaggen stonden te zwaaien, begeleid door stenen en ‘Alah-u-akbar’-kreten, mogen dan wel het gelijk van Wilders aantonen, maar het was Rutte die er met de electorale buit vandoor ging. Dat diezelfde Rutte, in welwillende collaboratie met Angela Merkel, een geheime deal heeft afgesloten met Erdogan om jaarlijks 250.000 ‘vluchtelingen’/‘asielzoekers’/illegale immigranten over te nemen, werd door het Duitse blad Die Welt enkele dagen voor de verkiezingen van 15 maart onthuld, maar door de media in Nederland (en België) onder de mat gehouden. En door Wilders onvoldoende uitgespeeld…

  1. ‘Cordon sanitaire’

We komen stilaan tot de kern van de zaak… Het ziet er naar uit dat de traditionele partijen in Nederland het Belgische ‘cordon sanitaire’ hebben geadopteerd. Die vanuit democratisch oogpunt hoogst bedenkelijke, maar politiek succesvolle strategie om bij voorbaat elke samenwerking of coalitie met het ‘extreemrechtse’ Vlaams Blok (later Vlaams Belang) uit te sluiten, zou ongekende voordelen bieden. In België verzwakte het de onderhandelingspositie van de Vlamingen aanzienlijk en verzekerde het de socialisten (niet alleen de corrupte Waalse Parti Socialiste, maar ook de ‘Vlaamse’ SP.a) jarenlang, zuiver mathematisch, van regeringsdeelname. Wàt er ook gebeurde. Daarnaast maakte de politieke schutkring het ook mogelijk om die geduchte concurrent weg te zetten als iemand ‘die geen verantwoordelijkheid neemt’ (tja…), ‘die geen oplossingen voor de problemen biedt’ maar gewoon ‘wat aan de kant staat te roepen’ (of twitteren). Bovendien creëerde het bij de kiezer de op termijn nefaste perceptie dat een stem voor hen “een weggegooide stem” is. (Alsof je alleen in de regering wat kan bereiken. Mocht dat zo zijn, dan heb je geen oppositie meer nodig…)

De hamvraag is nu hoe Wilders en de PVV met deze situatie – het feitelijke cordon – zullen omgaan. Of  zij hun tegenstanders in pers en politiek zèlf de argumenten geven (of blijven geven) om het cordon sanitaire te rechtvaardigen en in stand te houden…

  1. Kortstondig applaus of doordachte lange-termijn-visie

“Geert heeft de juiste thema’s aangekaart maar  wellicht niet altijd de juiste toon gevonden.  De mensen willen wel een duidelijke boodschap, maar geen harde toon.” Dat zegt Frauke Petry, de met Wilders politiek verwante voorvrouw van de rechts-conservatieve/rechts-nationale AFD (Alternatieve Für Deutschland). Nu is er in het verleden al heel veel gezegd en geschreven over ‘de toon van het debat’, maar ik vrees dat Petry wel een punt heeft.

Wat de media en de traditionele partijen in hun politiekcorrecte blindheid ook mogen beweren, niét economie, maar immigratie, integratie, islam en identiteit zijn dé thema’s die de toekomst van Nederland, Vlaanderen, Europa, het Vrije Westen zullen bepalen. Het komt er dan ook op aan die thema’s  op de agenda te houden, juist te verwoorden. Kernachtig. Doordacht. Zonder overdrijving. Zonder domme uitschuivers en nodeloze provocaties. Want, laten we eerlijk zijn, wat schiet je daar mee op? Buiten wat (voorspelbare negatieve) media-aandacht en applaus bij de eigen achterban. Maar, wat heb je aan kiezers die al overtuigd zijn? Het komt er op aan nieuwe kiezers over de streep te trekken, toch?

“Waar zit de poen van uw pensioen? In de pocket van Mohammed!”, riep Filip Dewinter jaren geleden op een verkiezingscongres van het Vlaams Belang. Het enthousiaste applaus van het publiek streelde ongetwijfeld het ego van Dewinter, maar zijn uitschuiver of bewuste provocatie kostte de partij wel (tien) duizenden stemmen. In 2014 zou Dewinter zijn stunt nog een keertje overdoen. Én aandikken: “Niet de vergrijzing is het probleem, maar de verbruining!” Het Vlaams Belang mocht meteen zijn dure verkiezingscampagne opbergen en trok als aangeschoten wild naar de stembus. De ‘racisme’-kreten waren niet uit de lucht en de uitspraak werd in elk debat gretig weer uit de kast gehaald. Zo duwde Dewinter de partij zèlf in de hoek waar de anderen hen graag hadden. Het Vlaams Belang stuikte in elkaar en haalde met de hakken over de sloot de kiesdrempel (5%).

