Dr. Gert Jan Mulder: De school voor mijn kinderen

Door Dr. Gert Jan Mulder

Wij wonen in het spreek woordelijke “midde of nowhere” , 90 km van de hoofdstad Montevideo en 100 van Punta del Este. In beide steden zijn goede –enigszins kostbare – internationale scholen. Onze boerderij ligt op 12 km van het dichtbij gelegen dorpje met een inwoners aantal van minder dan 2500. Het dorp aan de andere kant ligt op meer dan 20 km en is dubbel zo groot. Onze kinderen gaan naar het dichts bij zijnde dorpje. De vier kleintjes zijn tussen de bijna 4 en bijna 9 jaar.

Wij krijgen dikwijls mensen op bezoek uit de stad of uit het buitenland. Eigenlijk heel vaak. Wij hebben logeer gelegenheid en overnachten op een ‘estancia’ heeft iets magisch. Dieren, ongerepte natuur, stilte, een plek om te “onthaasten”, met een aanvaardbaar niveau van comfort. 95% van mensen die hier komen, stellen binnen 1 uur de vraag, hoe wij het hebben georganiseerd met de school voor de kinderen. Afhankelijke van de vragensteller varieert mijn antwoord. Voor hen waarvan ik vermoed dat ze school heel erg belangrijk vinden, zeg ik dikwijls dat mijn echtgenote en ik geen enkel belang hechten aan onderwijs. Dat het geen prioriteit heeft, en dat wij denken dat er zoveel anderen dingen veel belangrijker zijn. Minder gestreste mensen, houden wij voor dat nu dat de kinderen nog klein zijn (lagere school, kleuteronderwijs), dat wij ons en hen nog jaren geven, voordat wij ons daar zorgen over gaan maken. Ondertussen zitten onze kinderen op de beste schooltjes in Uruguay (naar onze smaak). De lagere school is een school zoals jullie die meer dan 50 jaar geleden nog hadden in Nederland. Het wordt geleid door drie nonnen, die er wonen, er werken, en voor wie de school hun leven is. Ze hebben niets anders dan hun school en de zorg voor de kinderen. Ze zijn soms streng, altijd gedisciplineerd, altijd zorgzaam en doen hun werk met heel veel liefde en toewijding. De school en de voorzieningen zijn netjes, zonder franje, zonder luxe. Er zijn ook een aantal gewone schooljuffrouwen. Meesters zijn er niet. Wij denken dat onze kinderen heel goed onderwijs krijgen. Ze krijgen er zelfs catechisatie, dansles en Engels. Ze gaan van 13.00 tot 17.00 naar school. Wij vinden het erg fijn om hen ’s morgens thuis te hebben.

Een alternatief zou zijn om in de grote stad te gaan wonen, in de buurt van zogenaamde internationale en of gerenommeerde scholen. Wij kennen veel mensen die hun kinderen op dat soort scholen hebben zitten. Het zijn zonder uitzondering allemaal grote scholen, met heel veel leerlingen. Het zijn dure scholen, met hele goede reputaties en er gaat daarom een bepaald soort publiek naar toe. De beter bedeelden zeg maar. Beter bedeeld is niet noodzakelijk de “gegoede burgerij”. Er zitten veel kinderen op van ‘nouveau riche’, wannabees, snobs en kinderen van ouders die het eigenlijk niet kunnen betalen. Nu weten wij dat de appels nooit ver van bomen vallen, dus denken wij dat onze kinderen daar niet de beste leerschool en sociale omgeving hebben.

Deze week stuitte ik op Prof. Sugata Mitra die de beste TED speech hield in 2013.

Professor Mitra begint zijn presentatie met de uitleg hoe onze huidige school 300 jaar geleden werd uitgevonden door het Britse Rijk. De wereldmacht Engeland, met meer kolonies dan welk ander land in de geschiedenis, had mensen nodig die overal ter wereld op eenzelfde manier inzetbaar waren. Daarvoor moesten ze een aantal dingen goed kunnen: lezen, heel netjes schrijven en hoofdrekenen. Niet alleen dat ze vooral dat moesten leren, maar ze moesten vooral allemaal hetzelfde leren, om daarna allemaal hetzelfde te kunnen doen, zich hetzelfde te kunnen gedragen.  Prof. Mitra geeft in zijn presentatie onnavolgbaar aan dat die vorm van onderwijs niet langer past in onze huidige tijd, met onze technologische mogelijkheden, met de eisen die vandaag aan jonge mensen worden gesteld om zich in het leven te kunnen redden, en – niet onbelangrijk – met het voortschrijdend inzicht dat wij inmiddels hebben over effectievere en inspirerende  manieren van leren.  Hij geeft er in zijn presentatie een aantal voorbeelden van, waarbij hij laat zien, dat jonge kinderen, in kleine groepjes, met computers en internet de meest ongelofelijke prestaties kunnen leveren.

