Griekenland, een herinnering.

Ia_Santorini-2009-1
Bron: Wikipedia

Blijkbaar staat Griekenland weer aan de vooravond van een staatsgreep.

Bevreemden doet het me niet, want dat die Nobelprijs voor de Vrede aan de EU niet anders dan een wrede grap was, dat ontging niemand die onder de EU dictatuur zucht. Maar ach, warmonger Obama kreeg er immers ook één, en megaoplichter Al Gore van de klimaatheffingen ook. Zo langzamerhand is het chic er geen te hebben, en zo bezien heb ik een heel chic oordeel over Griekenland, nou ja, chic? Eerder vreedzaam.

[cleeng_content id=”591127450″ description=”Griekenland, een herinnering” price=”0.99″ t=”article”]In de jaren tachtig ging ik er ieder jaar in de zomer heen want vrijer en blijer en zonniger was het leven nergens. Kamperen deed je daar waar je een aardige plek onder een boom vond, liefst aan het strand en in het zicht van een taverne. Met handen en voeten voerde je overleg met omwonenden over het plaatsen van een tent, en soms haalde men zelfs de koeien uit de wei met de mooiste boom en dus de meeste schaduw, zodat je daar je tent kon opslaan. Eten deed je uiteraard altijd bij de taverne, want zo werkte dat. Vriendelijke mensen en erg veel bonnetjes voor de belasting kregen we niet, maar erg veel verdienen deden die mensen dan ook niet. Leven en laten leven, zo was het, en als er te eten was en wat kippen op het erf en genoeg retsina in de kan, en een televisie om de hele dag op maximaal volume aan te hebben, dan was het leven goed. Het hunne en het onze.

Dat we ons twee maanden vrijwel iedere dag voedden met souvlaki en griekse salade en een heel enkele keer een stukje kip, zo was het en het stoorde op geen enkele manier. Als eten maar ‘echt’ is en dus smaak heeft en puur is, dan verveelt het eigenlijk nooit. En dat was nog mooier meegenomen voor de Grieken dan voor ons, want die zag ik eigenlijk ook nooit iets anders eten dan dat. Op het platteland dan, in steden en havenplaatsen was dat uiteraard anders.

Van spilzucht of overdreven luxe of gemenigheid bleek ons niets. Wel was er altijd wel iemand in uniform, maar aangezien die meestal rustig op het terras bleef zitten met een glaasje ouzo, was dat meer een geval van couleur locale dan een dreigende manifestatie van staatscontrole. Borden met verboden te kamperen waren er ook, en die waren heel geschikt om er de waslijn aan op te hangen.

Ik herinner me dat ik eens, ergens aan een kust met één huis in de buurt, mijn teen stootte. Niet echt dramatisch, maar wel iets om even naar te kijken. Goed kijken ook, want het schaafwondje was zo klein dat ‘schaafwondje’ nog een overdreven beschrijving ervan is. De enige reden dat ik me dat voorval na al die jaren nog herinner, is dat er meteen een bezorgde Griekse heer kwam aangesneld die ach en wee riep over mijn verwonding en ons beduidde vooral rustig te blijven zitten. Hij zou redding brengen, zo begrepen we, en we wachten dus af. En ja hoor, niet alleen een pleister en jodium (en dat terwijl de zee nog geen 5 meter weg was), maar ook een jerrycan met wijn, olijven en brood.  Ik moest vooral rustig blijven zitten en bijkomen, en een en ander leidde al snel tot een genoeglijke middag en het opslaan van onze tent. Ook de oude dame in het zwart met nog een ezeltje die op Lesbos een prachtige pudding voor ons had gemaakt, en die me die met een hartelijke kneepje in de wang kwam, en de vrouw die na een week vond dat er eens een kip voor ons geslacht moest worden, en het dansen op het strand tot ochtendgloren (ik ben niet slecht in een sirtaki, ella ella, hoppa, hoppa), en zo nog wel 100 herinneringen meer.

Al die mensen deden dat zomaar en ‘schoten er niets mee op’, anders dan de mensen met een taverne, maar die zijn ook niet echt rijk van ons geworden of daarop uit geweest.

Denk ik aan Grieken dan denk ik aan de mensen die niet veel hadden maar wat ze hadden graag deelden, en aan de met handen en voeten als gemeenschappelijke taal gedeelde pret.

Hoe erg ik het vind dat dit vrolijke en trotse volk onder dictatuur gebracht is, doet me meer dan ik in woorden uit kan drukken. Internationale solidariteit, zij onder dictatuur en wij onder dezelfde, maken de zaak er niet beter op, eerder urgenter.