Dom, dom, dom. Ik vraag me al langer af waarom populaire, veelbelovende ‘rechtse’ partijen of kopstukken keer op keer in eigen voet schieten. Hoe ze er in slagen om media en traditionele partijen nog extra munitie te leveren om hen als ‘racisten’ en rechtse extremisten te brandmerken of af te knallen…

Je hoeft geen diehard-fan van Wilders te zijn, om bewondering op te brengen voor zijn politieke moed. Voor het slopen van taboes en heilige huisjes (of boeken). Maar een ‘kopvoddentaks’? Een ‘Koranverbod’? Hm. Is dat echt nodig? Verstandig? Haalbaar? Wenselijk? Nu valt er – jazeker – heel wat te zeggen over het van haat en geweld druipende boek van de islam. Maar een ‘Koranverbod’? Natuurlijk roept je tegenstander dan ‘of er straks een Koranpolitie komt’ die huiszoekingen gaat doen om het boek in beslag te nemen en zo mogelijk op de brandstapel te gooien. ‘Niet? Oh, dan hebben we dat verkeerd begrepen. U belooft zo maar wat!’ (Rutte in debat met Wilders). Daar sta je dan.

Stel je jezelf en de partij niet nodeloos kwetsbaar op met te concrete voorstellen? Over een Nexit (‘de chaos’, roepen tegenstanders dankbaar), of een moskeeverbod (‘in strijd met de godsdienstvrijheid’). Net zoals het voormalige Vlaams Blok destijds in de val trapte met zijn omstreden ‘70-puntenplan’? Waarmee het zijn politieke tegenstanders wellicht de pap in de mond gaf voor een juridische veldslag. Waarom zou je het je vijanden makkelijk maken?

  1. Zweeppartij of volwassen volkspartij?

Na de veroordeling in een politiek proces – op juridisch uiterst twijfelachtige gronden – scoorde het Vlaams Blok zijn laatste grote overwinning (2004). Met 1 op 4 stemmen, werd het voor even de grootste partij in Vlaanderen. Maar de partij liet de unieke gelegenheid liggen om zich om te vormen van radicale zweeppartij tot volwassen beleidspartij. Iets wat het Franse Front National onder Marine Le Pen blijkbaar wel is gelukt. Le Pen bevrijdde zich van extremistische smetten (papa incluis!) en hoedt zich voor contraproductieve uitlatingen. Met succes.

“Wij blijven vuil genoeg om aantrekkelijk te zijn voor het volk,” verklaarde Gerolf Annemans met enige grootspraak na het proces. Bart De Wever zag zijn kans en dook met de N-VA in het immense gat dat gaapte tussen het politieke centrum en uiterst rechts. Het vervolg is bekend. De N-VA kaapte niet alleen de thema’s van het Vlaams Belang, maar pikte ook zijn kiezers in. Die vonden het Vlaams Belang intussen te vuil om nog aantrekkelijk te zijn en vielen als een ‘blok’ voor de gefatsoeneerde versie. Met een klare maar beschaafde  boodschap. Over dezelfde thema’s: immigratie, integratie, islam, criminaliteit. De N-VA is vandaag de grote volkspartij die het Vlaams Belang had kunnen zijn of kunnen worden.

Ook de PVV staat vandaag (of morgen) voor die fundamentele keuze: eeuwige protestpartij of volwaardige alternatief? Brede volkspartij of gewillige boksbal? Bereid om te regeren of veroordeeld tot onmondig fenomeen in de machteloze marge van de politiek?

De partij zal zich moeten bezinnen over de eigen standpunten en de communicatie. ‘Minder, minder, minder’? Echt. Moet dat nou?

Wie mikt op goedkoop applaus van trouwe kiezers, dreigt de twijfelaars van zich af te stoten. En weg te jagen naar de concurrentie. Die is er nu, voor het eerst. Met de komst van Thierry Baudet in de Tweede Kamer  – sympathiek, intelligent, met de nodige zin voor humor en zelfspot –  krijgt Wilders plots geduchte concurrentie op de rechterflank.

Neen, de PVV is niet dood of afgeschreven.  Het zou ook voorbarig zijn om Baudet nu al te vergelijken met De Wever en het ‘Forum Voor Democratie’ met de N-VA. Maar de parallellen tussen de politieke ontwikkelingen van de voorbije jaren en maanden in Vlaanderen en nu in Nederland zijn opvallend. Te frappant om zomaar naast zich neer te leggen.

Dat Nederland niet veel goeds moet verwachten van de koppige ‘meer van hetzelfde’-houding die het gevestigde partijkartel van liberalen, christendemocraten, socialisten en groenlinkse Gutmenschen nog altijd predikt – méér immigratie, méér asiel, meer islam, meer EU -, staat wel vast. Vraag is of Wilders (en Baudet) straks een overtuigend antwoord, een aantrekkelijk alternatief, een uitweg uit het moeras kunnen bieden. Het worden nog spannende tijden. Ook voor een kritische Vlaamse waarnemer…