In Uruguay hebben alle kinderen op de openbare scholen al sinds meer dan 5 jaar een eigen notebook, met internet (Wi-Fi) connectie op elke school. Op de particuliere scholen krijgen de kinderen dat soort hulpmiddelen van ouders of via de school en die van ons weten ongelofelijk goed de weg op hun eigen iPad’s.

Er is weinig zo ingrijpend aan het veranderen als de school. Wij hebben daar in onze keuze voor de school, voor een specifieke sociale omgeving, voor de juiste inspiratie en bepaald gematigde motivatie een aantal eigen keuzes in gemaakt.

Onze kinderen zullen – verwachten wij – hun omgeving over enkele decennia tot vervelens toe vertellen hoe een ongelofelijk bevoorrechte jeugd ze hebben gehad, daar in de “middle of nowhere”, te midden van alle mogelijke dieren, de ongerepte natuur, ruimte, vrijheid en hun nonnen schooltje in dat het eenvoudige dorpje.

Prof. Sugata Mitra bedankt: u sterkt ons in onze overtuiging.

Dr. Gert Jan Mulder

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Tweet about this on TwitterShare on FacebookPrint this pageEmail this to someone

5 Reacties

  1. Breinbrouwsels

    11 april 2015 op 19:24

    Het gaat nog eens flink druk worden daar in Uruquay…

  2. U heeft gelijk. Ik heb hetzelfde persoonlijk meegemaakt. Ik moest per se naar een betere lagere school. Nou dat heeft een 1/2 jaar geduurd. Gauw terug !!!
    Ik heb op een dorpse school 6e klas rekenboekjes gevonden van 100 jaar terug.
    Iemand van MAVO/HAVO 4 zou hier nu ontzettend veel moeite mee hebben !

  3. Ik kan de strekking van dit stuk er niet helemaal uithalen. Is de auteur nu voorstander van vernieuwend onderwijs met ICT, maar hoe valt dat dan te rijmen met het feit dat zijn eigen kinderen het meest traditionele onderwijs denkbaar volgen? Of ontgaat mij de ironie?

    De zoveelste goeroe is blijkbaar weer opgestaan (ook deze ‘powered by IBM en Google wellicht?). De bekende formule: onderwijssysteem stamt uit de industriele tijd, leidde op tot industriearbeiders, nieuwe tijd vraagt om nieuwe mens, geef ze een computer en internet, twentiefurstsentjoerieskils, enz. enz. Inderdaad: onnavolgbaar.

  4. Uit mijn hart gegrepen, goede vriend!
    Wij wonen in een Provincie-Stad in NL, jij weet, en mijn zoon is dood-ongelukkig op de FABRIEK waar hij nu “onderwijs” krijgt.
    We gaan hem verkassen naar een kleinere schaal.

  5. Onderwijs krijgen en geven is afhankelijk van veel sommen. In de goede oude knechten tijd waren drie dingen belangrijk. Leren lezen, schrijven, en eerbied. Denken werd voor knechten gedaan. Dienstplicht zorgde voor de rest. Oorlogen zoals WO 1 en 2 konden alleen plaatsvinden door de aanwezige knecht met respect.
    Echt onderwijs zou als eerste en belangrijkste onderwerp vrijheid moeten hebben . Begrijpelijk dat bij sollicitatie je daar geen lor aan heb. Leren denken, niet luisteren, zou eis twee moeten zijn. De optelsom heet denken in vrijheid. Probeer dat een non wijs te maken, vergeet het. Nummer drie ook heel belangrijk. Wat de volksmond Abraham en mosterd halen noemt. Dat is leren voor jezelf en niemand anders op te komen. Dan begrijp je de populariteit van knecht voetbal. Wat achter de feiten aanhollen is, letterlijk.
    Pas daarna worden andere zaken belangrijk zoals hoeveel IQ er aanwezig in kindje lief is. Laag of hoog, het heeft goed onderwijs gehad.

© 2022 De Nieuwe Realist

Thema door Anders NorénOmhoog ↑