En over luie Grieken die niets anders doen dan belasting ontwijken en geld verduisteren wil ik niet horen, want die ontwijkers en verduisteraars dat is daar dezelfde groep als hier. En wil je weten welke groep dat is, althans wat daar het publiek getoonde gezicht van is, dan kan je de Algemene Politieke Beschouwingen nog maar eens nazien.[/cleeng_content]

Print Friendly
Facebooktwittergoogle_pluslinkedin

4 reacties op “Griekenland, een herinnering.”

  1. Ik heb ook dit soort Griekse gastvrijheid meegemaakt. Lopend in het dorpje Olympia riep een oud vrouwtje ons vanuit haar tuin, en ze bood ons elk een stuk watermeloen aan. De taal is een groot obstakel, maar als je de Griekse letters kan lezen en een paar woordjes Grieks spreekt reageert men heel enthousiast.

    De voorouders van de huidige Grieken hebben eeuwenlang onder de Ottomaanse tirannie geleefd. Dat werkt door tot vandaag: Grieken houden niet van de overheid. Ze betalen vaak geen belasting, en daarom was er een soort vervangende belastingheffing: de overheid drukte drachmes bij. Dat functioneerde redelijk goed totdat de Euro kwam.

    Griekenland kon onbeperkt lenen, zodat import de facto gratis werd: aardappelen uit Egypte; citroenen uit Zuid Amerika, en, hoe is het mogelijk, tomaten uit het Westland. Een kongsi van importeurs, handelaren en supermarkten zorgden ervoor dat Griekse boeren hun waren niet meer kwijt konden.

    Het land wordt overspoeld en onveilig gemaakt door immigranten, maar niemand mag er wat aan doen van Brussel. Uit wanhoop stemmen sommigen dan op de Gouden Dageraad.

    Psychopaten en criminelen, waaronder bankiers en politici, uit Griekenland maar evengoed uit de rest van de westerse wereld, zijn de grote aanstichters van deze ellende. Het wordt hoog tijd dat de Grieken zich hier zelf uit gaan redden, zonder bemoeienis en “steun” van buiten.

  2. En niet alleen de Grieken dus.

    Ach, Olympia, en dat is dan nog redelijk toeristisch ook, want bezaaid met allerlei stukken steen en zuil en hier en daar nog een stukje omtrek van en fundament van een gebouw of wat mozaïekresten. En Griekse letters die gaan best, en veel woorden heeft een mens eigenlijk niet nodig als vakantie het doel is. En de woorden die je nodig hebt, echt nodig, die pik je zo op.

    Ik heb mijn stukje eigenlijk vooral ook geschreven omdat je er op kan wachten dat er op allerlei sites meteen weer allerlei berichten en reacties gaan verschijnen over ‘luie Grieken’ als ‘vuile opvreters’, en het me altijd weer onthutst hoe de ene groep tegen de andere kan worden opgehitst, mits beide groepen maar onder hetzelfde juk zuchten. Ophitsen tegen bijvoorbeeld Chilenen, ach, je kan het proberen natuurlijk, maar werken zal het niet. IJslanders, die dreigden ook even de gebeten hond te worden, maar sinds die zich van het internationaal gangster-banksterjuk bevrijd hebben, horen we van en over dat land niets meer, want het stelde een goed voorbeeld hoe wél te handelen met schulden die de jouwe niet zijn, en met aan de banken- en eurofraude medeplichtige politici. Nog even, en ook Hongaren zullen toetreden tot die as van doodgezwegen evil. De Eerste Paprikaoorlog zal dan ook wel niet lang meer op zich laten wachten.

  3. Mooi artikel. Zó verdrietig dat een land met bijbehorend volk vermalen wordt tussen de molenstenen van de EU.
    Heel, heel verdrietig.

  4. Ook ik mag elk jaar een Grieks eiland bezoeken. Ga er zeer graag naar toe en voelt voor mij als thuiskomen.
    Dit jaar sprak ik met een jonge taxi chauffeur die me zei dat het geld wat naar de Grieken komt, verdwijnt in de zakken van de regering en de banken. Zij zien er in ieder geval niets van terug.
    Het toerisme is dit jaar met ruim 30% gedaald ,met name Duitsers mijden het land. Het aantal zelfmoorden onder mensen, die het leven niet meer zien zitten, neemt angstwekkende vormen aan.
    Tenslotte gaf hij aan dat Nederland ook aan de beurt komt. Oh hoe waar helaas.

Reacties zijn gesloten.